Wat het dus is, als je een hond hebt: dan groet je andere mensen met een hond.
Ik heb dat niet bedacht, maar zo gaat het. Net als mensen die op een motor rijden of in een bootje zitten. Dan zit je in je bootje en dan gaat je vinger omhoog.
Hoi.
Hoi.
Zo gaat dat dus ook als je een hond hebt en ermee in het park loopt. De honden snuffelen aan elkaars kruis en omdat dat niet anders dan intiem genoemd kan worden, voel je je bijna verplicht om de andere hondeneigenaar te groeten.
Hoi.
Hoi.
Dat wil zeggen: in elk ander park dan het Vondelpark.
Als je met je hond door het Vondelpark loopt, word je straal genegeerd door de anderen. Honden met de neuzen in elkaars poeperd: bazen kijken ieder een andere kant op.
Raar toch.
Nou ja, dat vind ik raar.
over
Walter van den Berg schrijft boeken. En stukjes voor tijdschriften en kranten en, als het even niet meezit, het grootkapitaal.
Walter van den Berg heeft al verkering.
Open brief 1
Het ergste is dat ik jullie verwaarloos terwijl ik elke dag wel een keer denk: oh ik heb zin om iets op vandenb.com te zetten! Maar ja -- jullie zijn wel wat verwaarlozing gewend, natuurlijk.
Nou ja, een nauwelijks afdoende pleister op de wond: ik schrijf een week of tien achter elkaar elke dinsdag de 'open brief' in de NRC Next, en ik plak de eerste hieronder.
Ik gebruik het woord vroeger iets te vaak. Vroeger, zeg ik dan tegen mijn vriendin, als ik een verhaal wil beginnen, en dan zegt zij het ook meteen: vroeger – waardoor alles wat ik wilde gaan zeggen meteen een ouwelullenverhaal is geworden. Vroeger had je alleen maar elleboogjesmacaroni in de winkel, en dat was al exotisch. Ouwelullen. Daar moet ik mee uitkijken, anders gaat mijn vriendin nog doorkrijgen dat ik echt een ouwe lul ben.
Laatst zag ik Birkenstocks in een hippe winkel liggen. Of nee, het ging anders: het viel me plotseling op dat Birkenstocks geleidelijk hip waren geworden, en meer nog dan dat, dat ik ze zelf hip vond.
Birkenstocks zijn godbetert sandalen die vroeger door degelijke verpleegsters en muffe studiemutsjes werden gedragen; nu lopen mensen die weten waar het om draait erop. En ik begrijp dat.
Leggings – ook zoiets. In de jaren tachtig werden leggings door anita's en vrouwen die niks anders over hun buik kregen gedragen, nu heeft mijn vriendin een legging (zij weet waar het om draait) en ik vind 'r hot als ze 'm draagt. Een jaar of twee geleden had ik er ernstig aan getwijfeld naast haar te gaan lopen, nu weet ik dat het kan. Maar waarom? Ik lees geen bladen waar dat in wordt verteld ('Je kan weer rustig naast je vriendin lopen als ze een legging draagt') en ik geloof niet dat ik heel opmerkzaam ben qua straatbeeld ('Goh, wat een hoop leggings zag ik vandaag'), dus hoe komt het dat ik leggings en Birkenstocks plotseling vind kloppen?
Ach – ik moet me er ook niet druk om maken. Het werkt, dus het werkt. Het enige waar ik me druk om moet maken is de wetenschap dat het een keer voorbij gaat zijn, het deel zijn van dat specifieke collectieve bewustzijn.
Wee mij, alvast. Wee jullie ook, verdikkie.
Planeet vandenb
1.
We zijn terug hoor! Parijs was mooi, maar er zouden iets minder toeristen rond moeten lopen (ja, ik ben me ervan bewust dat ik toerist was) en Fransen zijn ook niet echt leuk. Ik bedoel: we hadden op de laatste dag een ober die onze vorken van een afstandje op tafel gooide. Maar goed: we hebben het fijn gehad.
Foto's staan hier.
Qua tips (dank daarvoor nog) zijn we naar het Palais de Tokyo geweest, en dat was inderdaad heel erg de moeite waard. We hadden de Mona Lisa zien hangen (een postzegel in een zaal vol met toeristen) in het Louvre, maar we waren veel meer onder de indruk van de dingen die we in het Palais zagen. En Robin had een esp-moment: vlak voor we er naar binnen gingen, zei ze dat ze het gevoel had dat ze aan het schrikken gemaakt zou worden, en dat klopte: er stond een apparaat dat glazen bollen tegen een stalen plaat schoot, onregelmatig, en schrikken was de bedoeling.
We zaten in een leuk appartement, een soort bed and breakfast zonder breakfast, omdat we ontbijten bij de uitbater zo pijnlijk vinden -- gelukkig wist deze uitbater het ook pijnlijk te maken door ons in steenkolenengels uit te nodigen voor een kopje koffie. Wat we geweigerd hebben. Verdikkie, we gaan niet een uur besteden aan iets dat die man zelf ook niet wil.
2.
Vanochtend zag ik een auto een zijstraat uitkomen met een volle vuilniszak op z'n dak. Ik kan daar slecht tegen. Ik wou dat ik iemand was die daar hard om kon lachen.
3.
Ik heb mijn eerste generatie iPhone gpwnd en nu staat er de 2.0 software op jeej! Ik ben trots dat het me gelukt is en blij ook, want oh het is fijn.
4.
Ik moest nog iets vertellen maar ik ben vergeten wat.
5.
Door Robin ben ik Friends leuk gaan vinden, en ik ben er zelfs een beetje verslaafd aan geraakt. Nu probeer ik seizoen 9 down te loaden van tvtorrents.com, maar omdat het een serie voor mietjes is, seed bijna niemand 'm. Sjies.
Wat wel meteen binnenkwam (want een serie voor echte mannen) is Generation Kill. Van de makers van The Wire.
Alleen naar Slagharen
Ik ben gisteren naar Slagharen geweest. Alleen.
Waar ik het meest tegenopzag, was een kaartje kopen: hallo, één volwassene alstublieft.
Gelukkig liep het allemaal iets anders: hoewel ik graag incognito wilde gaan, moest ik een jongen bij het hek iets vragen (ik zag geen kassa, alleen een loket met 'inschrijven' en ik wilde me nergens voor inschrijven), en toen verklapte ik per ongeluk dat ik een stukje voor de krant moest schrijven.
De jongen sleurde me daarna naar een infobalie en de infobalie belde weer een communicatiemiepje en het communicatiemiepje vond weer dat ik me van te voren had moeten melden zodat ze iemand hadden kunnen regelen om een rondleiding te geven.
Maar ik wilde helemaal geen rondleiding. Ik wilde gewoon kijken. Gelukkig mocht ik dat.
De NRC Next had mij en Jowi Schmitz gevraagd terug te gaan naar vakantiebestemmingen uit onze jeugd en er een serie stukken over te schrijven.
Ik ben naar Wijk aan Zee geweest, Valkenburg, ik ben op kinderkamp naar de Kennemerduinen gegaan, ik heb mijn oude camping in Wijchen bezocht, ik heb een poging gewaagd Malmedy in de Ardennen te bereiken, ik ben met Robin naar de Beekse Bergen geweest als wildcard (zij heeft daar ooit in een huisje gezeten), en ik ben naar het midden van de afsluitdijk gegaan. Slagharen was de afsluiter.
En ja: het was zo triest als ik verwachtte.
Voor een lekkere portie vandenb-somberte (alleen het kinderkamp was veel leuker dan ik verwachtte) en een serie mooie verhalen van Jowi, lees vanaf maandag drie weken de NRC Next.
