van•den•b.com

weblog [het, de; o en m -s: een ~ bijhouden] van

Walter van den Berg


Het proces (1): mijn thema

Als ik een verhaal of een roman schrijf, is mijn vertrekpunt vaak (misschien wel altijd) Het Decor, en de mensen die rondlopen in dat decor. Daarom denk ik nog steeds niet dat er ooit een politieagent in een van mijn boeken voor gaat komen. Ik heb ondertussen genoeg scenes geschreven waar een agent bij had gekund, maar ik heb ze altijd weggelaten, omdat ze niet in mijn geschreven universumpje passen. Natuurlijk zijn ze er, want mijn personages hebben met De Wet te maken, maar ik voer geen politieagenten op.

Nederlandse politieagenten hebben iets lulligs (sorry voor alle agenten die dit lezen), en dat komt niet door de agenten, maar door het decor, door de context. Iemand mailde me dat er ‘niets lulligs is aan het maandenlang tracken en verzamelen van bewijs van een grote crimineel’, en daar is inderdaad niets lulligs aan, maar de rechercheur die overdag onderzoek doet naar die crimineel, gaat ’s avonds naar zijn eengezinswoning, en die woning, die je nergens ziet als ik dat niet wil — die mag er helemaal niet zijn bij mij, ook niet in het achterhoofd van de lezer.

Of een ander voorbeeld: stel je voor dat je iemand met een enorme hanekam ziet lopen, heel oldskool punk, en je bent echt onder de indruk, want die hanekam conformeert zich nergens aan, dat is heel erg duidelijk. Maar dan zie je die hanekam een Albert Heijn inlopen omdat ie wel boodschappen moet hebben.

Ik denk dat ik wil dat de toeschouwers van het toneelstuk dat ik neerzet in mijn boek niet gaan denken aan de acteurs die een beetje achter het decor whatsappen tot ze weer op moeten; de acteurs blijven in hun rol, altijd, ook als ze buiten beeld zijn, en die hanekam past bij mij niet in de Albert Heijn, en geen enkel personage uit mijn universumpje past in een eengezinswoning, dus ik zorg dat die mogelijkheid er niet is.

Best vermoeiend.

Nu ik een beetje nadenk over mijn vijfde roman, probeer ik dat anders aan te pakken, omdat het altijd goed is te zoeken naar vernieuwing, denk ik, maar ik heb het er moeilijk mee. Ik weet steeds beter wat ik de wereld duidelijk wil maken, dus ik zou dát mijn vertrekpunt kunnen laten zijn: mijn thema, zoals dat heet.

Ik heb ooit een leraar Nederlands gehad die zei dat je altijd een thema moest bedenken voor je een stuk ging schrijven. Ik bestreed dat, want ik was al naarstig aan het schrijven, en ik had nooit een thema bedacht voor ik een verhaal in een schriftje hanepootte. De opstellen die ik voor die leraar schreef, kregen ook altijd mooie cijfers, en ik zat nooit in de klas voor me uit te staren omdat het thema maar niet wilde komen voor ik met mijn opstel begon.

Maar ja: nu weet ik wat mijn thema is.

Ik heb de laatste tijd een serietje interviews gegeven, want zo gaat dat, met een nieuw boek, en ik vind interviews geven heel erg leuk en vooral heel erg nuttig. Leuk omdat het mijn ego streelt, geef ik gewoon toe, en nuttig omdat het je dwingt na te denken over wat je hebt gemaakt, en waarom. Als ik er voor mezelf over nadenk, blijft het vaag, maar een interviewer wacht op een duidelijk antwoord, dus hup, formuleren, kreng. Daarom heb ik steeds beter onder woorden kunnen krijgen wat mijn thema is.

Vorige week had ik een interview met Lezen TV (binnenkort online), en Peter Gielissen, die in zijn eentje Lezen TV maakt, hielp me met het laatste duwtje.
Mijn thema is: onvermogen.

Ik heb het interview nog niet teruggezien terwijl ik dit schrijf, en het kan heel goed zijn dat Peter het gewoon voor me verwoord heeft. Maar dat maakt niet uit. Ik denk dat dat één van de redenen is waarom schrijvers schrijven: ze vragen de wereld te helpen bij hun zelfonderzoek (wat schrijven altijd is).

Onvermogen dus. Het menselijk tekort, zei Peter ook, maar ik geloof dat ik daarop antwoordde: ik weet niet precies wat dat inhoudt. Laten we het bij onvermogen houden.

Ik heb vorige week een bestand aangemaakt in Scrivener, mijn schrijfprogramma, ik heb het boek5.scriv genoemd, en ik heb er een paar avonden naar zitten staren. Een leeg, wit vel, waarin ik uiteindelijk een paar woorden heb getikt: welk lettertype staat er nu ingesteld?
Dus al die verse kennis is niet per se inspirerend.

Maar gisteren heb ik bij het afwassen het nadenken aangezet, en ik denk dat ik een idee heb gekregen waar ik iets mee kan. Het gaat inderdaad over onvermogen, maar het zou zomaar kunnen zijn dat iedere roman van iedere schrijver over onvermogen gaat.
Overigens leert de ervaring dat mijn ideeën drie tot vier keer rigoureus een andere kant opgaan voor ze een echt verhaal worden, dus ik weet nog niet of dit Het Idee is, of een idee.

In ieder geval: ik ben begonnen aan mijn vijfde boek.

Geen reacties | Link | 5 april 2016 | Categorie:

Miskenning

Bij schrijvers zit jezelf miskend voelen hoog in de top 10 van beroepsziekten. Ik heb er zelf bij vlagen last van, als een chronische aandoening die af en toe de kop opsteekt. Het feit dat je schrijver wilde worden heeft ongetwijfeld te maken met dat miskend voelen; waarom zou je anders een boek vol kunnen tikken en verwachten dat mensen de moeite nemen dat boek helemaal te lezen? Misschien zodat je na het tikken van dat boek kan zeggen: zie je, ze lezen het niet. Of: ze lezen het wel, maar ze begrijpen me niet.

Ik bivakkeerde tot een paar weken geleden nog regelmatig in het zaaltje met bedden waar de ze-lezen-het-nieters af en toe bij moeten komen, maar sinds mijn laatste roman bij De Wereld Draait Door boek van de maand werd, heb ik mijn lidmaatschap op dat zaaltje opgezegd en ik verplaats me nu alleen nog maar, zo heel nu en dan, naar het zaaltje met ze-begrijpen-me-nieters. Meestal ben ik overigens blakend van erkendheid, nu.

Grenzeloze fantasie

Anne Eekhout is een echte schrijver, want ze voelt zich ook miskend. Ze zegt in NRC Handelsblad dat ze de pech heeft dat ze niet autobiografisch schrijft en daardoor niet interessant is voor bepaalde media (DWDD) die boeken een verkoopsucces maken. Ze zegt dat ze juist om haar grenzeloze fantasie aandacht zou moeten krijgen van tv-programma’s.

Ik heb mezelf ook eens zo miskend gevoeld, omdat mijn vorige roman goede besprekingen kreeg, maar opvallend vaak met de aantekening dat de recensent het boek aanvankelijk had laten liggen omdat de achterflap kon doen vermoeden dat ik een autobiografisch gegeven had gebruikt om mijn verhaal te schrijven. Ik was daar behoorlijk pissig over, goeie recensies of niet.

Ik had dus de tegenovergestelde ervaring van Anne Eekhout, en ik tikte er ook opiniestukken over (die niet geplaatst werden; hallo miskenning, mijn oude vriend), maar in al dat soort stukken gongt de persoonlijke pijn door. Lees mij, ik word niet gelezen.

“Pure fictie”

Eekhout geeft een opsomming van wat er bijzonder is aan ‘pure fictie’, zoals zij het noemt, de volledig verzonnen roman, en waarom die verzonnen roman meer aandacht zou moeten krijgen (bij DWDD, bijvoorbeeld, of bij een nog niet bestaand tv-programma waarvan ze het format schetst).

Maar die verzonnen roman krijgt die aandacht al. Mijn eigen boek van de maand: ik heb ‘m helemaal verzonnen. Elke gebeurtenis in die roman heb ik gefantaseerd. Net als een heleboel eerdere boeken van de maand ‘pure fictie’ zijn: Godin, Held van Gustaaf Peek bijvoorbeeld, of De onderwaterzwemmer van Thomese.

Het thema

Maar het thema dat in mijn laatste boek zit, is vergelijkbaar met dat in mijn vorige romans, die wel autobiografisch geïnspireerd waren. En ik ben er vrij zeker van dat Eekhouts thema in haar eerste en tweede boek vergelijkbaar is, zelfs als ze nu zal zeggen dat het niet zo is. Net zoals Gustaaf Peek in zijn heel erg uiteenlopende romans (qua onderwerp) steeds over hetzelfde schrijft.

Schrijvers gaan niet zomaar schrijven, namelijk. Ze denken misschien dat ze schrijven ontdekken doordat het ze lukt op een leuke manier woorden achter elkaar te zetten, en hup, laat ik dan maar een boek schrijven, maar er zit een waarde in die woorden, een waarheid die geldt voor de schrijver, en die waarheid moet uitgedragen worden — dat is schrijven.

Beproevingen

“Je hoeft geen beproevingen te hebben doorstaan om een heel goede schrijver te zijn, maar het maakt je wel heel wat makkelijker te promoten,” schrijft Anne Eekhout.

Als Anne van zichzelf vindt dat ze een heel goede schrijver is, dan wil ik dat graag geloven; haar palmares bewijzen het. Maar als ze van zichzelf vindt dat ze geen beproevingen heeft doorstaan, dan geloof ik alleen dat zij dat gelooft, maar ik geloof het niet. Ieder mens doorstaat beproevingen. Hoe dan ook. Klein en groot, en al die beproevingen, hoe klein ook, hoe groot ook, hebben een uitwerking. Een van de mogelijke uitwerkingen: de noodzaak (daar is ie) tot schrijven.

En dat daar dan ‘pure fictie’ uitkomt of een verhaal met autobiografische elementen: dat doet er niet toe. Alle literatuur zegt iets over de schrijver, dus alle literatuur is autobiografisch. Anne Eekhout gaat op een gegeven moment zien waar ze altijd over schrijft, en ze gaat op een gegeven moment zien waar dat vandaan komt. Net zoals dat het geval is bij de schrijvers die ze als voorbeelden geeft, Joost de Vries, Jamal Ouariachi en Wytske Versteeg.

Een bestseller werd gemaakt

Dat ze niet te promoten zou zijn door haar vermeende gebrek aan beproevingen: dat is ook niet waar. Ik kan me een aflevering herinneren van DWDD (altijd weer dat DWDD!) waarin een paar mensen bij elkaar zaten om te vertellen waarom ze Bonita Avenue van Peter Buwalda zo goed vonden. Je zag wat daar gebeurde: er werd een bestseller gemaakt, maar het ging alleen over het boek, en het is een succes geworden zonder dat het één keer over de schrijver of zijn beproevingen ging.

Anne Eekhout hoeft niet boos te zijn om vermeende gewoonte van tv-programma’s alleen aandacht te besteden aan schrijvers met een verleden van “drugs, verslaving, of een rare familie die je heeft verneukt,” zoals zij het stelt. Er is wel degelijk aandacht voor de pure fictie.

En ja, er zitten vaker mensen bij zo’n programma die iets over hun rottige verleden te vertellen hebben dan mensen die aan die pure fictie doen, maar er zitten ook vaker mensen die een kookboek schrijven bij zo’n programma. Dat is de aard van het programma, niet de manier waarop de wereld naar literatuur kijkt.

En nee, een maand geleden had ik dit misschien niet zo gezegd. Maar erkenning schept helderheid, net zoals miskenning voor vertroebeling zorgt.

Schrijf door, voel je miskend, al dan niet terecht, maar schrijf vooral door, ontdek waar je over schrijft, verbaas je over het autobiografische ervan, schrijf een nog beter boek, en word genoemd op tv, of niet, maar schrijf door. Het zit in je, en het moet eruit, dus uiteindelijk doen we allemaal hetzelfde.

Geen reacties | Link | 23 maart 2016 | Categorie:

Tree of Smoke – Denis Johnson

Ik heb me ooit voorgenomen alles wat ik lees hier te bespreken of in ieder geval te noemen, maar natuurlijk hou ik me niet aan dat voornemen, want druk/geen zin/etc. Mijn voornemen wordt ook af en toe flink in den wielen gereden door een boek waar ik zo lang mee bezig ben dat ik na het lezen het overzicht niet meer heb. Wat heb ik nou eigenlijk in godsnaam gelezen?

Misschien is dat een tactiek van de schrijver: maak je boek zo ondoorgrondelijk en dik tegelijk, dat de lezer stunned achterblijft. Tree of Smoke van Denis Johnson is zo’n motherfucker. Ik denk dat ik twee ruime maanden heb gedaan om de 702 pagina’s weg te werken, en naderhand heb ik een paar recensies opgezocht om te kijken of iemand me kon helpen met een beetje duiding.

In één van die recensies las ik zo ongeveer: ik heb ook geen idee waar het over gaat, maar wat een fantastisch boek!

Ja, nou ja, dat begreep ik, maar ik had er niets aan.

Van de week sloeg ik het dus dicht, na die maandenlange worsteling, en mijn verzuchting lag dicht bij de inhoud van die recensie.

Geen reacties | Link | 23 maart 2016 | Categorie:

“Deel dit bericht en…”

Een vriendin stuurde een screenshot van een whatsapp-gesprek dat ze op een ochtend had met een collega. De collega had een foto gemaakt van haar exemplaar van Schuld, en dit gesprek volgde erop:

IMG_3824

En daar het vervolg op, in de avond:

IMG_3825

Ik kan u vertellen: dat is geweldig om mee te maken. Mensen die je boek oprecht goed vinden, en dat graag willen delen, man, dat is groots. Dan kun je nog honderd winacties bedenken (“deel dit bericht en maak kans op” — we proberen het zelf ook hoor, want wie weet bereik je er weer wat lezers mee), maar enthousiaste lezers die andere mensen laten weten hoe goed ze het vinden… Dat boek leeft, buiten mij om, buiten de uitgever om, en dat is magisch. Zulke lezers zijn geweldig. 

Geen reacties | Link | 19 maart 2016 | Categorie:

Gelezen worden en dan op het boekenbal zijn

Mijn eerste keer boekenbal was nog voor ik debuteerde; ik was mee als de +1 van Niels ’t Hooft, die toen net zijn eerste boek uit had. We liepen er rond met de verwondering van kleine jongetjes, en we vonden het geweldig. Niels was al schrijver, en ik zou het snel worden, en we waren er tussen soortgenoten. Ik wilde toen meer schrijver zijn dan dat ik wilde schrijven, en de volgende keren dat ik er rondliep, wás ik schrijver, of althans: ik had een boek geschreven, en toen twee, en toen drie.

En ik werd ook begroet als Schrijver (de hoofdletter is opzettelijk pompeus): mensen kenden me, feliciteerden me met de mooie recensies van mijn nieuwe boek, en ik voelde me er thuis, potdorie. En als ik dan een stukje over het bal schreef op mijn weblog, noemde ik lekker veel namen, met een knipoog naar clichématige society-verslaggeving, maar die knipoog was dan om te verbergen dat ik het heel erg stoer vond dat ik bij die mensen hoorde.

Op het boekenbal 2016 (we zijn nog een beetje aan het bijkomen) was er iets veranderd voor me: mensen feliciteerden me in de eerste plaats omdat Schuld boek van de maand bij DWDD was geworden, maar ze zeiden ook dat ze het mooi hadden gevonden, en ze noemden de recensies niet meer — ze hadden mijn boek daadwerkelijk gelezen.

Op een boekenbal lopen zo’n honderd schrijvers rond, en dan zijn er nog een paar honderd die geen kaartje hebben gekregen of gewoon liever niet gaan, en dat geeft een beetje aan hoeveel boeken er in Nederland uitkomen. Dat kan een normaal mens met geen mogelijkheid allemaal lezen, maar meer nog dan dat: een normaal mens wil dat ook helemaal niet. Lezers maken een schifting: dit lees ik, dit lees ik niet. Schuld bleek bij de meeste mensen op de dit-lees-ikstapel te hebben gelezen.

Gelezen worden voelt fijn, kan ik u vertellen.

Waarom een schrijver schrijft en gelezen worden, dat is ingewikkelde materie, en ik denk daar vaker over na. Blij zijn met gelezen worden kan vast mal overkomen, of arrogant, of te gretig, maar ik ga dat later allemaal nog eens goed onderzoeken, en voor nu accepteer ik even dat ik er blij van word. Een schrijver schrijft voor zichzelf, maar als ie niet gelezen wil worden, hoeft ie ook niet bij een uitgever aan te kloppen, en dat heb ik wel gedaan, dus, etcetera.

De anecdote: mijn echtgenote en ik stonden in het roezemoezende feestgedruis van de hoofdstedelijke Stadsschouwburg met ROMAN HELINSKI te praten, toen er twee dames langsliepen waarvan de eerste naar mij wees en zei: “dat is Walter van den Berg, schrijver van het Boek van de Maand!” Dat viel de schrandere schrijver van BLOEMKOOL UIT TSJERNOBYL ook op, en hij zei: “weet je wat er net gebeurde? Je werd herkend!” Ik zei daarop dat de avond compleet was voor mij, en dat wij dus wel naar huis konden.
Maar we voegden de daad nog niet bij het woord. Wij gingen nog een stevig mopje dansen.

Uit marketingtechnisch oogpunt zeg ik graag nog eens heel hard dat Schuld Boek van de Maand is geworden bij De Wereld Draait Door en dat uw boekwinkel ‘m op voorraad heeft. 

 

Geen reacties | Link | 12 maart 2016 | Categorie:

Boek van de maand worden en hoe dat precies voelt

Het ging ongeveer zo: ik was alleen thuis. Mijn vrouw was op haar avondopleiding, de hond was uit logeren. Ik zat te tikken aan een project, en om tien over zeven dacht ik: ik zal de tv eens aanzetten, want straks is het boekenpanel bij DWDD.

Stel je voor dat

Dit klinkt meteen veel nonchalanter dan ik de hele maand februari was, want er spookte een voortdurende gedachte in mijn hoofd: stel je voor dat. Die gedachte deelde ik af en toe met mijn vrouw, op een lacherige manier, en met mijn uitgever, en bij mijn uitgever ging het dan van: heeft een lid van het boekenpanel al buitensporig veel exemplaren ingekocht voor zijn of haar boekhandel?

Maar deze dinsdag was ik die gedachte een beetje vergeten, omdat, voor zover wij wisten, geen enkel lid buitensporig veel, etc. Dus ik tikte door aan mijn project tot ik de tv aanzette. Toen ik Matthijs van Nieuwkerk het panel hoorde aankondigen, keek ik weer op, en op onze blurry tv dacht ik mijn boek te zien liggen, en ik hapte dus een beetje naar adem, en ik sms’te mijn vrouw:

IK LIG OP TAFEL

En daarna: ‘en ik geloof dat ik boek van de maand ben’. Omdat ik bovenop lag bij Matthijs, en ik dacht mezelf te zien liggen bij panellid Wouter Cajot, tegen wie Matthijs zei dat hij zo het boek van de maand mocht gaan aankondigen.

Mijn vrouw belde me een paar seconden daarna. Ze was haar les uitgelopen en we schreeuwden wat hysterische dingen naar elkaar, en daarna zet ik haar op de speaker en luisterden we samen naar wat Wouter over mijn boek zei, en hoe de anderen daarop reageerden. En toen nog de heel erg mooie animatie gekeken, waarbij ik dingen zei als: het is mooi. Het is echt heel mooi.

Hard lachen

Daarna begon ik heel hard te lachen. Lachen is mijn zenuwenreactie, en ik denk niet dat ik ooit zo hard heb gezenuwlachen.
We hebben nog een paar minuten nagepraat, en daarna moest ze terug naar haar les, en ik ging nog even door met lachen.

In de uren daarna volgden de telefoontjes met mijn uitgevers, smsjes, whatsapps, tweets, facebookberichten. Twitter verversen, hard lachend. Wachten tot het fragment online zou worden gezet zodat ik het kon delen.

De beloning

Dat klinkt allemaal heel uncool en heel erg niet des kunstenaars. Een schrijver zit op zijn zolderkamer te tikken aan zijn volgende meesterwerk, maar de realiteit leert dat Boek van de Maand bij DWDD worden een enorme boost aan de verkoop van het laatst geproduceerde meesterwerk geeft, en dat is belangrijk om al die volgende meesterwerken te kunnen produceren. Ook al had ik vóór Schuld drie goed ontvangen boeken geschreven,  de recensies en de verkoop matchten nooit helemaal. Dat die twee nu wel gelijk gaan lopen, voelt als de grootst mogelijke beloning.

Wat er verder gebeurde

Mijn vrouw heeft haar lessen in Utrecht, dus toen ze sms’te dat ze in de trein zat, ben ik op de bus gestapt om haar tegemoet te gaan (sms’je van mij: ‘ik sta nu op de halte op de bus te wachten’, sms’je terug van mijn vrouw: ‘DE MAN VAN HET BOEK VAN DE MAAND STAAT OP DE HALTE’). Op het plein voor station Zuid kwamen we elkaar tegemoet, en mijn vrouw toverde een fles champagne uit haar tas, en samen waren we erg, erg gelukkig.

Geen reacties | Link | 2 maart 2016 | Categorie:

Boek van de maand bij DWDD

Schuld is boek van de maand bij DWDD. De persen zijn aan het draaien voor de herdruk. In de tussentijd zijn er nog een paar luxe-edities te koop.
Wilt u graag een beetje op de hoogte worden gehouden? Ik probeer iedere zaterdag een nieuwsbrief te versturen met gezelligheid en eventueel nieuws.

Inschrijven kan hier:

U krijgt na het invullen een popup van ‘Tiny Letter’ en die zegt dat u nog even moet bevestigen via uw mailbox.

Bekijk de uitverkiezing op de website van DWDD.

DWDD

Geen reacties | Link | 2 maart 2016 | Categorie:

‘In een onbelemmerde, rauwe stijl’

In de Gazet van Antwerpen stond een 4-sterrenrecensie, geschreven door Marijn Sillis, en ik plak ‘m hier helemaal:

‘Goofy, bleef ze zeggen, Goofy, maar niet hard, omdat ze zich schaamde dat ze het hondje kwijt was geraakt terwijl ze het net had gekocht.’ Veel treuriger dan dat wordt het niet in Schuld. En zo is die ene scène – hoe de triestigste puppy van het nest in een vreugdeloos uithoekje van Amsterdam weg springt van de ellendige Sandra – min of meer de samenvatting van de nieuwste roman van Walter van den Berg.

Een boek lang dealt de Nederlander immers in treurigheid, en dat in een onbelemmerde, rauwe stijl. Terwijl de hoofdpersonages en tijdsvakken doorheen de hoofdstukken in elkaar schuiven, blijft het decor hetzelfde: de grauwe, tijdloze ach­terkant van Amsterdam, waar immer falende helden zich ledig houden met het maken van schulden om schulden af te lossen.

Daarin bedreven is ook de sjacherende tiener Kevin, rond wie alle personages zich verzameld hebben: de voor moord veroordeelde zingende vader, de schrijvende non­kel, de lamgeslagen stiefmoeder en de lou­che handelspartner. De afwezige katalysa­tor van zoveel schuld(gevoel): de verdwenen moeder. Het gebroken gezin als onzichtbare aanvoerder van niet te counteren sociale ellende.

Maar ook al zijn zijn personages hopeloos, Van den Berg zet ze niet genadeloos neer. De auteur wekt in Schuld een zekere empa­thie op voor verloren zielen die, zoals de achterflap aangeeft, nooit gered zullen worden. Schuld – esthetisch gezien trou­wens erg lekker uitgebracht door het prille Das Mag Uitgevers – doet in al zijn grimmigheid pijn, en verraadt op die manier het schrijftalent van Van den Berg. Hij zal weinig lezers opzadelen met een schuldgevoel om de geïnvesteerde leestijd.

Geen reacties | Link | 13 februari 2016 | Categorie:

‘Grote stilistische beheersing’

Een mooie recensie in NRC Handelsblad, met een score van vier van vijf ballen:

De eerste zin van Schuld, de vierde roman van Walter van den Berg (1970) kan klassiek worden: ‘Mijn broer had nog gezongen op de avond dat hij iemand doodsloeg.’ Het maakt nieuwsgierig, gebruikt de contrastwerking tussen de softe zang en de harde doodslag en onder het gras zit een addertje, dat hier maar beter niet onthuld kan worden.

En:

Zo is Schuld een voorbeeldige roman, waarin met grote stilistische beheersing een wereld wordt opgeroepen waarin zelfbeheersing altijd een probleem is.

De hele recensie is op de website van NRC te lezen: Aflossing maakt schuld in de wereld van Walter van den Berg.

Geen reacties | Link | 13 februari 2016 | Categorie:

Het ‘twittertarief’ voor de schrijvers van Das Mag

Mijn spiksplinternieuwe uitgever Das Mag probeert De Dingen anders te doen dan de gevestigde uitgevers, en één van die Dingen is de beloning van de auteur. Mensen schrikken zich over het algemeen een hoedje als ze horen wat een schrijver verdient aan een verkocht boek: 10% van de verkoopprijs.

Das Mag heeft geschaafd aan en geschoven met de kosten die ze kwijt zijn om de boeken te drukken, in elkaar te zetten, op te slaan en te vervoeren naar de winkels, en het is ze gelukt om ons, de schrijvers, 15% per verkocht boek te betalen. Klinkt nog steeds als weinig, maar stel je voor dat je een dikke bestseller hebt: dan ben je blij met die extra 5%.

Maar omdat Das Mag weet dat de wereld niet meer louter uit boekwinkels bestaat, is er nog iets moois geregeld: het ‘Twittertarief’, zoals het in de wandelgangen heet. Hoe dat werkt: ik zet een ‘affiliate link’ naar mijn roman Schuld op Twitter, Facebook of mijn website, naar de webwinkel van Das Mag, en als iemand op die link klikt en dan direct een boek koopt, krijg ik een whopping 22,5% per verkocht boek. Op moment van schrijven hebben al drie mensen dat gedaan, dus ik kan straks een hamburgermenu bij de McDonalds gaan halen.

3 kopers

Dit is zeker geen oproep om alleen maar via zo’n affiliate link te kopen, want ik vind het nog veel leuker als je naar favoriete boekwinkel gaat en Schuld daar aanschaft. Dit stukje is voornamelijk bedoeld om te laten zien wat Das Mag anders doet. Maar wil je Schuld online aanschaffen? Dan verdien ik 22,5% royalties als je dat via deze link doet, en dat geldt trouwens ook voor het e-book, dat maar 7 euro kost; óók iets wat Das Mag slimmer doet dan veel andere uitgevers.

Geen reacties | Link | 11 februari 2016 | Categorie:

De retweet (2)

Geen reacties | Link | 9 februari 2016 | Categorie:

‘Een fenomenaal schrijver’

Op radio 1 in de Tros Nieuwsshow besprak Jeroen Vullings Schuld. Luister vanaf 2:37. Hij noemt me aan het eind van zijn bespreking ‘een fenomenaal schrijver’, en ik loop dus flink naast mijn schoenen nu.

(Ik was van de week ook te gast bij Nooit Meer Slapen op Radio 1, en ik werd geïnterviewd door Ester Naomi Perquin. Terug te luisteren via de site van de VPRO. Als je kijkt naar de beelden van de webcam: volgende keer zal ik wat rechterop gaan zitten.)

Geen reacties | Link | 7 februari 2016 | Categorie:

‘Een blik sociale ellende uit Amsterdam Nieuw-West’

In de Vrij Nederland stond een mooie recensie van Jeroen Vullings.

In een paar trefzekere pennestreken van Van den Berg hebben we weet van de misère van Ron, die zijn hoofd boven water probeert te houden in een met schulden belast bestaan: geen geld, geen onderdak, plus de zorg voor zijn zestienjarige zoon Kevin – niemand weet waar hij uithangt, hij is zogezegd ‘moeilijk te bereiken’.

Ja, Van den Berg vergast ons weer op een blik sociale ellende, met als basis Amsterdam Nieuw-West. Dus welkom in de wereld van de halveliterblikken Euroshopper-bier met zes Polen op twee driezitsbanken in een woonkamer.

De hele recensie is online te lezen: ‘Een blik sociale ellende uit Amsterdam Nieuw-West‘.

Je kan Schuld direct bij mijn uitgever kopen. Het e-book is er ook, en dat kost 7 euro.

Geen reacties | Link | 7 februari 2016 | Categorie:

De retweet (1)

Geen reacties | Link | 29 januari 2016 | Categorie:

‘Een actuele stadstragedie van klassieke allure’

In de Groene Amsterdammer van 28 januari staat de eerste recensie voor Schuld, en het is een goeie. Je kan ‘m op Blendle lezen voor 29 cent.

Een paar quotes uit de recensie:

Schuld is een actuele stadstragedie van klassieke allure, die zich over krap een decennium uitstrekt en schoksgewijs wordt verteld door de verschillende betrokkenen. Allereerst dus broer Ron, de prototypische sjacheraar, geen geld, geen huis, maar wel een zoon voor wie hij eigenlijk niet kan zorgen. Ron is de ideale prooi voor het type creatieve schuldeiser dat witte Mo wordt genoemd sinds hij met Marokkanen begon om te gaan. ‘Mo heette Edwin voor hij Mo werd, maar alleen zijn moeder en de officier van justitie noemden hem nog zo.’ Witte Mo loopt ook in de winter op badslippers, en consequent met een slepend been, een gewoonte die hij twintig jaar eerder heeft afgekeken van zwarte jongens. ‘(…) er waren toen wel meer witte jongens die die sleep overnamen, maar Mo was blijven slepen’.

En:

(…) Dat je vervolgens met die mond open naar binnen kijkt, zegt natuurlijk alles over de kracht waarmee dit boek is geschreven. In klinkklare taal en in scherp gesneden scènes werkt de schrijver langzaam naar de climax toe, en laat hij alles op z’n plaats vallen.

En:

De ontroerende apotheose van dit rauwe noodlotsdrama van goede bedoelingen, domme pech en lafhartig wegkijken moet dan nog komen. Héle sterke shit van Van den Berg, dit verhaal over menselijkheid.

Schuld ligt deze zaterdag in de winkel, maar je kan ook nog de luxe-editie bestellen, rechtstreeks bij mijn uitgever.

Geen reacties | Link | 27 januari 2016 | Categorie:

De verplichte boekenlijst

Ik ben van oorsprong een mavoklantje, en voor mijn lijst moest ik vijf boeken lezen. Ik wilde wel al schrijver worden toen ik 15, 16 was, maar dat betekende nog niet dat ik van boeken hield — ik had alleen ontdekt dat ik dat schrijven wel aardig kon. Dus die lijst, voor zover je het een lijst kon noemen, was een bezoeking.

Er stonden geen verplichte boeken op mijn lijst; mijn school ademde in 1985/86 nog lichtjes een jaren 70-vrijheid, en daar kwam bij dat mijn leraar Nederlands geen enkel geloof in zijn mavoleerlingen had. De vwo-ertjes op de scholengemeenschap kregen hopelijk wat meer dwingende liefde van hem, maar meneer Cordes vond het prima als zijn mavokneuzen een Suske en Wiske lazen voor het eindexamen.

Ik weet nog twee boeken die ik op mijn lijst had gezet: Wolf van Gerard Reve (omdat ik dacht dat het over een wolf ging, en wolven vond ik mooie beesten) en De avonturen van Baron von Münchhausen. Nee, dat sloeg inderdaad nergens op. Wat ik ervan heb onthouden is dat ik na het lezen nog steeds niet van boeken hield. Of in ieder geval: dat ik er nog niet van wilde houden.

Als meneer Cordes wél een verplichte boekenlijst had aangehouden, was er misschien een kans geweest dat ik bij een goed boek terechtgekomen was, en dan was er een kans geweest dat ik wat eerder niet verplicht boeken was gaan lezen. Maar waarschijnlijk niet.

Ik denk dat wel of niet boeken lezen bij pubers vooral te maken heeft met schaamte, met ergens wel of niet bij willen horen, omdat alles wat je doet als puber met schaamte te maken heeft. Een vwo-leerling zal veel eerder een boek lezen, ook al hoef je er niet extra intelligent voor te zijn, alleen maar omdat ie tussen andere pubers zitten die ook wel eens een boek zouden kunnen lezen voor hun plezier. Als je op de mavo of lager zit, ben je de lul als je je interesseert in iets dat niet stoer is.

Als je wil dat pubers in alle sociale lagen openlijk boeken lezen, maak dan duidelijk dat je bij het lezen van een boek net zoiets mee kan maken als je meemaakt bij het kijken van een film, maar dan beter. Maar dat gaat je niet lukken.

Wat de echte oplossing zou zijn: maak de puber duidelijk dat de omgeving van de puber niet alles hoeft te weten. Je kan een boek lezen als je in bed ligt en niemand van je stoere vrienden hoeft het te weten. Je kan je eigen wereld hebben. De alledaagse schaamte op de gangen van de middelbare school is misschien onvermijdelijk, maar je hoeft je niet te schamen voor wat er thuis onder je bed ligt.

Geen reacties | Link | 21 januari 2016 | Categorie:

De NOS geenstijlt

Geen reacties | Opgeslagen onder:

Ikea, 11 uur zondagochtend

We waren met de hond naar het strand geweest. Het was zondagochtend, bijna 11 uur, en we reden terug. In de verte zagen we de Ikea van Haarlem liggen.
‘We kunnen ook zo’n doos bij Ikea halen,’ zei mijn vrouw.
‘Dat kan,’ zei ik, en ik zei dat ik daar al op de heenweg aan had gedacht, om maar aan te geven dat ik het niet vervelend zou vinden.
‘Even gaan?’
‘Even gaan,’ zei ik, en het kon ook, want er stonden al mensen voor de deuren van de Ikea. Mijn vrouw stuurde de auto die kant op. ‘Hij zal wel om 11 uur opengaan,’ zei ze, ‘dat die mensen er al staan.’
‘Ik kijk wel even op de website,’ zei ik, en ik keek op de website, en daar zag ik dat Ikea pas om 12 uur openging.
‘Maar waarom staan die mensen er dan al,’ vroeg mijn vrouw terwijl ze de parkeerplaats op reed.
We vroegen ons af of het een speciale dag kon zijn, maar we konden niets bedenken. ‘Ik vraag het wel aan iemand,’ zei ze. Ze zette de auto neer, stapte uit, en liep naar het groepje mensen voor de deur.
Daarna liep ze terug. De hond en ik keken hoe ze weer in de auto stapte.
Ze zat even stil achter het stuur. ‘Ze wachten op het restaurant,’ zei ze. ‘Het restaurant gaat om 11 uur open. Deze mensen wachten allemaal tot het restaurant van Ikea opengaat.’
We keken nog even naar de wachtende mensen. Het waren er minstens dertig.
‘Oké,’ zeiden we, en mijn vrouw startte de auto weer, en we reden weg.

Geen reacties | Link | 13 december 2015 | Categorie:

De achterkant van Paradiso

Ik reed langs de achterkant van Paradiso, vanochtend. Ik haalde een paar langzame fietsers in op de Stadhouderskade en keek naar links en zag de bult die uit het gebouw stak aan de achterzijde, en ik realiseerde me dat ik daar over een paar dagen op het podium sta. Ik zakte een beetje terug op het fietspad en stelde me voor hoe het gaat worden, een nieuwe uitgever die dingen doet als Paradiso afhuren, een nieuw boek waar streng naar zal worden gekeken omdat ik die overstap heb gemaakt en achter me belde iemand.
Sorry, riep ik half achter me, en zette weer aan, mee met de stroom, door, door naar de kantoorbaan.

Geen reacties | Link | 12 november 2015 | Categorie:

1

Herinnering

Ik vroeg mijn vader ooit wat het verschil was tussen een straat en een laan. Hij zei dat een laan bomen had, en een straat niet.
Ik nam mijn vader serieus in alles wat hij zei.
We reden ooit over de A10, ik weet niet of dat toen al een volledige ring was, en ik vroeg wat het gebouw was waar we langsreden. ‘Een gevangenis’, zei hij. Het was een kantoor, zag ik later. Misschien zei mijn vader dat omdat hij zich voorstelde dat iedereen die op een kantoor werkte een gevangene was.