Planeet vandenb

1.

Helene reageert bij het laatste stukje:

Ik weet wel dat mensen ook niet aan Multatuli vroegen wanneer hij weer es iets dacht te gaan schrijven, maar hé. We hebben allemaal gestemd voor Robin, krijgen we nu weer een stukje van jou?

Heel goed dat jullie allemaal gestemd hebben! Voor de mensen die het nog niet hebben gedaan: hier staan Robins stukjes, waar je kunt lezen dat ik heul erg ziek ben geweest, bijvoorbeeld, en hier kun je op haar stemmen.

Qua registreren (als ik ergens moet stemmen, denk ik altijd MIJN MAILADRES KRIJGEN ZE NIET DE ROTZAKKEN), valt het enorm mee: er wordt een voornaam gevraagd, een achternaam, en de reden waarom je op Robin stemt. Ik kan in vertrouwen meedelen dat je dat doet omdat haar stukjes de leukste zijn.

En nog een keer de call-to-action: stem op Robin.

2.

En ik zeg anders nooit 'call-to-action'.
Ik heb een cursus SEO-copywriting gedaan: ik kan nu tekst schrijven die Google heel erg fijn vindt. Het woord 'call-to-action' moet je daar waarschijnlijk bij vermijden, maar ik kan een pagina schrijven over bijvoorbeeld konijnenhokken, en dat die pagina dan bovenaan staat als mensen die konijnenhokken zoeken, zoeken op konijnenhokken. Daar zijn dan allemaal geheime formules voor, maar die ga ik u niet aan uw neus hangen. Konijnenhokken.

3.

Ik zit aan het gangpad en ik word er een beetje nerveus van. Er komen 1.6 mensen per minuut langs en ZE KIJKEN ALLEMAAL OP MIJN SCHERM.

4.

Aan Multatuli vroegen ze ook nooit wanneer hij dacht weer es te gaan schrijven, maar om u toch een beetje op de hoogte te houden: ik ga maar eens met een schema werken. Boek drie gaat minstens zo mooi worden als boek twee, maar ik maak wel een stapje omhoog; ik ga een beetje nadenken voor het op papier komt. Dat vraagt het idee dat ik heb een beetje.

5.

Konijnenhokken.

6.

Stem op Robin! Want ze is de beste. En als ze wint, gaat ze geld verdienen met haar stukjes. Hoe cool is dat?

# | Acht reacties | 30 Juni 2009

Over de afgrond van het onbegrip

Hoewel sommige berichten anders zouden kunnen doen vermoeden, ben ik een man, en omdat ik een man ben, ben ik niet netjes.

Dat nietnetjeszijn uit zich dan vooral in stofnesten die in een hoek blijven liggen omdat de stofzuiger net niet in die hoek kan, en als de stofzuiger er niet bij kan, heb ik er helemaal niks te zoeken, dus wat maakt het dan uit? En dingen zoals de ramen: ik kan de overkant nog steeds zien, dus prima toch. En: ik ben dan wel lang, maar bovenop de keukenkastjes heb ik nog nooit gekeken zonder er een trapje bij te pakken. (Ja, ik heb een goeie werkster, maar die is steeds niet toegekomen aan de Grote Dingen.)

Omdat Robin een vrouw is, is ze wel netjes. En omdat ze schoonmaken niet erg vindt, maakt zij deze week mijn huis schoon.

Ik leun daar niet helemaal bij achterover, hoor, ik heb gisteren een dag vrij genomen en heb geholpen, maar O MIJN GOD wat is mijn huis schoon aan het worden. Robin is een heldin. Als een wervelwind gaat ze door dat huis.

Al die wervelwindigheid komt omdat ze midden in haar citroensapkuur zit.
De citroensapkuur is De Hel. Robin krijgt er energie van, maar ik kan u vertellen: het is De Hel.
Vorig jaar heb ik drie dagen geprobeerd met haar mee te doen en ik was zachtjes aan het doodgaan. Robin niet. Robin is een vrouw, en vrouwen kunnen dingen die mannen niet kunnen. Zoals schoonmaken met plezier, dus, en citroensapkuren volhouden.

Vrouwen zijn heel bijzonder. Robin vooral. Niets dan respect.

Dat respect werd over de afgrond van het onbegrip geduwd toen ik van de week thuiskwam en Robin de slaapkamer aan het schoonmaken was en een DVD van een kokende Jamie Oliver aan had staan.

Met die citroensapkuur mag je tien dagen niks eten.
Dat herhaal ik nog maar even: tien dagen niks eten.

Tien dagen niet mogen eten en een DVD van Jamie Oliver kijken. Respect! Onbegrijpelijk!

# | Acht reacties | 11 Juni 2009

Robin bloggend op viva.nl

Behalve dat Robin de beste verkering ooit is, schrijft ze ook nog eens heel erg fijn, en daarom zit ze bij de laatste vijf van de Viva Webstrijd.

Die webstrijd duurt een maand, en in die maand schrijven Robin en de vier anderen stukjes op viva.nl. Wat al heel stoer is, want daar komen net iets meer bezoekers dan hier.
Aan het eind van die maand mag het publiek uit gaan maken wie van die vijf er door mag gaan met stukjes schrijven voor de Viva.

Mijn voorstel: als u nu vast begint met Robins stukjes lezen (en ze zijn heel erg de moeite waard, al was het maar omdat ze details over ons leven prijsgeeft die u hier nog niet tegen bent gekomen), vraag ik u aan het eind van de maand of u het de moeite waard vindt op haar te stemmen.

En geloof me: dat vindt u.

# | Acht reacties | 08 Juni 2009

Toen kwamen de vrouwen

In mijn pauze maakte ik een rondje. Tijdens het rondje belde ik met Robin.
We hadden het over dingen, en ik onderbrak de dingen omdat ik een moedereend met negen kleintjes zag.
De moedereend wilde de drukke weg die langs het kantorencomplex loopt, oversteken. Ze kwam van de vijver die voor gebouw zes ligt. Ik zei het tegen Robin.
Ik ging maar een beetje voor de moedereend staan en we praatten verder over de dingen, en ondertussen deed ik verslag: nu wil ze links om me heen, nu wil ze rechts om me heen.
Ik nam het besluit dat ik de moedereend maar moest helpen de drukke weg over te steken, zei Robin gedag en hing op.

Er reden auto's met zeventig per uur over de drukke weg. Samen gingen we richting asfalt: moedereend, negen kleintjes en ik. Ik begon met het opsteken van mijn hand en zette één voet op het asfalt.

Toen kwamen De Vrouwen.
De Vrouwen kwamen van mijn kantoor.
Ze doken de weg op met gespreide armen. Ze gilden en ze lachten en ze waren opgewonden.
Eén vrouw nam de leiding. Waarschijnlijk had ze die op kantoor ook.
Auto's kwamen tot stilstand voor de vrouwen. Ik stond nog half op de stoep en ik keek naar de moedereend.
'Meneer,' riep de vrouw die de leiding had genomen, 'helpt u óók even?'
De moedereend keek even naar mij. 'Ik weet het,' zei ze. En ze hupte van de stoep het asfalt op, en de negen kleintjes volgden.

# | Tien reacties | 26 Mei 2009

Planeet vandenb: De Stoet

1.

Ik kan heel slecht tegen mensen zonder kin. Ik vind een kin vrij essentieel in een gezicht, en bij afwezigheid van een kin, denk ik dan: koop een kin. Doe er iets aan.
Dat is niet aardig van mij, natuurlijk.

In De Stoet, die 's ochtends van het stationnetje naar kantoor stroomt, loopt vaak een meisje zonder kin. Haar kinloosheid irriteert me zo dat alles aan haar me irriteert. Ze heeft een tas die me irriteert, ze heeft kleren aan die me irriteren en ze heeft een heel grote koptelefoon op haar hoofd en die irriteert me mateloos (en dat zeg ik anders nooit, 'mateloos').(Robin heeft een koptelefoon die heel cool is, maar de kans is groot dat ik die koptelefoon cool vind bij haar omdat zij heel knap is (en daarbij een heel erg goeie kin heeft).)

Ik word onrustig als het meisje zonder kin vlak voor me loopt in De Stoet. Ik wil er dan voorbij, want ik wil er niet meer naar kijken.

Nee, dat is helemaal niet aardig van mij.

In De Stoet erger ik me ook vaak aan een man met een dikke kont. De man met de dikke kont draagt spijkerbroeken die zijn kont extra dik maken, en een net te kort jasje. En alles ziet eruit alsof zijn moeder het voor hem heeft gekocht.
En dan rookt hij ook nog.
Roken is stom en redelijk verwerpelijk, maar iedereen heeft als kind wel eens gedaan alsof hij rookte omdat het er stiekem best cool uitzag.
Bij de man met de dikke kont niet.
Het is volkomen misplaatst.

Ik zou me niet moeten ergeren aan de uiterlijkheden van mensen. Ik weet het. Maar ik kan er niks aan doen.

2.

En wat is de deal met die handtassen die in de oksel van de elleboog gedragen moeten worden? Dat je zo'n groepje meisjes voorbij ziet gaan en dat ze dan hun armen haaks gebogen houden en zo hun handtas meezeulen?
Ook in De Stoet: een miep die twee handtassen op die manier meedraagt, en in één van die twee zit een laptop. Iedereen hier werkt op laptops. En de tas die zij in haar linkerelleboogoksel heeft hangen, is groot genoeg en ziet er zwaar genoeg uit om een laptop in zich te hebben.
Wanneer is die afspraak gemaakt, dat vrouwen hun tassen zo zijn gaan dragen?

3.

De Stoet splitst zich. We lopen vanaf het stationnetje door een parkje, en aan het eind van dat parkje gaat 60 procent naar links (en ik hoor bij die 60 procent) en veertig procent gaat naar rechts.

Er zijn dagen dat ik bij die veertig procent zou willen horen. Die veertig procent doet namelijk echt iets.
Ik weet niet zo goed wat er gebeurt op het kantoor waar ik zit, maar in het gebouw waar de veertig procent heengaat, Gebeurt Echt Iets.

Dan loop ik mee met De Stoet en dan zie ik 'm splitsen en dan denk ik: ik wou dat ik iets kon. Dat ik echt iets had geleerd.
Dan zou ik mee kunnen splitsen met de net wat knappere mensen, allemaal beter gekleed, geen onkinnen, geen dikke konten in verkeerde spijkerbroeken, allemaal zinvol werk.

4.

De zestig procent zwermt uit tussen de gebouwen op ons complex. Het meisje zonder kin gaat naar gebouw zeven, de miep met de tassen in de elleboogoksels naar zes, net als de man met de dikke kont in de verkeerde spijkerbroek, en kijk: daar gaat de lange kale man die op sommige dagen iets zinvollers had willen doen. Hij loopt met licht hangende schouders naar gebouw tien.

# | Elf reacties | 18 Mei 2009

Planeet vandenb

1.

Ik ben dus aan het hardlopen.
Mensen die ooit gym met me hebben gehad, schudden nu hun hoofd. Meewarig, heet dat dan.
Ik denk niet dat ik het ooit echt ga kunnen, dat hardlopen: ik verzuur na twee minuten omdat mijn benen gekke dingen doen. Ik probeer ze iets minder gek te laten doen, maar vooralsnog lukt dat niet.
Ik blijf wel stug doorgaan.

2.

Op de sportschool stapte het harige mannetje de sauna in, en hij had de geschoren kraag weer.

3.

Als je in de trein opstaat en de coupé uitloopt, dan heb je in de dubbeldekkers van die glazen klapdeurtjes. Zo'n deurtje hou je open als er iemand achter je aankomt. Die persoon neemt dan het openhouden van je over, en na een seconde gedeeld openhouden laat je die deur los.
Vanochtend stond ik het deurtje open te houden en moest ik wachten omdat het balkon al vol was, maar ik was wel zover het balkon op dat ik echt voorbij het deurtje was. Maar er stond iemand in de opening van het deurtje en hij was niet van plan het openhouden over te nemen. Dat duurde zeker acht tellen.
Acht tellen die een eeuwigheid leken.

# | Twee reacties | 14 Mei 2009

lachfilms over mannenvriendschappen

Zaterdag hing ik met vriend M. in het Westerpark. We hadden het hangen tot een kunstvorm verheven: we zaten onderuit aan een picknicktafel voor een hippe koffietent en we zeiden niets en het was goed zo.
De jongen van de hippe koffietent had cappucino's gemaakt. Hij had dat weer tot kunst verheven; het schenken van de opgeklopte melk had het midden gehouden tussen hart voor zijn vak en aanstellerij.

M. was even opgestaan om wat jongens aan een andere tafel aan te spreken, maar hij was onverrichter zake teruggekomen. Niemand kon.
Ik gaf M. het nummer van Jan, maar Jan kon ook niet.

Toen de cappucino op was, liepen we het gras op. Er stonden een paar jongens in te spelen, de bal een beetje over en weer schietend.
We keken er een paar tellen naar.
Een jongen in een Chelseashirt zette een stap naar ons toe en vroegen of we mee wilden doen.
M. zei dat ie eigenlijk mensen kwam ronselen.
De jongen met het Chelseashirt kon.

's Avonds gingen we naar de film. M. was nog gaan sporten en ik was naar huis gegaan maar we wilden nog iets doen; mijn verkering was in Brabant en het ding van M. was iets aan/uit-achtigs; hij had vrijdag nog met haar op de bank gehangen.
Voor de lichten uitgingen hadden het over de nieuwe trend: lachfilms over mannenvriendschappen en dat we dat maar een beetje stom vonden. Toen gingen de lichten uit en kwam er een trailer van een lachfilm over mannenvriendschappen en we lachten hard en we spraken af dat we die ook gingen zien.

Zondag stond ik het op het kruispunt. Ik had een bos bloemen in mijn hand, want het was moederdag. Aan de overkant toeterde een auto: M., op weg naar de wedstrijd. Ik stak mijn hand op en ik mimiekte 'winnen, hè.'

Maandag zat ik op kantoor. Ik stuurde M. een mailtje, vroeg of ze gewonnen hadden, en of die jongen in het Chelseashirt nog een beetje goed had gespeeld.
'Ankaraspor met 4-1 het bos ingestuurd,' mailde hij terug. En de jongen met het Chelseashirt was een showboat, met pirouettes en hakjes, maar hij had goed gespeeld.

# | Drie reacties | 11 Mei 2009

Wel mee

Vanochtend had ik weer een oogcontactmoment met de touringcarchauffeur, en ik besloot 'm een goeiemorgen te wensen.
Ik kreeg een heel vriendelijke goeiemorgen terug.
Ik denk dat het een kwestie van tijd is voor ik mee mag met de bus.

# | Drie reacties | 05 Mei 2009

Nerdkwartiertje: Accidental Empires

Het boek dat ik nu aan het lezen ben is volkomen nutteloos. Als in: nu. Accidental Empires gaat over de mensen die ervoor gezorgd hebben dat we nu allemaal een computer op ons bureau hebben staan (of op schoot hebben liggen), en dat is heel leuke kost voor rare mensen zoals ik die meta-geinteresseerd zijn in dat soort nerdige dingen, maar: het is geschreven in 1992. In 1992 bestond, inderdaad, Windows 95 nog niet eens.

Het is bijna niet meer voor te stellen, maar ooit waren computers dingen die een zwart scherm lieten zien en een knipperende cursor in de linkerbovenhoek waar je een commando in kon tikken. 'Computerles' op de middelbare school bestond uit dat soort commando's uit je hoofd leren, en ik vond er geen flikker aan.

Nu vind ik dat onbegrijpelijk van mezelf: waarom was ik me toen niet bewust van het feit dat ik de begindagen van de PC meemaakte!
Nou ja — ik was me ook niet bewust van het feit dat broeken met hoog water mode waren (en dat dat later belachelijk zou zijn).

Accidental Empires vertelt over die tijd: computers die het nog zonder harde schijf deden, Bill Gates die slinks DOS koopt om het flink uit te baten, Steve Jobs in zijn eerste periode bij Apple; heerlijk spul. Voor meta-geinteresseerde semi-nerds.

En wat dan heel grappig is: de voorspellingen die schrijver Robert Cringely doet. Apple is in 1991 aan het onderhandelen met IBM om hun grootste softwareleverancier te worden, met in het achterhoofd het idee (volgens Cringely) dat het nooit wat gaat worden met hardware voor Apple, en helemaal terecht natuurlijk, want tegen het jaar 2000 zullen er helemaal geen computers meer zijn; alles wat overblijft zijn chips in polshorlogegrote apparaten en toetsenborden zijn dan overbodig, want spraakherkenning heeft alle invoer overgenomen.

Ergens in het navigatieblok rechts hier heb ik dingetje toegevoegd met 'nu aan het lezen,' heel webloggerig. Als je via die link op Amazon bestelt (hoewel ik het me bijna niet voor kan stellen; echt, je wil dit boek niet lezen), krijg ik er geld voor, geloof ik.

# | Acht reacties | 04 Mei 2009

Niet mee

Bij station Lelylaan staat elke ochtend een man. De man staat aan de kant van de Comeniusstraat, bij de reling van de sloot die nergens op uit komt. Hij kijkt naar de auto's die voorbijrijden over de Lelylaan.

De man ziet eruit als de chauffeur van een touringcar. Zo'n man waar je als kind bij in de bus stapte richting Kennemerduinen, en dat je dan hoopte dat je wel mee mocht, want het was zijn bus waar je zomaar met je zandschoenen in rond ging klossen.
Hij heeft een grote krulsnor, een oudemannenjasje (elke dag een andere), en een klembord onder zijn arm.

De eerste paar keer dat ik hem zag, dacht ik dat hij daar op iemand stond te wachten, dat hij een carpooler was, maar omdat mijn aanfietstijd nogal varieert, weet ik dat hij er om tien voor acht staat, maar ook nog om half tien. Hij staat er dus om er te staan.

Vandaag was hij in zichzelf aan het praten. De voorbijrazende auto's maakten hem onverstaanbaar, maar hij was luid in zichzelf aan het praten, en hij maakte er gebaren bij: deze bus moet u hebben voor Salou.

Ik keek hem even aan, en hij keek mij aan.
Hij bleef een seconde stil, en begon toen weer te praten, maar niet tegen mij. Ik mocht niet mee in zijn bus.

# | Vier reacties | 29 April 2009

De gemiddelde pittbull

Een vaste uitspraak van Amerikanen die wapenbezit verdedigen is 'guns don't kill people, people kill people', en daar is vast wel iets voor te zeggen, en met name: people zijn over het algemeen idioten. En mensen die van wapens houden zijn dubbele idioten.

Ik ben zelf een stevige gelover in het hondenvriendenadagium dat valse honden niet worden geboren maar worden gemaakt. Dat komt dan weer omdat ik van honden hou (en er zijn mensen die mij daarom een idioot vinden).

Ik vind in beginsel elke hond lief, ook al zijn sommige honden wat minder interessant (ik heb niks met harige keffertjes die in een damestas passen), en de ervaring heeft geleerd dat de meeste honden ook echt lief zijn. Ook honden die er eng uitzien.

Het probleem met honden die er eng uitzien is echter dat ze er eng uitzien omdat ze daarop gefokt worden. Ze moeten kracht en onverschrokkenheid uitstralen. En omdat honden niet zo goed in toneelspelen zijn, klopt dat beeld vaak: een gemiddelde pittbull is heel erg sterk en heel erg onverschrokken.

De gemiddelde pittbull (elke hond die aan een aantal kenmerken voldeed) is een tijd geleden verboden. Ze mochten niet meer gefokt worden.
Dat verbod is nu opgeheven, en de gemiddelde pittbull is weer in opkomst. Bij mij in de buurt lopen er een paar rond.

Mijn hond, Banjer (foto's), is een beetje vervelend als het op andere honden aankomt: als het een mannetje is, zet ie zijn borst vooruit en wil ie er bovenop klimmen. Banjer is gay en heel assertief.

De meeste reuen zijn daar niet van gediend, en terecht, en de beste manier om Banjer terecht te wijzen is een grom en misschien een knauw van de te bestijgen hond.
Nou, dan niet, zegt Banjer dan, en hij loopt verder.
Dat is normaal sociaal gedrag bij honden. Een beetje mopperen kan geen kwaad; een vervelende hond mag op zijn plaats worden gewezen.

Als dat op zijn plaats wijzen echter gebeurt door een gemiddelde pittbull, zweet ik peentjes: de gemiddelde pittbull is namelijk honderd keer sterker dan ie zelf doorheeft en bijt mijn gaye hond waarschijnlijk in één keer doormidden.
Echt: ik weet dat Banjer een vervelende klier is. Maar met zijn vervelende gedrag doet ie andere honden geen pijn; hij schendt hoogstens hun eerbaarheid.

Ik geloof niet dat gevaarlijk ogende honden meteen ook gevaarlijk zijn. Maar die honden zijn, behalve leuk en gezellig, idioot sterk, en als het mis gaat, gaat het goed mis. Dus als ik in het park ben met mijn hond, gedraag ik me bevooroordeeld: als ik een pittbullachtige zie, gaat mijn hond vast.

Toen ik nog jong en onbezonnen was, vond ik het maar stom, dat fokverbod, maar nu zie ik niet meer zo goed waarom mensen pittbullachtigen in huis willen nemen. Ja, ze zijn leuk en gezellig, maar ze zijn bedoeld als wapens, en helaas zie je dat ook net iets te vaak aan de baasjes: die willen geen leuk en gezellig, die willen dat wapen.

# | Zeven reacties | 28 April 2009

Een klein eerbetoon aan een oude meester

Het metrostation op Sloterdijk, elf uur 's avonds.
ik zat te wachten op het bankje en ik las. Ik had Robin weggebracht — en bij gebrek aan een auto betekent wegbrengen bij ons een stuk meerijden met de trein.
Ik was meegereden tot Den Bosch. Daar hadden we gewacht op haar trein naar Tilburg, en toen die kwam, hadden we gezoend en hadden de mensen die naar ons hadden gekeken nog een laatste show gekregen.

In de trein terug probeerde ik een film te kijken op mijn MacBook, maar er zat een Spaans koppel voor me waarvan de jongen sprak zoals Spanjaarden dat meestal doen: heel hard. Dus ik was gaan lezen. Niet dat dat veel beter ging. Als de Spaanse jongen even niets te zeggen had, floot hij een deuntje of trommelde hij op zijn koffer.

Ik had moeten rennen voor de aansluiting op CS, naar Sloterdijk, en ik was niet de enige; toen alle renners in de trein stonden en de deuren dichtschoven, werd er naar elkaar gelachen, alsof we allemaal winnaars waren.

Op Sloterdijk zag ik de metro net wegrijden.
Ik ging op het bankje zitten en las.

De dakloze die naast me kwam zitten was lang en mager, en hij praatte tegen iets in zijn mouw. Iets in zijn mouw piepte. 'Kom maar,' zei de dakloze. 'Kom er maar even uit.'
Er kwam een muis uit zijn mouw.
De muis was mooi glanzend donkerbruin, en hij had een wit buikje.
'Is dat een muisje?' vroeg ik, ten overvloede, zoals dat dan heet.
'Ja,' zei de dakloze. 'Lief hè?'
Ik knikte. Ik zei dat ik altijd muizen had willen hebben toen ik klein was, maar dat het niet mocht van mijn moeder.
'Misschien wilt u deze even vasthouden?' vroeg de dakloze, en stak zijn hand naar me uit; de muis zat op zijn palm.

Ik hield mijn hand tegen de zijne, en de muis rook even aan me, maar bleef bij zijn baas.
Met de top van mijn wijsvinger aaide ik de muis kort. Hij voelde zacht en glad.
Aan de overkant van het bankje stond een Marokkaanse jongen naar ons te kijken. Sommige Marokkaanse jongens spugen wel eens op de grond voor me als ik met mijn hond langs ze loop. Deze jongen wilde ons het liefst onderspugen, zo keek hij.

De metro naar Isolatorweg kwam eraan. De dakloze stond op — dat was de zijne. In de verte kwam mijn metro ook.
'Bent u misschien rijk genoeg om een paar kwartjes te missen?' vroeg de dakloze me.
Ik pakte mijn portemonnee. Er zat nog een losse euro in, en die kreeg hij.

In de metro pakte ik mijn telefoon en keek op twitter.
Martin Bril was dood.
Nog niet zo lang geleden had hij twitter belachelijk gemaakt in een stukje. De ironie dat ik het daar moest lezen — hij zou er zelf vast iets moois over hebben kunnen schrijven.

Vanaf halte Postjesweg fietste ik naar huis, en mijn hond stond op me te wachten achter de deur. We gingen meteen naar buiten.
We maakten ons rondje door het Rembrandtpark, en op het heuveltje stond de reiger die elke avond op dat heuveltje stond. Hij maakte zijn reigergeluid naar Banjer, kom niet in mijn buurt, maar Banjer had niks met reigers, en liep er met een grote boog omheen.

# | Acht reacties | 23 April 2009

alles © Walter van den Berg.