Omdat ik zo hard heb gewerkt, gaan we nu op een mini-vakantie. Banjer gaat uit logeren (dankjulliewel, Eva en Daniël), en Robin en ik hebben in Parijs een bed-and-breakfast zonder breakfast gevonden, precies zoals we het willen.
Iemand nog tips voor dingen die we moeten zien en doen? Beyond the obvious, natuurlijk. Dank vast. U bent geweldig.
Pogo
Een stukje waar ik mijn best op heb gedaan op het weblog van Lowlands.
Haaks
Het ging zo: ik moest plotseling een trein halen, dus ik fietste naar het station. En dan hard. En vlak bij het station was een meute toeristen aan het fietsen op MacBikes. En die meute dacht, net als elke meute dat doet, dat ze onkwetsbaar was.
Maar ja: ik had haast. Ik stond op het punt een trein te missen and things would get complicated.
Ik zou de meute gaan kruisen. Haaks. Dus ik belde, en ik zag bovendien een gat in de meute. Tussen toerist 21 en toerist 22 was een duidelijke ruimte, waar ik met gemak doorheen zou kunnen steken. Het enige dat ik nodig had, was de aandacht van toerist 22.
Ik kwam van rechts. De meute had rechts moeten kijken of er mensen aankwamen die ze voorrang had moeten geven, maar de meute keek niet naar rechts. Dus toerist 22 ook niet.
Ik belde. Ik heb een nieuwe fiets en de bel op die fiets doet ding-dong. Een bel waarvan je denkt: ik hoor iets geks, ik kijk die kant even op.
Maar toerist 22 keek niet.
En het gat was nog steeds groot genoeg.
Dacht ik.
Althans: het gat was groot genoeg geweest als toerist 22 naar rechts had gekeken omdat verkeer van rechts voorrang heeft, omdat ze ding-dong hoorde.
Dan had ze me aan zien komen en dan had ze even in kunnen houden. Stoppen met trappen was al genoeg geweest; remmen hoefde niet eens echt.
Ze keek niet.
En ik reed door.
Waardoor mijn trapper het puntje van haar voorwiel raakte.
Tik.
Zo ging het.
Elke Amsterdamse fietser kan een zijwaartse tik tegen het voorwiel bolwerken. Even je handen stevig aan het stuur houden, de tikker in kwestie uitschelden, en doorrijden.
Toerist 22 viel.
Achter me hoorde ik dat specifieke geluid van een fiets die tegen de straat klettert. Ik keek om. Er was sprake van verbouwerering, niet van letsel.
Ik stond op het punt mijn trein te missen. Ik besloot dat dit alles niet voor niets zou moeten zijn, dus ik fietste door.
Ik miste mijn trein en things got complicated.
Een mannetje
Als je een hond hebt, kom je andere mensen met honden tegen, want zo gaat dat. Vorige week kwam ik een man met een hond tegen. De man was Surinaams of Antilliaans, oud, en hij had een klein hondje aan de riem.
Banjer liep naar het hondje en rook aan z'n kont.
'Dit is de hond van mijn zoon,' zei de man. 'Mijn zoon is ver weg.'
Ik zei zoiets als 'aha'.
'Is dit een mannetje?' vroeg de man.
'Mijn hond is een mannetje, ja,' zei ik.
'Nee, deze hond,' zei de man, en wees naar het hondje van zijn zoon.
Ik keek een beetje discreet naar de leidingen. 'Ja, dat is een mannetje.'
'Het is een wijvenjager,' zei de man trots.
Van de week kwam ik ze weer tegen, de man en het hondje van zijn zoon. Banjer liep weer naar het hondje en rook weer aan z'n kont. Het hondje rook terug.
'Is dat een mannetje?' vroeg de man, en wees nu naar mijn hond.
'Ja, dat is een mannetje,' zei ik.
