van•den•b.com

weblog [het, de; o en m -s: een ~ bijhouden] van

Walter van den Berg


David Vann – Aquarium

Toen ik aan David Vann werd voorgesteld, stond ik te stotteren als een schooljongen, want zo gaat dat als je je helden ontmoet. Het meisje had me naar hem toe moeten duwen — ga nou gewoon — maar al die angstjes bleken niet nodig te zijn; Vann is belachelijk aardig.

Peter van der Zwaag, hoofdredacteur vertaalde literatuur bij de Bezige Bij, stelde ons aan elkaar voor, en hij had mijn naam de dag ervoor gehoord en onthouden, dus dat hielp.  Ik zei tegen Vann dat we allebei een father thingy hadden in wat we schreven, en hij moest daar hard om lachen.

Ik ben nu heel erg diep verzonken in zijn laatste roman, Aquarium, die ik al een hele tijd in huis had maar niet wilde lezen, omdat ik alles na Legend of Suicide toch een minuscuul beetje tegen vond vallen, of omdat ik er te ongemakkelijk van werd. Ik heb een probleem met de verhalen van Vann die in de wildernis spelen — er is zo veel wildernis. Ik heb altijd het gevoel dat ik niet meer thuiskom, als ik zijn boeken lees.

Maar Aquarium speelt in de stad, en dat werkt voor mij. Ik ben nog niet over de helft, maar ik heb nu al buikpijn van het drama, zonder de extra leegte die ik voelde bij zijn eerdere boeken.

Ik weet nu wel dat ik het fout had toen ik het had over die father thingy. Het is een thingy met ouders, niet alleen met vaders, en dat geldt voor ons allebei. Ouders zijn de meest verschrikkelijke wezens die je je voor kan stellen.

Overigens was ik niet van plan fictie te lezen nu ik diep in het schrijfproces van boek 4 zit, maar ik whatsappte met een vriend die net Legend of a Suicide had gelezen en er danig ondersteboven van was en meteen Aquarium had aangeschaft. En toen begon het toch te jeuken. En nu weet ik dat ik ook vanavond niet zelf schrijf.

Ik zal later, als ik Aquarium helemaal uit heb, nog een verslagje doen (waarschijnlijk over hoe ik mijn polsen door wilde snijden toen ik het boek eenmaal dichtsloeg).

Geen reacties | Link | 29 juli 2015 | Categorie:

Shark! – de oer-Jaws

Geen reacties | Opgeslagen onder:

Een verlammend vooruitzicht

In de Volkskrant (€) een stuk over de ‘streaming’ boekendienst van Bruna, Bliyoo, waarbij je voor een vast bedrag per maand een paar duizend boeken tot je beschikking hebt op je e-reader. Teneur van het stuk is: valt tegen, minder keuze dan beloofd, en schrijvers komen er bekaaid vanaf. Abdelkader Benali zegt: ‘het gekke is dat dit soort onderhandelingen altijd loopt via de uitgevers, terwijl het draait om de auteurs.’1

Als lezer voel ik me niet aangetrokken tot de dienst. Ik ben een sucker voor nieuwe technologie, maar ik heb nog steeds geen e-reader in huis omdat ik papieren boeken briljant vind, en in mijn kast staan nog zo’n vijftig, zestig boeken ongelezen die ik nog wil lezen, en dat is al enigszins een vermoeiend vooruitzicht; een onbeperkte boekenvoorraad zou me totaal verlammen.

Dat argument over het papieren boek mag terzijde worden geschoven, want iets goeds moet je van elk medium willen lezen2, de woorden moeten het doen, niet het papier, maar hoe overleef je het idee dat er wel eens een nog beter boek in je apparaat zou kunnen zitten?

Geen reacties | Link | 13 juli 2015 | Categorie:

Robert Caro and the Man/Monster Who Built New York

Geen reacties | Opgeslagen onder:

Werktitel: Schuld

Ik heb een eerste versie van mijn nieuwe roman ingeleverd. Inleveren kan voor mensen die niet weten hoe het boekenvak werkt klinken als linkeballen voor mensen die de Tour nooit kijken. Dat inleveren doe je bij je redacteur, en je redacteur jubelt dan (over het feit dat je hebt ingeleverd) en kijkt ernaar, en is tevreden en zegt dat je zo door moet gaan, of hij/zij stuurt nog een beetje bij waar er bijsturen nodig is.

Ik zit te wachten op het ga zo door, natuurlijk, want ik zit in de roes van het schrijven en het daarbij verbeelden dat dit toch wel een boek gaat worden dat alle andere boeken overbodig gaat maken (ook boeken van anderen, dus). Maar er is een kleine kans dat er wat bijstuurberichten gaan komen, en dat is ook prima; ik zit nu in een schrijfpauze omdat er gelezen wordt, en zo’n schrijfpauze helpt om weer wat vaste grond onder de voeten te krijgen.

De vierde roman heeft als werktitel Schuld, en er is een gerede kans dat dat ook de definitieve titel gaat worden. Bekt lekker, en zit al in mijn systeem.
Ik heb wel eens in een groepje converserende schrijvers gestaan die het hadden over goed verkopende titels, en die titels zouden woordcombi’s zijn die goed zouden werken als cadeau, zoals ‘Het cadeau’ of ‘De vriendschap’ of ‘Ik vind je lief’. In die serie zou ‘Schuld’ het niet goed doen.

Maar verdorie, we hebben het over literatuur!
Dus lieve schrijversch van Nederland: ik kom er (waarschijnlijk) aan met Schuld. Geen idee of er in het verleden romans zijn verschenen die zo heetten, maar voor de komende jaren is die titel van mij.

Ik ga nu nog niet vertellen waar het boek over zal gaan, ik wil een nette logline bedenken die het in een paar krachtige zinnen kan zeggen.

Schuld (of toch een andere titel) gaat verschijnen in november. Spannend!

Geen reacties | Link | 6 juli 2015 | Categorie:

Ik ga een lelijk woord gebruiken

Om centjes te verdienen doe ik aan werken, en mijn werk op dit moment is — ik ga een lelijk woord gebruiken — contentmarketing. Ik schrijf lappen tekst om de (potentiële) klanten van mijn opdrachtgever te laten zien dat mijn opdrachtgever goed is in wat ie doet. Soms kan je met (sorry) content echt iets doen, waardevolle informatie overbrengen waar je je klant mee helpt, en soms bied je ontspanning aan.

Die ontspanning is ruis, maar ruis heeft ook een functie: het is een smeermiddel. Je laat zien dat je een leuk bedrijf bent met slimme ideeën, en als je slaagt in je opzet, willen je klanten bij je horen.

De mensen van Slack hebben iets heel knaps gedaan: een stinkend goeie podcast vol ruis gemaakt, en nu wil ik Slack gebruiken. Slack is een website of app waarop je inlogt met andere mensen waar je mee werkt, en op die website/app kan je bijhouden waar je samen aan werkt. Probleem: ik werk niet samen met mensen die Slack gebruiken.

Dat probleem terzijde: potdomme, wat een slim idee van Slack. Om de hipste ‘drager van content’ (hierna hou ik op hoor) te gebruiken om te zorgen dat mensen je product willen, zonder daar ook maar één keer naar te hoeven refereren.

Geen reacties | Link | 3 juli 2015 | Categorie:

Sony’s Robotic Dogs Are Dying A Slow And Heartbreaking Death

Geen reacties | Opgeslagen onder:

Iedere schrijver heeft één Catcher

Over debuteren en de bildungsroman

Waarin de Tweede Bildungswet van Van den Berg wordt geïntroduceerd.

Met het laatste Das Mag-festival zat ik bij een leesclubje dat The Catcher in the Rye behandelde, en het was niet het allerbeste leesclubje ooit, omdat de schrijver verhinderd was en de BN’er van dienst, Kees de Koning, het allemaal maar ongemakkelijk vond dat we bij elkaar zaten omdat hij een lievelingsboek had aangedragen, en omdat de mensen die het meest aan het woord waren twee zussen waren die het net iets te leuk vonden dat zij de mensen waren die het meest aan het woord waren. Op een gegeven moment hadden ze het over hun neef en dan op zo’n manier dat het duidelijk was dat ze vergeten waren dat er twintig mensen om ze heen zaten die hun neef niet kenden.

Maar ik zat in die kring na te denken over schrijven, en over hoe je als schrijver maar één keer de kans hebt om je eigen Catcher te schrijven.

70 procent van de debuten is coming of age

The Catcher in the Rye is een behoorlijk archetypische coming of age-roman, natuurlijk. Puberjongen schopt tegen het volwassen leven aan, kort samengevat. De meeste mensen die gaan schrijven, doen dat omdat ze zelf zo’n verhaal willen vertellen. Zonder enkele empirische basis durf ik te zeggen dat 70 procent van de debuten coming of age is, en dat de helft van de overgebleven 30 procent coming of age een betere keuze was geweest voor de debutant.
Voor mij was dat ook zo: De hondenkoning was onversneden bildung.

Ik vind dat ook logisch: een eerste boek schrijven is in zichzelf al een vorm van volwassen worden. Ik had twee slechte romans in de la liggen, en als ik met één van die dingen was gedebuteerd, had ik bij die 15 procent gehoord die met het verkeerde soort boek literatuurlandje in was gestapt. Maar (uiteindelijk) een behoorlijk boek schrijven is heel erg leerzaam. Een jaar bezig zijn met hetzelfde personage, niet opgeven als je denkt dat het allemaal waardeloos is en jezelf temperen als je denkt dat je de wereld gaat veroveren met een baanbrekende roman — je groeit op met je personage.

Prima om mee te debuteren

Een stevige bildungsroman is wat mij betreft simpel en duidelijk van opzet: een ik-verteller van jonge leeftijd vertelt een lineair verhaal; aan het eind van het verhaal is de verteller volwassener dan hij of zij aan het begin van het verhaal was. Prima om mee te debuteren dus.

Maar als je eenmaal die (jong)volwassenheid hebt bereikt, moet je ook doorgroeien. Ik denk dat je als schrijver niet te lang kan blijven hangen in de bildung.

Een schrijver die zichzelf ontwikkelt gaat experimenteren met vorm en stijl, met perspectief — nou ja, met alles. Ik ben ondertussen bij mijn vierde roman aanbeland, de boel vordert gestaag, en damn, wat ben ik aan het experimenteren, jongens.

Een paar debuten waar de schrijver zich niet voor hoeft te schamen

Als mensen die ik in het wild ontmoet horen dat ik boeken schrijf, vragen ze soms met welk boek ze moeten beginnen, en ik zeg nooit dat ze dat bij het begin moeten doen. De hondenkoning is niet een boek waar ik nog heel trots op ben. Wat alleen maar goed is, denk ik, er zijn maar een paar debuten in literatuurlandje waar de schrijver zich niet op zijn minst een beetje voor hoeft te schamen.

Maar als ik volgens mijn eigen wetten leef, was De hondenkoning de enige kans die ik had om literair te bilden. Terwijl ik af en toe een boek in mijn handen heb waardoor ik zin krijg om weer zoiets te maken. En niet eens goeie boeken; ik had het met Tai Pei van Tao Lin bijvoorbeeld. Niet uitgelezen, maar mijn bildungszenuw begon ervan te jeuken.

De tweede bildungswet van Van den Berg

Omdat ik die wetten allemaal zelf uitvind, bedenk ik er nu nog één: als volwassen geworden schrijver mag je je nog één keer aan de coming of age wagen. Een goeie, degelijke roman, lineair verteld, vanuit een ik-verteller. Waarin je als schrijver meeneemt wat je in de romans ná je debuut geleerd hebt.

Bepaal voor jezelf wanneer je dat doet, of het na boek 4 of 5 of 10 is; de kwaliteit van de roman zal aangeven hoe volwassen je als schrijver bent geworden. Ik denk voor mezelf dat ik er na boek 5 aan toe ben.

Lullig voor de paar schrijvers die hun beste boek al met hun debuut hebben afgeleverd, ik weet het, maar voor hun is het leven toch al een groot tranendal na dat vroege pieken.

Geen reacties | Link | 17 juni 2015 | Categorie:

Krom

Er blafte een hond, fel en kort. We keken op en we zagen een man gehaast uit het koffiehuis weglopen. De man had een grote kin, Bob-Rosshaar, kleurige kleren, en hij liep voorovergebogen, krom, beschadigd. Het scenario dat zich waarschijnlijk had afgespeeld: man komt koffiehuis binnen, ziet hondje, buigt naar hondje, hondje blaft.

Het hondje moest hem niet.

Iedereen in het koffiehuis had opgekeken, en een vrouw zei over de hond: ‘nou, hij heeft er wel een neus voor.’

Ik keek hoe de man buiten een rugzak in een fietstas liet zakken, en onhandig de Haarlemmerdijk overstak, de fiets aan zijn hand. Nog steeds krom. Misschien nog wel iets meer beschadigd. Het hondje moest hem niet. De eenzaamheid die zijn kromme rug uitstraalde was verpletterend.

Geen reacties | Link | 13 juni 2015 | Categorie:

Paul Ford: What is Code?

Geen reacties | Opgeslagen onder:

How to design a metaphor

Geen reacties | Opgeslagen onder:

Bevat lucht

Omdat ik zelf aan het schrijven ben aan iets nieuws, lukt het me niet heel erg romans te lezen, dus ik heb me op de non-fictie gestort. Ik ben Big Data (link naar vertaling) van Viktor Mayer-Schönberger & Kenneth Cukier aan het lezen, want da’s interessante materie waar ik zelf later ook nog slimme dingen over wil zeggen, maar nu gaat het me even om het boek.

Ik heb nooit veel non-fictieboeken gelezen, vooral omdat ik me afvroeg hoe je een heel boek vol zou kunnen schrijven over een bepaald onderwerp — en dat vraag ik me nu nog steeds af, eerlijk gezegd.

Viktor en Kenneth hebben tweehonderdplus pagina’s volgetikt, en het is allemaal heel leesbaar, maar alle informatie had gecondenseerd in een degelijk artikel in een tijdschrift kunnen staan.

Ik begrijp dat een artikel in een tijdschrift flink wat minder oplevert dan een goedverkopend boek, maar ik vind dat er voortaan een disclaimer op zulke boeken mag: opgeschudde versie, bevat lucht.

Geen reacties | Link | 5 juni 2015 | Categorie:

The Untold Story of Silk Road

Episch stuk in WIRED over de speurtocht naar de oprichter van Silk Road. Nu in het nieuws met de veroordeling.

Just then the front door burst open, knocked off its hinges by a SWAT team wielding a battering ram. Quickly the house was flooded by cops in riot gear and black masks, weapons at the ready. There was Green, covered in cocaine and flanked by two Chihuahuas.

De link: Silk Road: The Untold Story.

Geen reacties | Opgeslagen onder:

Love or hate them, East London’s hipsters have fuelled a vast economy

Geen reacties | Opgeslagen onder:

Python

In een ver verleden heb ik mijn geld verdiend door in een texteditor XSLT-scriptjes te tikken. Als ik over dat verleden praat, noem ik de mezelf van toen, afhankelijk van het gezelschap, ‘programmeur’, maar echte programmeurs moeten daar dan natuurlijk om lachen.

Ik heb in dat verre verleden ook regelmatig een poging gewaagd een echte programmeur te worden, of in ieder geval: mezelf een echte programmeertaal aan te leren. Het probleem daarbij: elk boek dat je een programmeertaal aan zou kunnen leren, was belachelijk moeilijk. Elk boek begon met een hello-world-voorbeeld om daarna een duizelingwekkende diepte in te duiken.

Bs13i6LCcAAvwCf

Maar: we zijn niet meer afhankelijk van boeken, want nu is er Het Internet.

Dat is een grapje natuurlijk; maar het lijkt wel of nu pas de voordelen van internet worden gezien door de hardcore nerd die als enige in staat is een programmeertaal uit te leggen aan leken.

Ik ben in mijn vrije tijd bezig om Python te leren op codeacademy.com. Python wordt nu gezien als de best leerbare programmeertaal, en de oefeningen op codeacademy zijn goed te begrijpen, dus het begint erop te lijken dat ik ergens ga komen.
Ik heb nog wel de fout gemaakt om Learning Python aan te schaffen, gewoon, omdat ik het een beetje begon te snappen. Maar dat boek heeft 1600 bladzijden die direct op het niveau zitten van het tweede plaatje van de uil hierboven. Sommige dingen zal ik nooit leren.

Python is niet mijn einddoel; ik wil eerst leren programmeren, daarna wil ik iets kunnen maken, een app bijvoorbeeld, als companion bij een volgende roman.

Geen reacties | Link | 18 mei 2015 | Categorie:

Elon Musk’s Space Dream Almost Killed Tesla

Geen reacties | Opgeslagen onder:

Zoek de vrijheid, Miguel

De rij voor de patatboer in de Voetboogstraat was kort toen we aankwamen. We hadden mazzel. De rij kwam achter ons.
De patatboer in de Voetboogstraat is een open loket waar je je patat bestelt. Achter het loket stonden twee dikkige jongens die eruit zagen alsof ze uit Noord kwamen, maar dan niet het hippe Noord. Misschien kwamen ze zelfs uit Ilpendam.
De jongen op rechts nam de bestellingen op, de jongen op links nam het geld aan.
Achter hen stonden nog twee jongens. Die jongens kwamen niet uit Ilpendam. Achterin stond er één aardappelen door een snijmachine te duwen. Tussen hem en de Ilpendammers stond de ander de patat te bakken.
De Ilpendammer op rechts zei tegen de patatbakker dat hij er nog een lading in mocht gooien. Hij had gelijk: de rij kwam nu al tot aan de Heiligeweg.
Wij waren aan de beurt. We bestelden twee patat en een flesje Fanta.
De Ilpendammer op links was een meter van de Fanta verwijderd.
De patatbakker was er anderhalve meter vandaan, en hij was bezig met een lading patat.
Miguel, zei de Ilpendammer op links, Fanta.
Miguel de patatbakker liet zijn patat een moment voor wat het was en reikte achter zich naar de koeling.
De Ilpendammer op links pakte de Fanta aan en zette hem voor me neer. Ik rekende met hem af.
Miguel roerde door de patat in de frituur.
De Ilpendammer op rechts nam weer een bestelling aan. Een toerist wilde patat en sparkling water.
Miguel, zei hij, sparkling water.
Miguel reikte naar de koeling en pakte een flesje water. Het water sparkelde niet.
Spárkling water, zei de Ilpendammer op rechts.
Miguel zette het niet-sparkelende water terug en pakte een sparkelend flesje. Daarna ging hij weer terug naar zijn patat.
Even had niemand iets te doen. Iedereen wachtte op de patat in de frituur.
Morgen lekker vrij hè, Miguel, zei de Ilpendammer op links. Hee Miguel. Morgen lekker vrij hè?

Geen reacties | Link | 4 mei 2015 | Categorie:

Astrid Joosten is hoofd bij sales

Ik zou een serie kunnen maken over mensen met beroemde namen die een niet-zo-beroemde baan hebben.
Omdat ik overal en nergens werk, zoals dat heet, hoor ik heel veel namen, en ik kan nog steeds niet anders dan een kort lachje lachen als ik weer een beroemdheid een heel normale baan zie hebben.

Ik hoorde vandaag iemand zeggen ‘dan moet je even Astrid Joosten bellen, die is hoofd bij sales.’
Op mijn vorige afdeling liep er een leidinggevende rond die Jos Brink heet.
Bij een andere klus heb ik een keer de hand geschud van een heel grote man die zich voorstelde als Roel van Velzen.

En dat blijft zo maar doorgaan. Het is niet eens grappig meer.
Ach, laat ook maar.

Geen reacties | Link | 28 april 2015 | Categorie:

The Slang of Irvine Welsh

Geen reacties | Opgeslagen onder:

The Bizarre, Complicated Formula for Literary Fame

Geen reacties | Opgeslagen onder: