Ontspan, vandenb II

Net in het park stond de jongen van de brommer met een paar vrienden in het gras -- een van die jongens had twee pittbulls (of tegenwoordig moet je zeggen: Amerikaanse Staffords) en ze stonden er een beetje naar te kijken, en ik had heel laat door dat die brommerjongen erbij was; ik was een beetje aan het lachen om hoe het teefje achter Banjer aanliep en hoe Banjer haar volledig negeerde, en ik was tegelijkertijd de boekenbijlage van de NRC aan het lezen, heel intellueel.

Toen keken we elkaar aan en hij stond er op z'n allerstoerst bij, een beetje naar achteren leunend. Ik herkende hem en groette hem: hee, zei ik.
Hij bleef naar achteren leunen en hij zei: lukt het?
Het lukt, zei ik, en ik lachte er vriendelijk bij.
Maar zijn gezicht zei dat hij nooit vriendelijk naar mij ging lachen. Er ging nooit meer iets vriendelijks in zijn gezicht gebeuren.

Ik liep rustig door, verder lezend in mijn krant, en legde me neer bij het feit dat er één mens op aarde rondliep die nooit mijn vriend zou worden.

# | vijf reacties | 29 Augustus 2008

Hatsee, nog een open brief

Ik heb dus die serie open brieven in de NRC Next, en omdat ik vandaag nog niks mee heb gemaakt, is hier de brief van afgelopen week:

Ik zou heel graag dingen willen kunnen roepen als ik schrijf je kapot! en nu ik mij een paar weken tot jullie kan richten, lieve generatie next, heb ik de illusie dat ik dat ook daadwerkelijk kan zeggen tegen iedere jandoedel die bij de bakker voordringt. Nu heeft een voordringende jandoedel niet al veel te vrezen van een stukje in de linkerbovenhoek van de krant, maar ik ben boos op mijn bank, en ik vind dat ik heel terecht boos ben, en berg je, bank, want ik schrijf je kapot!

Toen ik vorige week thuiskwam, stond er een berichtje op mijn antwoordapparaat. Ik had ooit gepind op een pinplek waar fraude was gepleegd, en uit voorzorg was iedere klant van de ABN-AMRO die daar zijn pas had gebruikt, geblokkeerd. Wat ik niet onlogisch vond. Maar: ik wilde wel geld hebben. Dus ik belde de helpdesk van de bank, en de helpdeskmevrouw zei dat ik geld kon opnemen bij mijn eigen filiaal. Ik had ooit een bank op de hoek en toen sloot de ABN-AMRO alles, en nu is mijn filiaal op een kantorenpark ver weg. Daar werd ik geholpen door een jongen die me vertelde dat particulieren vanaf 1 mei geen geld meer op kunnen nemen. Dat ik naar de kas op Schiphol moest.

Pardon? Ik vroeg waar ik mijn treinkaartje naar Schiphol mee moest pinnen.

Hij ging bellen voor me. Waarbij hij me even de schuld wilde geven van alles door te zeggen ‘dus u had drie keer verkeerd gepind?’ Nee, fraude. ‘De automaat heeft uw pas ingeslikt?’ Nee, luister wat ik zeg. Hij belde. Oh ja het kon toch. En dan doen alsof me een enorme gunst wordt verleend.

Ik haat ze. Ik haat die jongen en ik haat de ABN-AMRO.

Maar: ik ga dus echt niet van bank wisselen, hè, want dat is me veel te veel werk.

# | zes reacties | 29 Augustus 2008

Ontspan, vandenb

Ik liep met Banjer naar het park, en Banjer loopt dan altijd een stukje voor me uit, vreselijk blij dat ie naar het park gaat (onderweg zegt ie tegen iedereen 'ik ga naar het park!' ook al doen we dat drie keer per dag), en toen we langs het grote huis met gezellige Turkse mannen kwamen, stapten er net een paar jongens van hun brommers.

De grappigste van de jongens maakte een trappende beweging naar Banjer. Niet met de intentie 'm te raken, alleen om 'm aan het schrikken te maken. Banjer schrok, en de jongens lachten. Banjer liep meteen weer vreselijk blij door naar het park, en ik riep de jongens: hee! Maar ze hoorden me niet of negeerden me, en gingen het grote huis binnen.

Een paar tellen later was ik bij hun brommers en ik was boos (bloedlink, pisnijdig, pick one), en ik geef de spiegel van de brommer van de trappende jongen een tik. De brommer begint te loeien en de jongens komen meteen naar buiten. Volgt: een confrontatie.

Ik denk meteen: niet handig, vandenb. Drie jongens van een jaar of 18 uit een cultuur waar Mannelijkheid het grootste goed is. Ik heb een vrij nutteloze discussie met de grappige schijntrapper (
- je moet met je homopoten van mijn brommer blijven
- je moet niet naar mijn hond trappen
- dat was een kickboksbeweging en ik ga jou ook helemaal kapot trappen
- doe vooral je best, jongen
)
en ik denk tegelijkertijd: Robin is bij me thuis en als ik nu door drie klotejochies in elkaar getrapt word, hoe komt zij dan te weten dat ik in het ziekenhuis lig?

Want: dat ik in elkaar getrapt zou worden, mocht het tot een handgemeen komen (een handgemeen, vandenb, zeg niet van dat soort dingen!), was vrij zeker. Ik ben dan wel twee meter met een voor sommige mensen gevaarlijk uiterlijk, maar weinig mensen winnen het van drie testosteronpikkies die iets te bewijzen hebben naar elkaar en naar de wereld.

Mijn redding was mijn rust, en dan bedoel ik niet dat de grappenmaker rustig van me werd, maar ik bleef hem zo idioot strak aankijken dat hij bang werd. Zijn ogen begonnen steeds meer naar links en rechts te schieten, en ik hing daar een beetje boven hem, hem heel strak aan te kijken. Ik heb de andere twee jongens nooit gezien -- ik wist alleen dat ze achter hem stonden.

Om hem definitief terug in zijn emmer te duwen, heb ik sorry gezegd. Sorry dat ik je brommer een tik gaf, dat had ik niet moeten doen. 'Ik had 'm alleen moeten laten schrikken', dacht ik later. 'Dit is de eerste en de laatste waarschuwing,' zei de grappigerd stoer en onzeker, en toen draaiden ze zich om.

Was ik bijna het slachtoffer geweest van zinloos geweld, verdikkie, maar dan wel een beetje van mijn eigen zinloze geweld, want ik moet leren niet zo aggressief te reageren. Er was niks aan de hand met Banjer en ik kon van te voren bedenken wat er zou kunnen gebeuren.
Ontspan, vandenb, ontspan.

# | elf reacties | 28 Augustus 2008

Bij het nodig hebben van nieuwe jasjes

Wat ik in het vorige postje had kunnen zeggen: de sites die ik niet afkreeg heb ik doorgespeeld aan een retegoeie jasjesmaker, dus als iemand er behoefte aan heeft: contact me en ik stuur je door.

# | twee reacties | 27 Augustus 2008

Het oude jasje

Uw lievelingsweblog gaat terug in het oude jasje, met wat aanpassingen, en met die aanpassingen ga ik een paar dagen bezig zijn. Anderen en ikzelf misten het oude jasje, en damn, het was een goed jasje, dus we trekken het weer aan.

Wat er nog gaat veranderen: nou ja, weinig. De bovenbalk gaat misschien een ander uiterlijk krijgen, en ik ga wat aan de links rechts van hier doen, want het moet werken en een beetje actueel zijn, natuurlijk.

En ja, ik maak dit spul dus al jaren zelf, en inderdaad, wat is het mooi. Maar help me onthouden dat ik niks meer voor iemand anders maak (alleen voor mijn meisje), want ik laat zukke dingen dan weer veel te lang op de plank liggen, en het erge is dat ik alleen maar mensen met websites help als ik ze aardig vind -- dus dan laat ik aardige mensen in de kou zitten. Niet meer doen dus.

# | drie reacties | 27 Augustus 2008

Een spijkerpakblauwe entiteit

We fietsten, en dat deden we naast elkaar.
Omdat ik een nette fietser ben (nou ja, ik erger me dood aan andere fietsers en wil voorkomen dat ik zelf een ergerlijke fietser ben), kijk ik dan altijd een beetje achter me of er andere mensen langs willen. En als er iemand vlak achter je fietst, wil die fietser er meestal langs. Dan hou ik in, ga achter Robin rijden, en als de langswiller er langs is, herneem ik mijn plaats naast mijn vriendin.

Goed: we reden dus door de Kinkerstraat, en er waren al een paar mensen langsgefietst na een terugzakactie van mij, maar er bleef steeds één fietser achter ons zitten, hoe erg ik ook terugzakte. Ik zag 'm steeds uit een ooghoek; hij was een beetje spijkerpakblauw.
Robin en ik hadden het erover hoe irritant dat was. Dat deden we voornamelijk door te grommen, te zuchten, en tss te doen.

Toen we eenmaal op de Postjesweg zaten, waren we het zat -- ik zakte terug en we kwamen bijna helemaal tot stilstand. En daarbij bleef de spijkerpakblauwe entiteit NOG STEEDS achter ons zitten. We keken om.
Het was een man, en hij zei met een brede glimlach: 'als ik er langs wil, bel ik wel, hoor.'
We maakten heel erg duidelijk dat hij NU langs ons moest fietsen. Door vooral niet verder te fietsen.
'Ik fiets wel door als jullie dat prettiger vinden,' zei hij, met nog steeds die brede glimlach, die hij vooral tot Robin richtte. En hij fietste door.
'Weet je wat ie deed?' vroeg Robin.
'Wat deed ie?'
'Hij knipoogde.' Ze zei dat hij haar al iets te vriendelijk had toegelachen toen onze wegen zich samenvoegden, ergens bij de Nassaukade.

We zagen 'm voor ons uit fietsen, nu met een behoorlijk tempo, en hij keek af en toe nog achterom. Ik schudde mijn vuist naar hem. Alsof ie een stoeltje in onze slaapkamer neer had gezet, zo voelde het.

# | negen reacties | 26 Augustus 2008

Hoe rook het vondelpark vannacht

Wat het dus is, als je een hond hebt: dan groet je andere mensen met een hond.
Ik heb dat niet bedacht, maar zo gaat het. Net als mensen die op een motor rijden of in een bootje zitten. Dan zit je in je bootje en dan gaat je vinger omhoog.
Hoi.
Hoi.

Zo gaat dat dus ook als je een hond hebt en ermee in het park loopt. De honden snuffelen aan elkaars kruis en omdat dat niet anders dan intiem genoemd kan worden, voel je je bijna verplicht om de andere hondeneigenaar te groeten.
Hoi.
Hoi.

Dat wil zeggen: in elk ander park dan het Vondelpark.
Als je met je hond door het Vondelpark loopt, word je straal genegeerd door de anderen. Honden met de neuzen in elkaars poeperd: bazen kijken ieder een andere kant op.

Raar toch.
Nou ja, dat vind ik raar.

# | zeven reacties | 07 Augustus 2008

Open brief 1

Het ergste is dat ik jullie verwaarloos terwijl ik elke dag wel een keer denk: oh ik heb zin om iets op vandenb.com te zetten! Maar ja -- jullie zijn wel wat verwaarlozing gewend, natuurlijk.
Nou ja, een nauwelijks afdoende pleister op de wond: ik schrijf een week of tien achter elkaar elke dinsdag de 'open brief' in de NRC Next, en ik plak de eerste hieronder.


Ik gebruik het woord vroeger iets te vaak. Vroeger, zeg ik dan tegen mijn vriendin, als ik een verhaal wil beginnen, en dan zegt zij het ook meteen: vroeger – waardoor alles wat ik wilde gaan zeggen meteen een ouwelullenverhaal is geworden. Vroeger had je alleen maar elleboogjesmacaroni in de winkel, en dat was al exotisch. Ouwelullen. Daar moet ik mee uitkijken, anders gaat mijn vriendin nog doorkrijgen dat ik echt een ouwe lul ben.

Laatst zag ik Birkenstocks in een hippe winkel liggen. Of nee, het ging anders: het viel me plotseling op dat Birkenstocks geleidelijk hip waren geworden, en meer nog dan dat, dat ik ze zelf hip vond.

Birkenstocks zijn godbetert sandalen die vroeger door degelijke verpleegsters en muffe studiemutsjes werden gedragen; nu lopen mensen die weten waar het om draait erop. En ik begrijp dat.

Leggings – ook zoiets. In de jaren tachtig werden leggings door anita's en vrouwen die niks anders over hun buik kregen gedragen, nu heeft mijn vriendin een legging (zij weet waar het om draait) en ik vind 'r hot als ze 'm draagt. Een jaar of twee geleden had ik er ernstig aan getwijfeld naast haar te gaan lopen, nu weet ik dat het kan. Maar waarom? Ik lees geen bladen waar dat in wordt verteld ('Je kan weer rustig naast je vriendin lopen als ze een legging draagt') en ik geloof niet dat ik heel opmerkzaam ben qua straatbeeld ('Goh, wat een hoop leggings zag ik vandaag'), dus hoe komt het dat ik leggings en Birkenstocks plotseling vind kloppen?

Ach – ik moet me er ook niet druk om maken. Het werkt, dus het werkt. Het enige waar ik me druk om moet maken is de wetenschap dat het een keer voorbij gaat zijn, het deel zijn van dat specifieke collectieve bewustzijn.
Wee mij, alvast. Wee jullie ook, verdikkie.

# | acht reacties | 06 Augustus 2008

alles © Walter van den Berg.