De man trok het hondje van zijn zoon weg. 'Kom,' zei hij, 'je mag alleen maar kutjes ruiken.'
Planeet vandenb, terugkeereditie
1.
Martijn zei het: binnen een paar maanden ga je toch weer webloggen.
Ik kan wel gaan roepen dat ik vernieuwende dingen wil gaan doen, uiteindelijk blijkt dit toch het lekkerst te zijn: je stukje tikken --waarover dan ook, dus niet te conceptueel bezig zijn-- en hatsee, publiceren met het knopje.
2.
Hoe gaat het met u? Met mij gaat het goed. Nog steeds belachelijk verliefd op mijn verkering (en mijn verkering gaat mijn buurmeisje worden: Robin (want zo heet mijn verkering) gaat in Amsterdam studeren en ze heeft een woning in de straat bij mij om de hoek gevonden), nog steeds een succesvol broodschrijver (op waltervandenberg.nl staat een verzameling stukken die ik voor kranten en tijdschriften heb getikt, en ik mag wel zeggen dat dat nog maar het topje van de ijsberg is! Nou ja, de helft van de ijsberg, zo ongeveer), en nog steeds trots hondenbezitter.
3.
Oh! Daar weet u officieel helemaal niets van! Want als u hier nog regelmatig kwam, heeft u vast wel foto's langs zien komen, maar ik geloof niet dat ik al echt iets heb verteld.
Op 11 april hebben we Banjer uit het asiel gehaald. Banjer is een halve Friese Stabij (over de andere helft lopen de meningen uiteen) en, zoals dat dan gaat, de leukste hond van de bovenste helft van Nederland. Verwacht hier veel verhalen met Banjer in de hoofdrol.
Een weblog! Wat lekker!
4.
Ik dacht, toen ik met knutselen begon vanavond (ergens in de pauze van Turkije-Duitsland), dat ik heel veel te vertellen zou hebben, maar nu ben ik voornamelijk een beetje moe.
5.
Voor de mensen die hier voor het eerst komen: aangenaam, ik ben vandaag uw weblogdinosaurus (oud, in weblogtijd, maar ik wil maar niet uitsterven), en ik ga u vervelen met mijn stukjes.
Ver
Omdat ik belachelijk veel geld verdien met stukjes schrijven, heb ik last van dingen kopen, en de laatste aankoop is een bed.
Ik heb vanaf het moment dat ik twee meter werd (laten we zeggen: ergens op m'n negentiende) in een te klein bed geslapen (twee meter) en die tijd is nu voorbij. Mijn verkering en ik hebben een bed van twee meter twintig uitgezocht bij de ikea. Mijn verkering is één meter drieënzestig, dus voor haar is het ook van belang dat ze dwars over het bed voluit kan slapen, dus hij is ook nog eens één meter tachtig breed.
Gisteravond zette ik een glas water aan mijn kant neer en met het andere glas liep ik om het bed heen — of beter, begon ik om het bed heen te lopen, en halverwege moest ik stoppen, want ik moest te hard lachen.
Om het bed heen lopen bleek ver te zijn.
Karton
Ik was bij m’n ouwe baas, hij had nog wat klussen, en ik moest even bij ‘m komen. Hij liep voor me uit naar zijn kantoor en hij draaide zich om en hij vroeg: ben je aan het verhuizen?
Ik zei nee, hoezo?
Ik weet niet, zei hij, ik zie dozen.
Ik zei dat ik bezig was alles nieuw te kopen, nieuwe bank, nieuwe tafel, en m’n huis ligt nog vol karton.
O, zei hij, dan is dat het.
Toen we daarna over geld gingen praten, wist ik dat hij kon zien waar ik aan dacht. Nare man.
Lorem
Lorem ipsum dolor sit amet, consectetuer adipiscing elit. Vivamus posuere.
Fusce vulputate dolor id augue. Maecenas sapien metus, consectetuer quis,
commodo eget, vehicula sed, elit.