van•den•b.com

weblog [het, de; o en m -s: een ~ bijhouden] van

Walter van den Berg


“Fuck him. Fuck him to hell.”

Geen reacties | Opgeslagen onder:

Tijdlijnen en poetsen in (werktitel) Schuld

De laatste keer dat ik over de vorderingen van boek 4 schreef, had ik verteld dat ik had ‘ingeleverd’, en inderdaad, er werd gejubeld, maar het jubelen was oprecht, en het voelde fijn. Het liefst zou ik van alles uit de mail van mijn redacteur willen citeren, als een kind dat een grote rode speelgoedauto heeft gekregen en het voortdurend aan de visite wil laten zien, maar dan verklap ik van alles, over het verhaal en over de spannende dingen om het nieuwe boek heen, dus ik hou me in.

Plot

Naast het jubelen waren er natuurlijk opmerkingen, en dat waren een paar opmerkingen die ik had verwacht en een paar opmerkingen die het verhaal heel erg helpen nog beter te worden. Een deel van die opmerkingen gaat over de tijdlijnen die er door mijn plot lopen.

Mijn vorige boeken hebben niet enorm veel plot in zich. Natuurlijk zit er een verhaallijn in, maar met dit nieuwe boek moet ik echt opletten wat ik laat gebeuren in hoofdstuk X, omdat ik in hoofdstuk Y iets corresponderends laat voorvallen.

There’s an app for that

Ik weet dat Ivo Victoria de muren van zijn schrijfruimte volhangt met papier om zijn verhaal duidelijk te houden, en Niels ‘t Hooft gebruikt Excel-sheets, maar ik heb iets schrijf-specifieks gevonden: een app voor tijdlijnen.

Dat ziet er ongeveer zo uit (dit is een kleine uitsnede uit mijn hele tijdlijn):

Tijdslijn

En wat helemaal geweldig is: de tijdlijnsoftware kan integreren met mijn schrijfprogramma. Zodat ik, als ik mijn tijdlijn helemaal goed heb, binnen mijn schrijfprogramma (ik gebruik Scrivener) per hoofdstuk kan zien of ik dat hoofdstuk op het juiste tijdstip laat spelen.

De romantiek van het schrijven

Er zijn vast mensen out there die dit allemaal blasfemie vinden, waar is de romantiek van het schrijven gebleven, maar ik maak een zo goed mogelijk boek door de juiste gereedschappen te gebruiken.

Poetsen

Ik ben nu in de fase dat ik de opmerkingen verwerk, daar wil ik deze week mee klaar zijn. Dan gaat er weer gelezen worden, kijken of het boek helemaal klopt nu, en dan ga ik nog even flink poetsen. Schrijven is schrappen, dat is de bekende uitspraak, maar ik heb dit boek behoorlijk economisch geschreven. In het begin van het schrijfproces zijn er zeker scenes gesneuveld, maar dat was nog in de periode dat ik het verhaal aan het bouwen was. Toen ik het verhaal helder had, heb ik alleen maar doorgeschreven, en ik heb (nu) niet het idee dat er nog stukken uit zouden moeten. Poetsen gaat in dit geval bestaan uit meer kleur aanbrengen in scenes die ik nu nog kaal heb gelaten omdat ze nodig waren voor het plot.

De volgende keer…

De volgende keer dat ik een stukje schrijf over (werktitel) Schuld, wil ik een poging wagen te vertellen waar het boek over gaat. Ik denk dat ik het er in mijn nieuwsbrief wat openlijker over ga hebben, wat dieper inga op het thema, beetje onder ons, knus en gezellig. In die nieuwsbrief leg ik iets meer de ziel bloot. Als u interesse heeft in ontblote zielen, schrijf u in.

Dan ga ik nu verder met die tijdlijn.

Geen reacties | Link | 8 augustus 2015 | Categorie:

Lichtsignalen

Wij rijden auto, maar dat is redelijk nieuw voor ons, hoewel we allebei al flink lang ons rijbewijs hebben. Dat resulteert in elkaar complimenten geven over het rijden, en in commentaar geven bij je eigen handelingen.
We reden van het weekend over de Bos en Lommerweg, en er stond een mevrouw op haar fiets te balanceren, wachtend tot wij voorbij waren. Ik besloot vaart te minderen en het pookje bij mijn linkerhand te gebruiken: ik gaf haar een lichtsignaal.

Het gezicht van de mevrouw brak stralend open, en hup, daar ging ze, fietsend de wereld in!
‘Ik gaf lichtsignalen,’ zei ik tegen Robin, commentaar gevend op mijn eigen handeling.
‘Die mevrouw ook,’ zei Robin.

Geen reacties | Link | 5 augustus 2015 | Categorie:

De 27 niveaus van Buwalda’s titel

TV-criticus Hans Beerekamp heeft volgens zijn stuk in NRC (Blendle-link, kost centjes) een minder leuke avond gehad dan ik, met Peter Buwalda in Zomergasten.

Tegen het einde kwam de grootste held te voorschijn, de „zelfgekozen vader” Philip Roth. Die constateerde in 2000 al het uitsterven van de lezer, door de komst van al die schermen. Buwalda was het eens met die opmerking, en citeerde met grote afkeuring Salman Rushdies suggestie dat tv-series de dikke romans van nu zijn.

Dat vond Buwalda onbestaanbaar, zoiets als „karbonade door een rietje”. Wat hier uit spreekt is het halsstarrig vasthouden aan de gedachte dat een verhaal verteld in woorden altijd superieur is aan een verhaal verteld in beelden. Dat was de reden dat hele generaties geen stripboeken mochten lezen, want dat zou ten koste gaan van de traditionele literatuur. Wat hier uit spreekt is het halsstarrig vasthouden aan de gedachte dat een verhaal verteld in woorden altijd superieur is aan een verhaal verteld in beelden.

Dat was de reden dat hele generaties geen stripboeken mochten lezen, want dat zou ten koste gaan van de traditionele literatuur. Buwalda zou natuurlijk ook een paar duizend dvd’s kunnen kopen van een videotheek die ermee kapt en dan zelf ontdekken dat je ook in beeld een tijdsverloop kan manipuleren. Hij heeft er geen tijd voor, want er moeten nieuwe dikke boeken geschreven worden, te beginnen met een roman over een olieman op Sakhalin en de relatie tot zijn zoon. De werktitel De Ja-knikker „werkt op 27 niveaus”.

Waarmee Beerekamp bewijst dat het woord sterker is dan het beeld, want hij maakt iets lulligs van die 27 niveaus, iets opschepperigs, maar als je Buwalda terugkijkt, zie je dat ie dat zei met een dikke knipoog.

Het ging Buwalda niet om het manipuleren van tijdsverloop, maar om de diepte van de personages: in literatuur kan je oneindig veel dieper gaan dan in beeld. En ik denk dat hij daar gelijk in heeft, al geloof ik dat een tv-serie als The Wire in zijn vorm literatuur is, maar dan wel binnen het universum van tv. Het grappige is dat Beerekamp met zijn voorbeeld van strips die slecht zouden zijn voor de literatuur zelf al aangeeft dat het om verschillende media gaat.

Iets anders dat me nu te binnen schiet: Buwalda zei dat show, don’t tell in de literatuur onzin was. Dat dat juist het grote voordeel is van het geschreven woord, ten opzichte van beeld; bij beeld kom je dan uit bij de voice over. Ik ben in mijn boeken altijd heel veel aan het showen en weinig aan het tellen, maar ik tell zeker wel als het moet, en het mooie is: het kan. Het blijft volkomen natuurlijk.

Geen reacties | Link | 4 augustus 2015 | Categorie:

Vann, Buwalda en ouders

In het stukje dat ik eerder schreef over Aquarium van David Vann zei ik: ik heb altijd het gevoel dat ik niet meer thuiskom, als ik zijn boeken lees. Daarna zei ik dat het bij dit boek anders was, want het speelt in de stad. Zijn eerdere romans zijn allemaal wildernisboeken. Maar toen ik wat verder in het boek was, besloop me dat gevoel van niet meer thuis kunnen komen weer. Hoe kon ik dat ook denken, dat dat gevoel ook maar iets met het decor te maken heeft.

Geen idee of Vann dat expres doet, maar het is er, in ieder geval voor mij. Dus niet meer thuis kunnen komen is een terugkerend thema. Wat heel erg past bij zijn andere terugkerende thema: ouders die er een massive fuck-up van maken en het kind voor de rest van het leven beschadigen.

Gisteren zat Peter Buwalda bij Zomergasten, en hij liet een fragment zien uit een documentaire over een Chinees gezin, waarbij de dochter niet deed wat de ouders van haar verwachtten. Buwalda legde daar (voor mijn gevoel) de sympathie bij de ouders: ze doen zo hun best, en dit is wat ze oogsten.

Ik vond het een fijne aflevering, Buwalda heeft scherpe ideeën over wat literatuur kan doen — maar hij moet voor zichzelf en zijn komende romans nog even ontdekken wat voor schade ouders aan kunnen richten, al dan niet moedwillig. Maar dat is alleen maar mooi; ik hoop dat we als lezer die ontwikkeling mee zullen maken.

Wat Aquarium van Vann betreft: dat kunt u met een gerust hart lezen. Het is nog steeds niet Vanns beste boek, denk ik, dat blijft Legend of Suicide, maar het is erg, erg goed.

Geen reacties | Link | 3 augustus 2015 | Categorie:

David Vann – Aquarium

Toen ik aan David Vann werd voorgesteld, stond ik te stotteren als een schooljongen, want zo gaat dat als je je helden ontmoet. Het meisje had me naar hem toe moeten duwen — ga nou gewoon — maar al die angstjes bleken niet nodig te zijn; Vann is belachelijk aardig.

Peter van der Zwaag, hoofdredacteur vertaalde literatuur bij de Bezige Bij, stelde ons aan elkaar voor, en hij had mijn naam de dag ervoor gehoord en onthouden, dus dat hielp.  Ik zei tegen Vann dat we allebei een father thingy hadden in wat we schreven, en hij moest daar hard om lachen.

Ik ben nu heel erg diep verzonken in zijn laatste roman, Aquarium, die ik al een hele tijd in huis had maar niet wilde lezen, omdat ik alles na Legend of Suicide toch een minuscuul beetje tegen vond vallen, of omdat ik er te ongemakkelijk van werd. Ik heb een probleem met de verhalen van Vann die in de wildernis spelen — er is zo veel wildernis. Ik heb altijd het gevoel dat ik niet meer thuiskom, als ik zijn boeken lees.

Maar Aquarium speelt in de stad, en dat werkt voor mij. Ik ben nog niet over de helft, maar ik heb nu al buikpijn van het drama, zonder de extra leegte die ik voelde bij zijn eerdere boeken.

Ik weet nu wel dat ik het fout had toen ik het had over die father thingy. Het is een thingy met ouders, niet alleen met vaders, en dat geldt voor ons allebei. Ouders zijn de meest verschrikkelijke wezens die je je voor kan stellen.

Overigens was ik niet van plan fictie te lezen nu ik diep in het schrijfproces van boek 4 zit, maar ik whatsappte met een vriend die net Legend of a Suicide had gelezen en er danig ondersteboven van was en meteen Aquarium had aangeschaft. En toen begon het toch te jeuken. En nu weet ik dat ik ook vanavond niet zelf schrijf.

Ik zal later, als ik Aquarium helemaal uit heb, nog een verslagje doen (waarschijnlijk over hoe ik mijn polsen door wilde snijden toen ik het boek eenmaal dichtsloeg).

Geen reacties | Link | 29 juli 2015 | Categorie:

Shark! – de oer-Jaws

Geen reacties | Opgeslagen onder:

Een verlammend vooruitzicht

In de Volkskrant (€) een stuk over de ‘streaming’ boekendienst van Bruna, Bliyoo, waarbij je voor een vast bedrag per maand een paar duizend boeken tot je beschikking hebt op je e-reader. Teneur van het stuk is: valt tegen, minder keuze dan beloofd, en schrijvers komen er bekaaid vanaf. Abdelkader Benali zegt: ‘het gekke is dat dit soort onderhandelingen altijd loopt via de uitgevers, terwijl het draait om de auteurs.’1

Als lezer voel ik me niet aangetrokken tot de dienst. Ik ben een sucker voor nieuwe technologie, maar ik heb nog steeds geen e-reader in huis omdat ik papieren boeken briljant vind, en in mijn kast staan nog zo’n vijftig, zestig boeken ongelezen die ik nog wil lezen, en dat is al enigszins een vermoeiend vooruitzicht; een onbeperkte boekenvoorraad zou me totaal verlammen.

Dat argument over het papieren boek mag terzijde worden geschoven, want iets goeds moet je van elk medium willen lezen2, de woorden moeten het doen, niet het papier, maar hoe overleef je het idee dat er wel eens een nog beter boek in je apparaat zou kunnen zitten?

Geen reacties | Link | 13 juli 2015 | Categorie:

Robert Caro and the Man/Monster Who Built New York

Geen reacties | Opgeslagen onder:

Werktitel: Schuld

Ik heb een eerste versie van mijn nieuwe roman ingeleverd. Inleveren kan voor mensen die niet weten hoe het boekenvak werkt klinken als linkeballen voor mensen die de Tour nooit kijken. Dat inleveren doe je bij je redacteur, en je redacteur jubelt dan (over het feit dat je hebt ingeleverd) en kijkt ernaar, en is tevreden en zegt dat je zo door moet gaan, of hij/zij stuurt nog een beetje bij waar er bijsturen nodig is.

Ik zit te wachten op het ga zo door, natuurlijk, want ik zit in de roes van het schrijven en het daarbij verbeelden dat dit toch wel een boek gaat worden dat alle andere boeken overbodig gaat maken (ook boeken van anderen, dus). Maar er is een kleine kans dat er wat bijstuurberichten gaan komen, en dat is ook prima; ik zit nu in een schrijfpauze omdat er gelezen wordt, en zo’n schrijfpauze helpt om weer wat vaste grond onder de voeten te krijgen.

De vierde roman heeft als werktitel Schuld, en er is een gerede kans dat dat ook de definitieve titel gaat worden. Bekt lekker, en zit al in mijn systeem.
Ik heb wel eens in een groepje converserende schrijvers gestaan die het hadden over goed verkopende titels, en die titels zouden woordcombi’s zijn die goed zouden werken als cadeau, zoals ‘Het cadeau’ of ‘De vriendschap’ of ‘Ik vind je lief’. In die serie zou ‘Schuld’ het niet goed doen.

Maar verdorie, we hebben het over literatuur!
Dus lieve schrijversch van Nederland: ik kom er (waarschijnlijk) aan met Schuld. Geen idee of er in het verleden romans zijn verschenen die zo heetten, maar voor de komende jaren is die titel van mij.

Ik ga nu nog niet vertellen waar het boek over zal gaan, ik wil een nette logline bedenken die het in een paar krachtige zinnen kan zeggen.

Schuld (of toch een andere titel) gaat verschijnen in november. Spannend!

Geen reacties | Link | 6 juli 2015 | Categorie:

Ik ga een lelijk woord gebruiken

Om centjes te verdienen doe ik aan werken, en mijn werk op dit moment is — ik ga een lelijk woord gebruiken — contentmarketing. Ik schrijf lappen tekst om de (potentiële) klanten van mijn opdrachtgever te laten zien dat mijn opdrachtgever goed is in wat ie doet. Soms kan je met (sorry) content echt iets doen, waardevolle informatie overbrengen waar je je klant mee helpt, en soms bied je ontspanning aan.

Die ontspanning is ruis, maar ruis heeft ook een functie: het is een smeermiddel. Je laat zien dat je een leuk bedrijf bent met slimme ideeën, en als je slaagt in je opzet, willen je klanten bij je horen.

De mensen van Slack hebben iets heel knaps gedaan: een stinkend goeie podcast vol ruis gemaakt, en nu wil ik Slack gebruiken. Slack is een website of app waarop je inlogt met andere mensen waar je mee werkt, en op die website/app kan je bijhouden waar je samen aan werkt. Probleem: ik werk niet samen met mensen die Slack gebruiken.

Dat probleem terzijde: potdomme, wat een slim idee van Slack. Om de hipste ‘drager van content’ (hierna hou ik op hoor) te gebruiken om te zorgen dat mensen je product willen, zonder daar ook maar één keer naar te hoeven refereren.

Geen reacties | Link | 3 juli 2015 | Categorie:

Sony’s Robotic Dogs Are Dying A Slow And Heartbreaking Death

Geen reacties | Opgeslagen onder:

Iedere schrijver heeft één Catcher

Over debuteren en de bildungsroman

Waarin de Tweede Bildungswet van Van den Berg wordt geïntroduceerd.

Met het laatste Das Mag-festival zat ik bij een leesclubje dat The Catcher in the Rye behandelde, en het was niet het allerbeste leesclubje ooit, omdat de schrijver verhinderd was en de BN’er van dienst, Kees de Koning, het allemaal maar ongemakkelijk vond dat we bij elkaar zaten omdat hij een lievelingsboek had aangedragen, en omdat de mensen die het meest aan het woord waren twee zussen waren die het net iets te leuk vonden dat zij de mensen waren die het meest aan het woord waren. Op een gegeven moment hadden ze het over hun neef en dan op zo’n manier dat het duidelijk was dat ze vergeten waren dat er twintig mensen om ze heen zaten die hun neef niet kenden.

Maar ik zat in die kring na te denken over schrijven, en over hoe je als schrijver maar één keer de kans hebt om je eigen Catcher te schrijven.

70 procent van de debuten is coming of age

The Catcher in the Rye is een behoorlijk archetypische coming of age-roman, natuurlijk. Puberjongen schopt tegen het volwassen leven aan, kort samengevat. De meeste mensen die gaan schrijven, doen dat omdat ze zelf zo’n verhaal willen vertellen. Zonder enkele empirische basis durf ik te zeggen dat 70 procent van de debuten coming of age is, en dat de helft van de overgebleven 30 procent coming of age een betere keuze was geweest voor de debutant.
Voor mij was dat ook zo: De hondenkoning was onversneden bildung.

Ik vind dat ook logisch: een eerste boek schrijven is in zichzelf al een vorm van volwassen worden. Ik had twee slechte romans in de la liggen, en als ik met één van die dingen was gedebuteerd, had ik bij die 15 procent gehoord die met het verkeerde soort boek literatuurlandje in was gestapt. Maar (uiteindelijk) een behoorlijk boek schrijven is heel erg leerzaam. Een jaar bezig zijn met hetzelfde personage, niet opgeven als je denkt dat het allemaal waardeloos is en jezelf temperen als je denkt dat je de wereld gaat veroveren met een baanbrekende roman — je groeit op met je personage.

Prima om mee te debuteren

Een stevige bildungsroman is wat mij betreft simpel en duidelijk van opzet: een ik-verteller van jonge leeftijd vertelt een lineair verhaal; aan het eind van het verhaal is de verteller volwassener dan hij of zij aan het begin van het verhaal was. Prima om mee te debuteren dus.

Maar als je eenmaal die (jong)volwassenheid hebt bereikt, moet je ook doorgroeien. Ik denk dat je als schrijver niet te lang kan blijven hangen in de bildung.

Een schrijver die zichzelf ontwikkelt gaat experimenteren met vorm en stijl, met perspectief — nou ja, met alles. Ik ben ondertussen bij mijn vierde roman aanbeland, de boel vordert gestaag, en damn, wat ben ik aan het experimenteren, jongens.

Een paar debuten waar de schrijver zich niet voor hoeft te schamen

Als mensen die ik in het wild ontmoet horen dat ik boeken schrijf, vragen ze soms met welk boek ze moeten beginnen, en ik zeg nooit dat ze dat bij het begin moeten doen. De hondenkoning is niet een boek waar ik nog heel trots op ben. Wat alleen maar goed is, denk ik, er zijn maar een paar debuten in literatuurlandje waar de schrijver zich niet op zijn minst een beetje voor hoeft te schamen.

Maar als ik volgens mijn eigen wetten leef, was De hondenkoning de enige kans die ik had om literair te bilden. Terwijl ik af en toe een boek in mijn handen heb waardoor ik zin krijg om weer zoiets te maken. En niet eens goeie boeken; ik had het met Tai Pei van Tao Lin bijvoorbeeld. Niet uitgelezen, maar mijn bildungszenuw begon ervan te jeuken.

De tweede bildungswet van Van den Berg

Omdat ik die wetten allemaal zelf uitvind, bedenk ik er nu nog één: als volwassen geworden schrijver mag je je nog één keer aan de coming of age wagen. Een goeie, degelijke roman, lineair verteld, vanuit een ik-verteller. Waarin je als schrijver meeneemt wat je in de romans ná je debuut geleerd hebt.

Bepaal voor jezelf wanneer je dat doet, of het na boek 4 of 5 of 10 is; de kwaliteit van de roman zal aangeven hoe volwassen je als schrijver bent geworden. Ik denk voor mezelf dat ik er na boek 5 aan toe ben.

Lullig voor de paar schrijvers die hun beste boek al met hun debuut hebben afgeleverd, ik weet het, maar voor hun is het leven toch al een groot tranendal na dat vroege pieken.

Geen reacties | Link | 17 juni 2015 | Categorie:

Krom

Er blafte een hond, fel en kort. We keken op en we zagen een man gehaast uit het koffiehuis weglopen. De man had een grote kin, Bob-Rosshaar, kleurige kleren, en hij liep voorovergebogen, krom, beschadigd. Het scenario dat zich waarschijnlijk had afgespeeld: man komt koffiehuis binnen, ziet hondje, buigt naar hondje, hondje blaft.

Het hondje moest hem niet.

Iedereen in het koffiehuis had opgekeken, en een vrouw zei over de hond: ‘nou, hij heeft er wel een neus voor.’

Ik keek hoe de man buiten een rugzak in een fietstas liet zakken, en onhandig de Haarlemmerdijk overstak, de fiets aan zijn hand. Nog steeds krom. Misschien nog wel iets meer beschadigd. Het hondje moest hem niet. De eenzaamheid die zijn kromme rug uitstraalde was verpletterend.

Geen reacties | Link | 13 juni 2015 | Categorie:

Paul Ford: What is Code?

Geen reacties | Opgeslagen onder:

How to design a metaphor

Geen reacties | Opgeslagen onder:

Bevat lucht

Omdat ik zelf aan het schrijven ben aan iets nieuws, lukt het me niet heel erg romans te lezen, dus ik heb me op de non-fictie gestort. Ik ben Big Data (link naar vertaling) van Viktor Mayer-Schönberger & Kenneth Cukier aan het lezen, want da’s interessante materie waar ik zelf later ook nog slimme dingen over wil zeggen, maar nu gaat het me even om het boek.

Ik heb nooit veel non-fictieboeken gelezen, vooral omdat ik me afvroeg hoe je een heel boek vol zou kunnen schrijven over een bepaald onderwerp — en dat vraag ik me nu nog steeds af, eerlijk gezegd.

Viktor en Kenneth hebben tweehonderdplus pagina’s volgetikt, en het is allemaal heel leesbaar, maar alle informatie had gecondenseerd in een degelijk artikel in een tijdschrift kunnen staan.

Ik begrijp dat een artikel in een tijdschrift flink wat minder oplevert dan een goedverkopend boek, maar ik vind dat er voortaan een disclaimer op zulke boeken mag: opgeschudde versie, bevat lucht.

Geen reacties | Link | 5 juni 2015 | Categorie:

The Untold Story of Silk Road

Episch stuk in WIRED over de speurtocht naar de oprichter van Silk Road. Nu in het nieuws met de veroordeling.

Just then the front door burst open, knocked off its hinges by a SWAT team wielding a battering ram. Quickly the house was flooded by cops in riot gear and black masks, weapons at the ready. There was Green, covered in cocaine and flanked by two Chihuahuas.

De link: Silk Road: The Untold Story.

Geen reacties | Opgeslagen onder:

Love or hate them, East London’s hipsters have fuelled a vast economy

Geen reacties | Opgeslagen onder:

Python

In een ver verleden heb ik mijn geld verdiend door in een texteditor XSLT-scriptjes te tikken. Als ik over dat verleden praat, noem ik de mezelf van toen, afhankelijk van het gezelschap, ‘programmeur’, maar echte programmeurs moeten daar dan natuurlijk om lachen.

Ik heb in dat verre verleden ook regelmatig een poging gewaagd een echte programmeur te worden, of in ieder geval: mezelf een echte programmeertaal aan te leren. Het probleem daarbij: elk boek dat je een programmeertaal aan zou kunnen leren, was belachelijk moeilijk. Elk boek begon met een hello-world-voorbeeld om daarna een duizelingwekkende diepte in te duiken.

Bs13i6LCcAAvwCf

Maar: we zijn niet meer afhankelijk van boeken, want nu is er Het Internet.

Dat is een grapje natuurlijk; maar het lijkt wel of nu pas de voordelen van internet worden gezien door de hardcore nerd die als enige in staat is een programmeertaal uit te leggen aan leken.

Ik ben in mijn vrije tijd bezig om Python te leren op codeacademy.com. Python wordt nu gezien als de best leerbare programmeertaal, en de oefeningen op codeacademy zijn goed te begrijpen, dus het begint erop te lijken dat ik ergens ga komen.
Ik heb nog wel de fout gemaakt om Learning Python aan te schaffen, gewoon, omdat ik het een beetje begon te snappen. Maar dat boek heeft 1600 bladzijden die direct op het niveau zitten van het tweede plaatje van de uil hierboven. Sommige dingen zal ik nooit leren.

Python is niet mijn einddoel; ik wil eerst leren programmeren, daarna wil ik iets kunnen maken, een app bijvoorbeeld, als companion bij een volgende roman.

Geen reacties | Link | 18 mei 2015 | Categorie: