van•den•b.com

weblog [het, de; o en m -s: een ~ bijhouden] van

Walter van den Berg


De retweet (2)

Geen reacties | Link | 9 februari 2016 | Categorie:

‘Een fenomenaal schrijver’

Op radio 1 in de Tros Nieuwsshow besprak Jeroen Vullings Schuld. Luister vanaf 2:37. Hij noemt me aan het eind van zijn bespreking ‘een fenomenaal schrijver’, en ik loop dus flink naast mijn schoenen nu.

(Ik was van de week ook te gast bij Nooit Meer Slapen op Radio 1, en ik werd geïnterviewd door Ester Naomi Perquin. Terug te luisteren via de site van de VPRO. Als je kijkt naar de beelden van de webcam: volgende keer zal ik wat rechterop gaan zitten.)

Geen reacties | Link | 7 februari 2016 | Categorie:

‘Een blik sociale ellende uit Amsterdam Nieuw-West’

In de Vrij Nederland stond een mooie recensie van Jeroen Vullings.

In een paar trefzekere pennestreken van Van den Berg hebben we weet van de misère van Ron, die zijn hoofd boven water probeert te houden in een met schulden belast bestaan: geen geld, geen onderdak, plus de zorg voor zijn zestienjarige zoon Kevin – niemand weet waar hij uithangt, hij is zogezegd ‘moeilijk te bereiken’.

Ja, Van den Berg vergast ons weer op een blik sociale ellende, met als basis Amsterdam Nieuw-West. Dus welkom in de wereld van de halveliterblikken Euroshopper-bier met zes Polen op twee driezitsbanken in een woonkamer.

De hele recensie is online te lezen: ‘Een blik sociale ellende uit Amsterdam Nieuw-West‘.

Je kan Schuld direct bij mijn uitgever kopen. Het e-book is er ook, en dat kost 7 euro.

Geen reacties | Link | 7 februari 2016 | Categorie:

De retweet (1)

Geen reacties | Link | 29 januari 2016 | Categorie:

‘Een actuele stadstragedie van klassieke allure’

In de Groene Amsterdammer van 28 januari staat de eerste recensie voor Schuld, en het is een goeie. Je kan ‘m op Blendle lezen voor 29 cent.

Een paar quotes uit de recensie:

Schuld is een actuele stadstragedie van klassieke allure, die zich over krap een decennium uitstrekt en schoksgewijs wordt verteld door de verschillende betrokkenen. Allereerst dus broer Ron, de prototypische sjacheraar, geen geld, geen huis, maar wel een zoon voor wie hij eigenlijk niet kan zorgen. Ron is de ideale prooi voor het type creatieve schuldeiser dat witte Mo wordt genoemd sinds hij met Marokkanen begon om te gaan. ‘Mo heette Edwin voor hij Mo werd, maar alleen zijn moeder en de officier van justitie noemden hem nog zo.’ Witte Mo loopt ook in de winter op badslippers, en consequent met een slepend been, een gewoonte die hij twintig jaar eerder heeft afgekeken van zwarte jongens. ‘(…) er waren toen wel meer witte jongens die die sleep overnamen, maar Mo was blijven slepen’.

En:

(…) Dat je vervolgens met die mond open naar binnen kijkt, zegt natuurlijk alles over de kracht waarmee dit boek is geschreven. In klinkklare taal en in scherp gesneden scènes werkt de schrijver langzaam naar de climax toe, en laat hij alles op z’n plaats vallen.

En:

De ontroerende apotheose van dit rauwe noodlotsdrama van goede bedoelingen, domme pech en lafhartig wegkijken moet dan nog komen. Héle sterke shit van Van den Berg, dit verhaal over menselijkheid.

Schuld ligt deze zaterdag in de winkel, maar je kan ook nog de luxe-editie bestellen, rechtstreeks bij mijn uitgever.

Geen reacties | Link | 27 januari 2016 | Categorie:

De verplichte boekenlijst

Ik ben van oorsprong een mavoklantje, en voor mijn lijst moest ik vijf boeken lezen. Ik wilde wel al schrijver worden toen ik 15, 16 was, maar dat betekende nog niet dat ik van boeken hield — ik had alleen ontdekt dat ik dat schrijven wel aardig kon. Dus die lijst, voor zover je het een lijst kon noemen, was een bezoeking.

Er stonden geen verplichte boeken op mijn lijst; mijn school ademde in 1985/86 nog lichtjes een jaren 70-vrijheid, en daar kwam bij dat mijn leraar Nederlands geen enkel geloof in zijn mavoleerlingen had. De vwo-ertjes op de scholengemeenschap kregen hopelijk wat meer dwingende liefde van hem, maar meneer Cordes vond het prima als zijn mavokneuzen een Suske en Wiske lazen voor het eindexamen.

Ik weet nog twee boeken die ik op mijn lijst had gezet: Wolf van Gerard Reve (omdat ik dacht dat het over een wolf ging, en wolven vond ik mooie beesten) en De avonturen van Baron von Münchhausen. Nee, dat sloeg inderdaad nergens op. Wat ik ervan heb onthouden is dat ik na het lezen nog steeds niet van boeken hield. Of in ieder geval: dat ik er nog niet van wilde houden.

Als meneer Cordes wél een verplichte boekenlijst had aangehouden, was er misschien een kans geweest dat ik bij een goed boek terechtgekomen was, en dan was er een kans geweest dat ik wat eerder niet verplicht boeken was gaan lezen. Maar waarschijnlijk niet.

Ik denk dat wel of niet boeken lezen bij pubers vooral te maken heeft met schaamte, met ergens wel of niet bij willen horen, omdat alles wat je doet als puber met schaamte te maken heeft. Een vwo-leerling zal veel eerder een boek lezen, ook al hoef je er niet extra intelligent voor te zijn, alleen maar omdat ie tussen andere pubers zitten die ook wel eens een boek zouden kunnen lezen voor hun plezier. Als je op de mavo of lager zit, ben je de lul als je je interesseert in iets dat niet stoer is.

Als je wil dat pubers in alle sociale lagen openlijk boeken lezen, maak dan duidelijk dat je bij het lezen van een boek net zoiets mee kan maken als je meemaakt bij het kijken van een film, maar dan beter. Maar dat gaat je niet lukken.

Wat de echte oplossing zou zijn: maak de puber duidelijk dat de omgeving van de puber niet alles hoeft te weten. Je kan een boek lezen als je in bed ligt en niemand van je stoere vrienden hoeft het te weten. Je kan je eigen wereld hebben. De alledaagse schaamte op de gangen van de middelbare school is misschien onvermijdelijk, maar je hoeft je niet te schamen voor wat er thuis onder je bed ligt.

Geen reacties | Link | 21 januari 2016 | Categorie:

De NOS geenstijlt

Geen reacties | Opgeslagen onder:

Ikea, 11 uur zondagochtend

We waren met de hond naar het strand geweest. Het was zondagochtend, bijna 11 uur, en we reden terug. In de verte zagen we de Ikea van Haarlem liggen.
‘We kunnen ook zo’n doos bij Ikea halen,’ zei mijn vrouw.
‘Dat kan,’ zei ik, en ik zei dat ik daar al op de heenweg aan had gedacht, om maar aan te geven dat ik het niet vervelend zou vinden.
‘Even gaan?’
‘Even gaan,’ zei ik, en het kon ook, want er stonden al mensen voor de deuren van de Ikea. Mijn vrouw stuurde de auto die kant op. ‘Hij zal wel om 11 uur opengaan,’ zei ze, ‘dat die mensen er al staan.’
‘Ik kijk wel even op de website,’ zei ik, en ik keek op de website, en daar zag ik dat Ikea pas om 12 uur openging.
‘Maar waarom staan die mensen er dan al,’ vroeg mijn vrouw terwijl ze de parkeerplaats op reed.
We vroegen ons af of het een speciale dag kon zijn, maar we konden niets bedenken. ‘Ik vraag het wel aan iemand,’ zei ze. Ze zette de auto neer, stapte uit, en liep naar het groepje mensen voor de deur.
Daarna liep ze terug. De hond en ik keken hoe ze weer in de auto stapte.
Ze zat even stil achter het stuur. ‘Ze wachten op het restaurant,’ zei ze. ‘Het restaurant gaat om 11 uur open. Deze mensen wachten allemaal tot het restaurant van Ikea opengaat.’
We keken nog even naar de wachtende mensen. Het waren er minstens dertig.
‘Oké,’ zeiden we, en mijn vrouw startte de auto weer, en we reden weg.

Geen reacties | Link | 13 december 2015 | Categorie:

De achterkant van Paradiso

Ik reed langs de achterkant van Paradiso, vanochtend. Ik haalde een paar langzame fietsers in op de Stadhouderskade en keek naar links en zag de bult die uit het gebouw stak aan de achterzijde, en ik realiseerde me dat ik daar over een paar dagen op het podium sta. Ik zakte een beetje terug op het fietspad en stelde me voor hoe het gaat worden, een nieuwe uitgever die dingen doet als Paradiso afhuren, een nieuw boek waar streng naar zal worden gekeken omdat ik die overstap heb gemaakt en achter me belde iemand.
Sorry, riep ik half achter me, en zette weer aan, mee met de stroom, door, door naar de kantoorbaan.

Geen reacties | Link | 12 november 2015 | Categorie:

1

Herinnering

Ik vroeg mijn vader ooit wat het verschil was tussen een straat en een laan. Hij zei dat een laan bomen had, en een straat niet.
Ik nam mijn vader serieus in alles wat hij zei.
We reden ooit over de A10, ik weet niet of dat toen al een volledige ring was, en ik vroeg wat het gebouw was waar we langsreden. ‘Een gevangenis’, zei hij. Het was een kantoor, zag ik later. Misschien zei mijn vader dat omdat hij zich voorstelde dat iedereen die op een kantoor werkte een gevangene was.

Wit, man, met privileges

Ik had mijn fiets neergezet in de ondergrondse fietsenstalling, ik had mijn pas gevonden in mijn tas, en ik was door de draaideur gebliept. Ik liep door de gang die onder het kantoorgebouw doorloopt, naar de B-toren; ik moest naar B3C.
In de keldergang knikte ik naar iemand die uit de ‘kleedkamer voor fietsers’ kwam, speciaal ingericht voor de mensen die op de racefiets komen en hun zeemleren broekjes willen ruilen voor kantoorkleren. Verderop zat ook een douche. De douche en de kleedkamer zaten onhandig ver uit elkaar.
Ik liep verder, en ik kwam bij het lifthuis van de B-toren, en de kelderverdiepingen van de lifthuizen zijn altijd rommelig; er worden dingen neergezet waar nog iets mee moest: bureau’s, wandpanelen, lege kartonnen dozen.
Nu stond er tussen de kartonnen dozen een van de Afrikaanse vrouwen die samen de schoonmaakploeg zijn, kleine vrouwen, allemaal dik, allemaal langzaam in hun bewegingen; als ze door het gebouw gaan doen ze dat door hun gewicht te verplaatsen, van de ene voet op de andere voet. De vrouw stond vuilnisbakken te schrobben.
Ik zei ‘goeiemorgen’, maar niet hard genoeg; het lifthuis was net te ruim om mijn zachte groet ver genoeg te brengen. Ik drukte op de knop van de lift en ik wachtte op de lift die me naar mijn verdieping zou brengen, naar mijn bureau waar ik acht uur zou zitten tegen een uurtarief dat waarschijnlijk het vijfvoudige was van wat de vrouw nu aan het verdienen was met het schrobben van die vuilnisbakken, en ik stond met mijn rug naar de vrouw die mijn goeiemorgen niet had gehoord of die ervoor had gekozen mijn goeiemorgen niet te willen horen, en ik vond die keuze volledig gerechtvaardigd.

Geen reacties | Link | 11 november 2015 | Categorie:

Waarom ik overstap naar een andere uitgever

Das Mag, mijn nieuwe uitgeverij, leeft. Er is in ieder geval rumoer: mijn twee nieuwe bazen schreven een opiniestuk over wat ze allemaal anders gaan doen, en daar is een antwoord op gekomen van de gevestigde uitgevers: zo anders gaan jullie het helemaal niet doen, jong rapaille.

De gevestigde uitgevers hebben daar misschien een heel klein beetje gelijk in, weet ik niet, ik ben zelf geen uitgever; ik ben alleen maar zo’n schrijver die als een soort hulpbondscoach op de bank zit te mopperen dat het allemaal beter moet, en ik heb er verstand van zolang mijn gemopper in mijn eigen huiskamer blijft. Maar er is iets waar aan voorbij wordt gegaan in deze discussie: Das Mag heeft jonge lezers gevonden.

Lezen is weer hip, net als breien en koffie maken met een handmolentje. Straks is breien weer vergeten en heeft iedereen toch een Nespresso staan, maar lezen blijft fokking briljant. Als je eenmaal doorhebt hoe geweldig het kan zijn om een paar dagen in een boek te zitten, om naar huis te willen om dat boek weer op te pakken, hebben we je waar we je hebben willen.

En dat is wat Das Mag doet: ze halen jonge lezers binnen. Met hun leesclubfestivals in Amsterdam, Londen en Berlijn en hun zomerkampen waar ze jong talent bij elkaar zoeken (talent dat hun vrienden ook weer wijst op het bestaan van zoiets moois als lezen). En met wat voor dingen ze verder allemaal gaan verzinnen.

Misschien doen mijn nieuwe bazen de dingen op technisch vlak het allemaal niet eens zo heel anders dan de gevestigde uitgeverijen – ome Joost Nijssen is vast niet voor niets een beetje boos geworden – maar Das Mag is al op een plek waar heel weinig uitgevers zijn: in de wereld van de jonge lezer.

Een dikke sorry naar De Bezige Bij, mijn lieve, oude uitgever, die nog steeds heel goed is in boeken maken voor het publiek dat ze daar al hebben. Maar mijn boeken pasten daar kennelijk niet goed bij. Mijn laatste roman, Van dode mannen win je niet, werd behoorlijk de hemel in geprezen, maar qua verkoop gebeurde er weinig. En dat is waar ik een uitgever voor nodig heb: de verkoop.

Niet omdat ik er rijk van wil worden (jawel hoor), maar omdat ik boeken schrijf om gelezen te worden door de mensen van wie ik vind dat ze ze zouden moeten lezen. Ik denk dat maar een deel van die mensen in het publiek zit dat aangesproken wordt door de gevestigde uitgeverijen, en dat er nog een groot ander deel gevonden kan worden (of misschien al is gevonden) door mijn nieuwe uitgevers, Daniël van der Meer en Toine Donk.


Mijn volgende boek heet Schuld, en Das Mag gaat een mooie uitgeverij worden; maar we hebben nog mede-oprichters nodig. Investeer en krijg drie mooie boeken thuisgestuurd.

Geen reacties | Link | 22 oktober 2015 | Categorie:

De onthulling: ik ga naar uitgeverij ‘Das Mag’

In mijn eerdere berichten over het Volgende Boek — dat definitief Schuld gaat heten — heb ik een beetje om de boel heen gedraaid, en het zou nog heel even geheim moeten blijven, maar mijn vierde verschijnt bij een andere uitgeverij: Das Mag. Dat is gisteren bekendgemaakt door NRC,

Das Magazin is begonnen als een literair tijdschrift, en de mannen die dat tijdschrift hebben opgericht, Daniël van der Meer en Toine Donk, hebben het lef om mooie nieuwe dingen te proberen. Zo hebben ze bijvoorbeeld in november een leesclubfestival in Londen. En als je al eens op zo’n soortgelijk festival in Amsterdam bent geweest, weet je dat dat bijzonder gaat worden.

Dus als zij een uitgeverij oprichten (nog geen website om naar te linken, want het had nog even geheim moeten blijven), weet je als schrijver dat dat ook bijzonder gaat worden.

Ik had tegen de verslaggever van NRC gezegd dat het een geen-commentaardingetje was, voorlopig, dus ik zal hier ook niet te veel uit gaan weiden over uitgevers en hoe het allemaal is gekomen, maar ik kan wel zeggen dat ik heel blij ben met Das Mag. Het gaat een mooi avontuur worden. Met dit komende boek en alle volgende boeken.

Geen reacties | Link | 2 oktober 2015 | Categorie:

“Fuck him. Fuck him to hell.”

Geen reacties | Opgeslagen onder:

Tijdlijnen en poetsen in (werktitel) Schuld

De laatste keer dat ik over de vorderingen van boek 4 schreef, had ik verteld dat ik had ‘ingeleverd’, en inderdaad, er werd gejubeld, maar het jubelen was oprecht, en het voelde fijn. Het liefst zou ik van alles uit de mail van mijn redacteur willen citeren, als een kind dat een grote rode speelgoedauto heeft gekregen en het voortdurend aan de visite wil laten zien, maar dan verklap ik van alles, over het verhaal en over de spannende dingen om het nieuwe boek heen, dus ik hou me in.

Plot

Naast het jubelen waren er natuurlijk opmerkingen, en dat waren een paar opmerkingen die ik had verwacht en een paar opmerkingen die het verhaal heel erg helpen nog beter te worden. Een deel van die opmerkingen gaat over de tijdlijnen die er door mijn plot lopen.

Mijn vorige boeken hebben niet enorm veel plot in zich. Natuurlijk zit er een verhaallijn in, maar met dit nieuwe boek moet ik echt opletten wat ik laat gebeuren in hoofdstuk X, omdat ik in hoofdstuk Y iets corresponderends laat voorvallen.

There’s an app for that

Ik weet dat Ivo Victoria de muren van zijn schrijfruimte volhangt met papier om zijn verhaal duidelijk te houden, en Niels ‘t Hooft gebruikt Excel-sheets, maar ik heb iets schrijf-specifieks gevonden: een app voor tijdlijnen.

Dat ziet er ongeveer zo uit (dit is een kleine uitsnede uit mijn hele tijdlijn):

Tijdslijn

En wat helemaal geweldig is: de tijdlijnsoftware kan integreren met mijn schrijfprogramma. Zodat ik, als ik mijn tijdlijn helemaal goed heb, binnen mijn schrijfprogramma (ik gebruik Scrivener) per hoofdstuk kan zien of ik dat hoofdstuk op het juiste tijdstip laat spelen.

De romantiek van het schrijven

Er zijn vast mensen out there die dit allemaal blasfemie vinden, waar is de romantiek van het schrijven gebleven, maar ik maak een zo goed mogelijk boek door de juiste gereedschappen te gebruiken.

Poetsen

Ik ben nu in de fase dat ik de opmerkingen verwerk, daar wil ik deze week mee klaar zijn. Dan gaat er weer gelezen worden, kijken of het boek helemaal klopt nu, en dan ga ik nog even flink poetsen. Schrijven is schrappen, dat is de bekende uitspraak, maar ik heb dit boek behoorlijk economisch geschreven. In het begin van het schrijfproces zijn er zeker scenes gesneuveld, maar dat was nog in de periode dat ik het verhaal aan het bouwen was. Toen ik het verhaal helder had, heb ik alleen maar doorgeschreven, en ik heb (nu) niet het idee dat er nog stukken uit zouden moeten. Poetsen gaat in dit geval bestaan uit meer kleur aanbrengen in scenes die ik nu nog kaal heb gelaten omdat ze nodig waren voor het plot.

De volgende keer…

De volgende keer dat ik een stukje schrijf over (werktitel) Schuld, wil ik een poging wagen te vertellen waar het boek over gaat. Ik denk dat ik het er in mijn nieuwsbrief wat openlijker over ga hebben, wat dieper inga op het thema, beetje onder ons, knus en gezellig. In die nieuwsbrief leg ik iets meer de ziel bloot. Als u interesse heeft in ontblote zielen, schrijf u in.

Dan ga ik nu verder met die tijdlijn.

Geen reacties | Link | 8 augustus 2015 | Categorie:

Lichtsignalen

Wij rijden auto, maar dat is redelijk nieuw voor ons, hoewel we allebei al flink lang ons rijbewijs hebben. Dat resulteert in elkaar complimenten geven over het rijden, en in commentaar geven bij je eigen handelingen.
We reden van het weekend over de Bos en Lommerweg, en er stond een mevrouw op haar fiets te balanceren, wachtend tot wij voorbij waren. Ik besloot vaart te minderen en het pookje bij mijn linkerhand te gebruiken: ik gaf haar een lichtsignaal.
Het gezicht van de mevrouw brak stralend open, en hup, daar ging ze, fietsend de wereld in!
‘Ik gaf lichtsignalen,’ zei ik tegen Robin, commentaar gevend op mijn eigen handeling.
‘Die mevrouw ook,’ zei Robin.

Geen reacties | Link | 5 augustus 2015 | Categorie:

De 27 niveaus van Buwalda’s titel

TV-criticus Hans Beerekamp heeft volgens zijn stuk in NRC (Blendle-link, kost centjes) een minder leuke avond gehad dan ik, met Peter Buwalda in Zomergasten.

Tegen het einde kwam de grootste held te voorschijn, de „zelfgekozen vader” Philip Roth. Die constateerde in 2000 al het uitsterven van de lezer, door de komst van al die schermen. Buwalda was het eens met die opmerking, en citeerde met grote afkeuring Salman Rushdies suggestie dat tv-series de dikke romans van nu zijn.

Dat vond Buwalda onbestaanbaar, zoiets als „karbonade door een rietje”. Wat hier uit spreekt is het halsstarrig vasthouden aan de gedachte dat een verhaal verteld in woorden altijd superieur is aan een verhaal verteld in beelden. Dat was de reden dat hele generaties geen stripboeken mochten lezen, want dat zou ten koste gaan van de traditionele literatuur. Wat hier uit spreekt is het halsstarrig vasthouden aan de gedachte dat een verhaal verteld in woorden altijd superieur is aan een verhaal verteld in beelden.

Dat was de reden dat hele generaties geen stripboeken mochten lezen, want dat zou ten koste gaan van de traditionele literatuur. Buwalda zou natuurlijk ook een paar duizend dvd’s kunnen kopen van een videotheek die ermee kapt en dan zelf ontdekken dat je ook in beeld een tijdsverloop kan manipuleren. Hij heeft er geen tijd voor, want er moeten nieuwe dikke boeken geschreven worden, te beginnen met een roman over een olieman op Sakhalin en de relatie tot zijn zoon. De werktitel De Ja-knikker „werkt op 27 niveaus”.

Waarmee Beerekamp bewijst dat het woord sterker is dan het beeld, want hij maakt iets lulligs van die 27 niveaus, iets opschepperigs, maar als je Buwalda terugkijkt, zie je dat ie dat zei met een dikke knipoog.

Het ging Buwalda niet om het manipuleren van tijdsverloop, maar om de diepte van de personages: in literatuur kan je oneindig veel dieper gaan dan in beeld. En ik denk dat hij daar gelijk in heeft, al geloof ik dat een tv-serie als The Wire in zijn vorm literatuur is, maar dan wel binnen het universum van tv. Het grappige is dat Beerekamp met zijn voorbeeld van strips die slecht zouden zijn voor de literatuur zelf al aangeeft dat het om verschillende media gaat.

Iets anders dat me nu te binnen schiet: Buwalda zei dat show, don’t tell in de literatuur onzin was. Dat dat juist het grote voordeel is van het geschreven woord, ten opzichte van beeld; bij beeld kom je dan uit bij de voice over. Ik ben in mijn boeken altijd heel veel aan het showen en weinig aan het tellen, maar ik tell zeker wel als het moet, en het mooie is: het kan. Het blijft volkomen natuurlijk.

Geen reacties | Link | 4 augustus 2015 | Categorie:

Vann, Buwalda en ouders

In het stukje dat ik eerder schreef over Aquarium van David Vann zei ik: ik heb altijd het gevoel dat ik niet meer thuiskom, als ik zijn boeken lees. Daarna zei ik dat het bij dit boek anders was, want het speelt in de stad. Zijn eerdere romans zijn allemaal wildernisboeken. Maar toen ik wat verder in het boek was, besloop me dat gevoel van niet meer thuis kunnen komen weer. Hoe kon ik dat ook denken, dat dat gevoel ook maar iets met het decor te maken heeft.

Geen idee of Vann dat expres doet, maar het is er, in ieder geval voor mij. Dus niet meer thuis kunnen komen is een terugkerend thema. Wat heel erg past bij zijn andere terugkerende thema: ouders die er een massive fuck-up van maken en het kind voor de rest van het leven beschadigen.

Gisteren zat Peter Buwalda bij Zomergasten, en hij liet een fragment zien uit een documentaire over een Chinees gezin, waarbij de dochter niet deed wat de ouders van haar verwachtten. Buwalda legde daar (voor mijn gevoel) de sympathie bij de ouders: ze doen zo hun best, en dit is wat ze oogsten.

Ik vond het een fijne aflevering, Buwalda heeft scherpe ideeën over wat literatuur kan doen — maar hij moet voor zichzelf en zijn komende romans nog even ontdekken wat voor schade ouders aan kunnen richten, al dan niet moedwillig. Maar dat is alleen maar mooi; ik hoop dat we als lezer die ontwikkeling mee zullen maken.

Wat Aquarium van Vann betreft: dat kunt u met een gerust hart lezen. Het is nog steeds niet Vanns beste boek, denk ik, dat blijft Legend of Suicide, maar het is erg, erg goed.

Geen reacties | Link | 3 augustus 2015 | Categorie:

David Vann – Aquarium

Toen ik aan David Vann werd voorgesteld, stond ik te stotteren als een schooljongen, want zo gaat dat als je je helden ontmoet. Het meisje had me naar hem toe moeten duwen — ga nou gewoon — maar al die angstjes bleken niet nodig te zijn; Vann is belachelijk aardig.

Peter van der Zwaag, hoofdredacteur vertaalde literatuur bij de Bezige Bij, stelde ons aan elkaar voor, en hij had mijn naam de dag ervoor gehoord en onthouden, dus dat hielp.  Ik zei tegen Vann dat we allebei een father thingy hadden in wat we schreven, en hij moest daar hard om lachen.

Ik ben nu heel erg diep verzonken in zijn laatste roman, Aquarium, die ik al een hele tijd in huis had maar niet wilde lezen, omdat ik alles na Legend of Suicide toch een minuscuul beetje tegen vond vallen, of omdat ik er te ongemakkelijk van werd. Ik heb een probleem met de verhalen van Vann die in de wildernis spelen — er is zo veel wildernis. Ik heb altijd het gevoel dat ik niet meer thuiskom, als ik zijn boeken lees.

Maar Aquarium speelt in de stad, en dat werkt voor mij. Ik ben nog niet over de helft, maar ik heb nu al buikpijn van het drama, zonder de extra leegte die ik voelde bij zijn eerdere boeken.

Ik weet nu wel dat ik het fout had toen ik het had over die father thingy. Het is een thingy met ouders, niet alleen met vaders, en dat geldt voor ons allebei. Ouders zijn de meest verschrikkelijke wezens die je je voor kan stellen.

Overigens was ik niet van plan fictie te lezen nu ik diep in het schrijfproces van boek 4 zit, maar ik whatsappte met een vriend die net Legend of a Suicide had gelezen en er danig ondersteboven van was en meteen Aquarium had aangeschaft. En toen begon het toch te jeuken. En nu weet ik dat ik ook vanavond niet zelf schrijf.

Ik zal later, als ik Aquarium helemaal uit heb, nog een verslagje doen (waarschijnlijk over hoe ik mijn polsen door wilde snijden toen ik het boek eenmaal dichtsloeg).

Geen reacties | Link | 29 juli 2015 | Categorie:

Shark! – de oer-Jaws

Geen reacties | Opgeslagen onder: