vandenb.com // Walter van den Berg


Poging tot natuurbeschrijving

Als ik het tuinhek dichttrek en het weggetje naar de dijk opga, zet ik twintig passen tot ik boven ben.

Achter de dijk liggen de uiterwaarden, die zijn verdeeld in vakken van groen, en de kleuren groen verschillen van elkaar omdat verschillende boeren het hoge gras op verschillende tijden wegmaaien. Langer gras is donkerder groen. Net gemaaid is geler omdat het lange gras dat er heeft gestaan de ondergroei heeft verstikt. Ik weet niet hoe de verdeling van de maaivelden tot stand komt, ik weet niet wat eigendom is en wat afspraak. De uiterwaarden zijn van Rijkswaterstaat, denk ik.

De groene vakken zijn afgezet met houten paaltjes, tussen de paaltjes hangt tam prikkeldraad.
Links staan twee Shetlandponys, en bij hun afgezette veldje zit vaak een buizerd op een van de paaltjes. Ik heb in een vogelboek gelezen dat buizerds dat graag doen, op paaltjes zitten.
De ponys vervelen zich. Het spannendste wat ze op een dag doen is hun jeuk verdrijven door langs het prikkeldraad te schuren. Twee velden achter hen staan witte koeien met een paar kalveren.

Tussen de velden door loopt een weggetje. Het heet ‘Steenfabriek’, omdat er vroeger aan het eind van het weggetje een steenfabriek stond. Het weggetje slingert naar rechts, en nu staan er op de plek van de oude steenfabriek nog twee huizen op een kleine terp. De bewoners van die huizen praten niet met elkaar.

Achter de uiterwaarden en de twee huizen ligt de Waal. Je ziet het water net niet stromen door de groepen bomen die om de huizen heen staan, maar als er een schip langs vaart, zie je de kleuren van de containers op het dek. Langs de Waal staan nog meer steenfabrieken: schuin aan de overkant in de richting van Zaltbommel steekt nog een schoorsteen omhoog, maar er ligt een ooievaarsnest op de top. Verder naar Tiel, aan deze kant van de rivier, staat er nog een schoorsteen, en de steenfabriek onder die schoorsteen is nog in bedrijf.

Het ooievaarsnest op die schoorsteen aan de overkant is geen bezienswaardigheid. Op een electriciteitsmast die op dezelfde lijn staat als die schoorsteen hebben andere ooievaarsstellen zes of zeven nesten gebouwd. Ooievaars te over hier; ik zag er laatst zestien in een veld staan. Toen ik dat mijn vrouw vertelde, was ze niet onder de indruk, want zestien was ook haar record. Vandaag stuurde ze me een berichtje dat ze er 35 bij elkaar zag in de uiterwaarden.

Mijn vrouw heeft ook al vossen gezien, van de winter was dat, toen er sneeuw lag. Ze reed ’s ochtends naar Zaltbommel, het was nog donker, en ze zag twee figuurtjes lopen onderaan de dijk, in het witte veld. Ze heeft de auto stilgezet en ze heeft er rustig naar gekeken.
Ik heb een lepelaar gezien, toen we met de hond liepen, vorige week. Ik zag ‘m opvliegen, kalm aan, alsof er niks aan de hand was, maar het was wel mooi mijn eerste lepelaar.

Geen reacties | Link | 9 augustus 2017 | Categorie:


alles © Walter van den Berg.






Het laatste rondje met de hond

Bij het laatste rondje met de hond loop ik een stuk over de dijk. Ik heb dan een fluorescerend vestje aan en ik draag een zaklamp in mijn hand. Zodra je op de dijk stapt, ben je buiten het dorp, en er staat geen straatverlichting buiten het dorp. Bij dat laatste rondje zie je dat je als stadsmens geen donker bent gewend, want ik kan nog steeds schrikken als de buurman plotseling opdoemt met zijn hond — we komen elkaar wel vaker tegen, bij dat laatste rondje. Ik zie hem dan pas, afhankelijk van hoeveel maan er staat, als hij vijf meter bij me vandaan is. Gelukkig gromt zijn hond vaak al eerder.

De zaklamp is er voor de enkele auto die langs kan komen. Auto’s mogen 60 op de dijk, en 60 wordt dan vaak 70 of 80, dus als ik koplampen zie komen, knip ik de zaklamp aan. De automobilist neemt dan gas terug, en rijdt voorzichtig langs mij en de hond.

De zaklamp kan ook helpen als de hond iets ziet of ruikt wat ik (nog) niet kan zien door de duisternis. Als hij zijn nieuwsgierige houding aanneemt — schoudertjes bij elkaar, door de voorpoten zakken — schijn ik op de grond, en dan zit er een pad of een egeltje.

Ieder loopje is zo een avontuur. Of op z’n minst is het gewoon een prima loopje. Veel beter dan het laatste rondje toen we nog in de stad woonden.

Deze week was er iets nieuws: er was vuur bij een van de buren.
Iets verder langs de dijk zit een kleine appelboomgaard, en die boomgaard hoort bij een grote oude herenboerderij. Naast die boerderij staat een schuur, en de schuur is een bouwval. De bewoners zijn de schuur aan het afbreken om ‘m daarna weer opnieuw op te bouwen. Tussen de appelbomen liggen hopen steen, hout, en riet.

Twee of drie avonden geleden liep ik met de hond langs de boomgaard, in het donker, we hadden net de buurman en zijn hond ontweken, en toen zag ik vuur. Dat vuur was niet heel indrukwekkend; het smeulde meer dan het brandde, maar het was onmiskenbaar vuur.

Ik keek nog een keer achter me. De buurman was alweer in het donker verdwenen, dus ik kon niet vragen of dit normaal was. Of dit zo hoorde. Ik keek er een tijdje naar, berekende hoe ver de dichtstbijzijnde brandweerkazerne was — en daarna accepteerde ik het vuur maar gewoon. De bewoners van de boerderij hadden dat vuur vast aangestoken omdat ze iets te verbranden hadden.

De avond erna smeulde het nog steeds. Ik keek kort naar het vuur, de hond keek mee, en daarna werd zijn aandacht afgeleid door een pad die over asfalt van de dijk hopte. We keken er samen naar. De hond in zijn nieuwsgierige houding, ik met mijn zaklamp aangeknipt.
Het werd uiteindelijk weer een prima rondje.

Geen reacties | Link | 31 maart 2017 | Categorie:

Een lofzang op mijn Crocs

Ik heb Crocs met voering. Wintercrocs, dus. Ik had al gewone Crocs, en daar was ik al blij mee, maar ik ga nu de winter in Heesselt wel doorkomen, zo.
Crocs zijn belachelijk als je ze in de stad hebt — dat is hetzelfde als een in enorme SUV rondrijden als je in Amsterdam Zuid woont. Maar hier, hier kan het.

Als je een erf hebt, loop je regelmatig van binnen naar buiten. Ik zeg nu ‘erf’ om jou nog een extra buitengevoel te geven, die vandenb en zijn vrouw hebben een erf, zozo, die wonen echt buiten, zeg, maar we hebben een tuin. Hoewel het wel zo is dat de containers voor het gescheiden afval echt op ons erf staan; niet in de afgesloten tuin, maar achter het huis, op een stukje dat binnen de erfgrens valt, dus ik denk dat ik het woord ‘erf’ hier legaal gebruik.

Dus: als je een erf hebt, loop je regelmatig van binnen naar buiten, bijvoorbeeld om je gescheiden afval gescheiden weg te gooien. Je hebt dan iets aan je voeten nodig waar je makkelijk in en uit stapt, en waar je zowel binnen als buiten mee kan lopen, zonder dat het direct schoenen zijn. De hele dag je schoenen aan, dat wil je niet. En de dingen waar je in uit stapt, wil je bijvoorbeeld ook makkelijk af kunnen spoelen, omdat je altijd ergens in kunt stappen.

Crocs dus. Crocs zijn de klompen van vandaag.
Een maand of vier geleden had je me niet aan het verstand kunnen brengen dat ik ooit zoiets zou zeggen: Crocs zijn de klompen van vandaag. Ten eerste zou ik de ‘klompen van vandaag’ niet nodig hebben gehad, net zomin als ik een SUV nodig had, en ten tweede zou ik me schamen voor het feit dat ik Crocs zou hebben. Een zinnig mens draagt geen Crocs, zou ik gezegd hebben.
Maar nu weet ik wel beter.
Crocs. Je kan niet zonder. Als je van jezelf vindt dat je een erf hebt, tenminste.

Geen reacties | Link | 6 november 2016 | Categorie:

Ik ben geen Amsterdammer meer

Ik heb een verrekijker gekocht, en de ANWB Vogelalmanak. Er zitten flink wat buizerds in de uiterwaarden, en die herken ik nu makkelijk, vooral omdat er in de almanak letterlijk staat dat buizerds graag op paaltjes zitten. Zie je een flinke vogel op een paaltje, dan is het een buizerd.
Van de week dacht ik een paartje visarenden te zien, maar dat weet ik nu niet zeker meer. Misschien waren het wat actievere buizerds. Het lastige van de almanak: hij is zwaar, dus hij blijft thuis.

Mijn vrouw en ik hadden het van de week over onze oude woning in Amsterdam, over het blok waar we zaten, met de schreeuwende buurvrouw die de hele binnentuin op zondagochtend voor ‘kankerlijeeeeers’ uitmaakte, haar zoon met de vier pitbulls, de mannen onder ons die ons kakkerlakken cadeau hadden gedaan — nou ja, voorheen de mensen die ons het leven zuur maakten, nu het kader waarin we ons geluk kunnen plaatsen.

We vonden het een gek idee dat daar nog steeds alles hetzelfde was, met onze afwezigheid als enige verschil. Het leven daar ging door, voor die mensen, het is een nog steeds bestaande werkelijkheid, maar onze werkelijkheid is in dit dorp, waar ik dit stukje tik in de mooie werkkamer van ons mooie huis, een huis dat geen huizen eraan vastgeplakt heeft; we kunnen er een rondje omheen lopen als we willen. Misschien ga ik dat zo nog maar eens doen.

Zo’n boerderijtje kopen — het is natuurlijk een kwestie van geld, kan het, zullen we het doen, maar het is ook een kwestie van kiezen, van het maken van die keuze. Zullen we er nog jaren van dromen, luisterend naar het gekankerlijer van de buurvrouw, of zullen we het doen, het onszelf gunnen, en zo kiezen voor geluk? In plaats van wachten tot je je gelukkiger voelt en er een bijpassende plek bij zoeken.

Ik ben geen Amsterdammer meer. En dat is goed.

We pakken straks ons autootje en dan rijden we over de Waalbandijk, met links en rechts weilanden, dijkhuisjes, boerderijen, en we gaan boodschappen doen in een stadje in de buurt. En we gaan de hele dag gelukkig zijn.

Geen reacties | Link | 1 oktober 2016 | Categorie:

Achter de dijk

We zijn verhuisd naar de Betuwe. We woonden op één van de drukste kruispunten in Amsterdam en sinds twee weken wonen we in een vrijstaand huisje in een dorpje waar volgens wikipedia 400 mensen wonen, en volgens Google Maps 200. Die meningen verschillen, maar het is er hoe dan ook heel erg stil, en we vinden het geweldig.

Het huis is prachtig, een kleine boerderij uit 1920 die mensen dingen laat zeggen als ‘het is net een sprookje’, twee keer zo groot als de woning die we hadden in Amsterdam, pas opgeknapt door de vorige bewoners, een fijne tuin, en het ligt tussen andere mooie huizen waar leuke mensen wonen – we hebben al bij onze buren tot laat in de avond wijn zitten drinken.

Het dorp ligt achter de Waalbandijk, en als je over de dijk bent, kom je in de uiterwaarden van de Waal, en daar kun je heel lang lopen zonder mensen tegen te komen. Wat je wel tegenkomt: ooievaars (in groepen van acht, negen, tien), buizerds, zwaluwen, konijnen, vosjes (die hebben we nog niet gezien maar ze zijn er).

Het kwam door de hond, min of meer. We kregen een pup in Amsterdam, Willem, en die socialiseerden we, en dat werkte, hij vond alles in de stad leuk en interessant, tot ie alles eng begon te vinden. En toen we door zijn ogen naar de stad keken, zagen we wat hij zag, het verkeer dat steeds vervelender werd, de drukte, en we werden er ongelukkig van, en we wilden weg.

Er waren meer redenen waarom we weg wilden; in het blok waar we woonden kwamen langzaam steeds meer studenten, die tot laat in de avond wijn zaten te drinken op balkons en in tuinen, en ik gun dat iedereen, want het is leuk, maar het is niet leuk als de binnentuin van je blok een echoschaal is waar ieder gesprek door de openstaande ramen van onze slaapkamer binnenkomt. En het is ook niet leuk als de oorspronkelijke bewoners (gezellige Amsterdammers) daar dan tegen protesteren door hard André Hazes te draaien of op zondagochtend zeven uur ‘kankerlijeeeeers ’s avonds een vent ’s ochtends ook een vent’ te schreeuwen.

Voor de verhuizing moesten we een nieuwe koelkast en wasmachine kopen omdat we in onze Amsterdamse woning kakkerlakken hadden gevonden, omhoog gekropen bij de buren vandaan, en de bestrijder raadde ons aan nieuw witgoed te kopen omdat we die beesten anders waarschijnlijk mee zouden nemen.

Nee – het was niet leuk meer in Amsterdam.

We kwamen op een feestje iemand tegen die vertelde hoe het was om in het midden van niets te wonen. We vroegen: maar je ziet toch niemand meer? En ze antwoordde: juist wel, als jij op een heel fijne plek woont, komen je vrienden daar graag naartoe.
Na dat feestje kwamen we thuis, en Robin ging meteen op Funda kijken, en daar kwam ze het huis tegen dat nu ons huis is.

Stel je voor dat, zeiden we tegen elkaar.
En het ons voorstellen hoeft niet meer, want we hebben het gekocht.

Het huis kopen was nog een heel avontuur, omdat ik ZZP’er ben, en hoe hard banken ook reclame maken over hypotheken voor ZZP’ers, een reclamecampagne bedenken is altijd nog wat anders dan de cultuur van een bank omgooien, maar ach, dat is ook gelukt, en we hebben het huis, en we zijn er verdomd gelukkig mee.

We moesten er een auto bij kopen, want het enige OV dat het dorpje aandoet is de belbus, en soms zien we ‘m rijden, het busje waar zes mensen inpassen, en het hoort allemaal bij de charmes. De andere openbare voorziening in het dorp is de brievenbus.

We zijn er heel gelukkig, in ons huisje achter de dijk.

En de hond, jongens, wat is die hond gelukkig. Voorheen tilden we ‘m van drie hoog naar beneden, twintig kilo aan ongedurige Friese Stabij, nu doen we het tuinhekje open en lopen we tien meter tot aan de dijk, we gaan de dijk over en hij kan los, en in die tien meter zijn er nooit auto’s, scooters, andere stressmomenten.

We wonen er nu bijna drie weken, alles is ingericht, we zijn in een ritme aan het komen. Het is nog een beetje uitzoeken hoe het leven werkt daar, ik moet met de auto naar het station om naar mijn werk te kunnen (helemaal met de auto zou filerijden worden, en dan lees ik liever in de trein), en hoe zien de dagen eruit dat Robin de auto nodig gaat hebben, hoe regelen we dat – maar dat is allemaal niet erg, want het is rust, alles is rust.

Na het werk kom ik aan met de trein op het station van een nabijgelegen stadje, daar staat de auto, en ik stap in de auto en rij rustig naar de stilte, en op het laatste stuk rij ik over de dijk, en ik zie de koeien in de uiterwaarden staan, en ik rij naar ons huisje, ons geluk achter de dijk.

Geen reacties | Link | 18 augustus 2016 | Categorie:

Gratis af te halen

Zondag stapten we in de auto omdat we nog naar Amsterdam moesten – de oude huurwoning moest leeg worden opgeleverd, en de vloeren moesten er nog uit. We hadden het laminaat op Marktplaats gezet, gratis af te halen, maar alleen op die en die zondag, en als je zelf meehelpt met eruit halen.

We hadden er geen zin in, want we wilden verder in ons nieuwe huis, daar was nog genoeg te doen, we wilden niets meer met die oude woning op die overvolle kruising te maken hebben.

We hadden een paar dagen geleden bij een van de buren in de tuin gezeten, en die hadden gezegd dat het inderdaad heel stil was hier, alleen de weekends, dan hoor je de motoren over de dijk rijden, maar we waren het laatste jaar de motoren gewend die vanuit Nieuw-West de kruising opkwamen, motoren van jongens die een jaar daarvoor nog op scootertjes hadden gereden, en nu op machines reden die ze hadden uitgezocht op het lawaai dat ze konden maken.

We luisterden naar de buurman en glimlachten, en toen we het weekend in ons nieuwe huis achter de dijk meemaakten, hoorden we niets, niets, niets.

We zaten mokkend in de auto, we wilden niet weg, maar het moest. we reden over de dijk, en de boerenzwaluwen scheerden speels langs het voorruit, met tientallen tegelijk, en de koeien graasden rustig in de uiterwaarden, en we zagen een buizerd op een paaltje zitten, en we bedachten dat we een paar uur later weer de A2 af zouden rijden, naar beneden, naar onze rivier, en dat we die avond gewoon weer terug zouden zijn.

Geen reacties | Link | 11 augustus 2016 | Categorie: