Het karkas van het Lowlands-weblog blijft voortgesleept worden, en Tonie en ik zijn nu de designated slepers.
Hier een nieuw stukje.
(En als ik zeg 'karkas', bedoel ik dat liefkozend, hè!)
En Robin had vanochtend een briljante uitspraak, en briljante uitspraken zet ik dan weer op tumblr.
1.
Mijn MacBook heeft De Barst. Gisteren klapte ik 'm open in de bibliotheek en toen zag ik het: een barst in het plastic, op de plek waar het stootrandje van het klapdeel met het scherm op polsenplaat komt. (Deze zin zit aardig vol met zelfbedachte woorden.)
De Barst schijnt bijna normaal te zijn — ik had er al eens over gelezen en ik dacht, zoals ik altijd denk: dat overkomt mij niet.
Maar toch.
Waar ik dan ook niet blij van word: om kwart over negen, een kwartier na openingstijd, de Macwinkel bellen en dan 80 keer (ok, vijf keer) bellen en dan nog geen gehoor krijgen en er dan naartoe fietsen in de veronderstelling dat de winkel al vol klanten staat en er dus niemand op kan nemen, en dan ontdekken dat de mensen die er werken elkaar staan te vertellen hoe hun weekend was. Nou ja, ze namen in ieder geval gewoon de telefoon niet op. En dan ontdekken dat we het vooralsnog over de telefoon hadden af kunnen handelen, want het onderdeel moet eerst besteld worden.
2.
Een paar weken terug heb ik van alles opgezegd, omdat ik redelijk torenhoge vaste lasten had, en die vaste lasten heb ik een beetje afgetopt, en nu word ik gebeld door allerlei mensen dat het heel dom en onverstandig is om hun ding op te zeggen.
Flikker op!
3.
Ik wil nog iets noemen waar ik niet blij van word, want een genummerd lijstje met maar twee nummers is een beetje zielig.
Ach, als u nog iets weet.
Als ik ooit een serie zou maken die 'dingen waar ik heel blij van word' zou heten, zou ik Evernote zeker de hemel injuichen. Evernote is een applicatie die alles voor je kan onthouden. Ik scan artikelen uit tijdschriften in en Evernote bewaart ze voor me, net als webpagina's en webcamplaatjes van handgeschreven notities. Het programma doet aan heel erg goeie tekstherkenning, dus als ik een paar artikelen over ik zeg maar wat, vliegeren heb verzameld (ingescande dingen en opgeslagen webpagina's), en een paar weken later wil ik zelf een artikel over vliegeren schrijven, zoek ik zo alle relevante dingen bij elkaar.
Ik vind het briljant.
Ik ben niet betaald door Evernote voor deze reclame — ik ben gewoon enthousiast over de software. Iedereen die schrijft voor z'n werk en iedereen die dingen op wil slaan voor future reference: probeer het. Het is best wel gratis.
Omdat ik altijd dingen doe voor mensen die ik eigenlijk niet had willen doen ('ach, doe ik wel voor je, joh'), zit ik nu vast aan Kimberly.
Kimberly is de Golden Retriever van de buurman. De buurman woont verderop met zijn moeder, maar zijn moeder ligt in het ziekenhuis. En omdat de buurman overdag werkt en Kimberly altijd overdag uitging met de moeder van de buurman, was er een probleem.
Ach, doe ik wel voor je, joh — ik zei het voor ik mezelf tegen kon houden.
Dus nu laat ik elke werkdag Kimberly uit, rond een uur of een, want dan moet ze poepen. Dat kan niet samen met Banjer, want Kimberly is bang voor elke andere hond.
Behalve dat ik dus extra gebonden ben (want dat beest moet midden op de dag naar buiten), zijn er twee Grote Problemen:
- Kimberly. Die naam. Je noemt een hond geen Kimberly. Het is al een beetje gemeen om je kind zo te noemen (sorry, alle meelezende Kimberlys, ik vind jullie allemaal even lief), maar je hond! Een hond een mensennaam geven is alleen leuk als die mensennaam Henk is, of Dirk.
Kimberly roep je dus ook niet zo makkelijk.
Kimberly! Kimberly!
Nee — dan voel je jezelf een beetje voor lul staan.
- Kimberlys manier van poepen. Het schijnt heel erg Golden Retrieverachtig te zijn, maar lopen met Kimberly is dus eigenlijk niet leuk. Zodra je haar loslaat in het park, moet er aan elke grasspriet geroken worden, en daar gaat ze mee door als ze moet poepen, waardoor het proces van het poepen zelf bijzonder vertraagd wordt; het is alsof ze met haar staart in poephouding en haar achterpoten steeds verder doorzakkend een mooie plek uitzoekt, en dat moet dan wel een bijzonder mooie plek worden. Vanaf het moment dat de staart gestrekt wordt en er door de achterpoten wordt gezakt tot aan het daadwerkelijke poepen, kunnen er zo vier tot vijf minuten verstrijken.
Vanochtend ging Robin mee (waar Kimberly heel blij van werd, want ze is gek op mensen; ze ging er spontaan op z'n Bonfires van lopen, met een dubbel knikje in haar drafje), en omdat Robin nog iets moest doen, zijn we iets vroeger gegaan. Waar Kimberly ernstig van in de war raakte. Ze ging het proces wel in: staart recht naar achteren, ietsje door de achterpoten, over het gras schuiven en steeds dieper zakken — maar het werd niet afgemaakt.
Elke keer rook ze iets waar ze weer recht van ging staan, of ze moest nog een keer in het natte gras rollen.
Ach, doe ik wel voor je, joh.
Nu zit er een paar deuren verderop een Golden Retriever met een mensennaam die niet gepoept heeft.
Ik kreeg net een smsje van Robin dat ze De collega tegenover me zag lopen. De collega tegenover me is al bijna een jaar mijn collega niet meer, en ik ben heel gelukkig met mijn niet-op-kantoor-zitten, maar plotseling miste ik hem. Dus ik las wat stukjes op zijn weblog, en ik werd er een beetje treurig van, en ik was weer gerustgesteld.
Vandaag staat in de NRC Next weer een open brief van mij, en eigenlijk zijn die open brieven gewoon weblogstukjes waar ik 150 euro voor krijg. Hier is de brief van vorige week:
Mijn telefoon ging.
'Hello mister Vandenberg, so nice to speak to you again!'
Het was een van mijn vrienden van de vrienden van Iraanse slachtoffers. Ik wist het meteen, maar ik deed of ik dom was. Doen of je dom bent is een optie waarbij je mogelijkheden openhoudt: je kan altijd nog slim worden.
Ooit was ik aangesproken door een jongen met een klembord, en jongens met klemborden mean trouble, maar hij trof me op een slechte dag. Ik ontweek 'm te laat. Waardoor hij me foto's van veel vreselijks liet zien, waardoor ik me om liet praten, waardoor ik een donatie deed.
En toen hadden ze me gevonden. Op een dag belden ze gewoon bij me aan.
Die fuckers wisten mijn adres! Waarschijnlijk omdat ik dat in had gevuld toen ik die donatie deed. Mijn domheid is lang niet altijd doen-alsof, zo bleek wel weer.
Dus op een avond had ik twee Iraanse mannen aan tafel. Een was zakelijk, de ander emotioneel. De emotionele vertelde over zijn verdwenen dochter, en het werd hem te veel, en hij moest naar de wc. De zakelijke vroeg of ik niet meer geld kon missen.
Nou vooruit.
Sucker!
Oké: eerst voelde ik me een heilige.
Tot ik in een tijdschrift over de organisatie las en hoe ze geld loskregen: door een zakelijke en een emotionele man langs te sturen. Waarbij de emotionele man het allemaal te veel werd en naar de wc ging.
Sucker!
Ik hengelde via de bank mijn geld terug en werd vervolgens bestookt met telefoontjes. Zulke vrienden wilde ik niet. Geven aan een goed doel, oké, maar zo geplayed worden – bah!
En nu werd ik weer gebeld. Ze hoopten vast dat ik er weer in suckerde.
Maar nee. Ik was slim en bleef doen of ik dom was. Nee, sorry, ik weet echt niet waar u het over hebt, sorry, geen tijd, dag.
En me daarna nog een beetje schuldig voelen ook. Sucker!
1.
Ik kan het niet laten excuses te maken voor vallende stiltes alhier, al schrijft de weblogwet anders voor. Dus: sorry hoor! Maar ik had dingetjes te doen zoals jarig zijn enzo.
2.
Mijn verjaardag was briljant. Dankjewel voor alle mensen die me per sms, mail en hyves feliciteerden, en dankjewel Robin, want oh. (Robin heeft me belachelijk enorm geweldig getrakteerd op van alles.)
3.
Banjer moet zijn tanden poetsen. Of erger: ik moet Banjers tanden poetsen. Omdat Banjer al een ouder hondje is, bleek zijn gebit een beetje waardeloos te zijn, dus de dierenarts heeft vier kiezen getrokken en de rest moet goed schoongehouden worden.
Het erge is: hij denkt nu dat ik een hekel aan 'm heb. Hoe kan mijn baas nog van me houden als ie me dit aandoet?
4.
Ik heb Robin beloofd dat ik tot 1 december geen chocolade kruidnoten meer koop. Ik was alweer ernstig verslaafd: ik at zo'n anderhalve zak per dag weg. Ik heb me nu al een week aan die belofte gehouden, zo'n beetje. Ik ben trots op mezelf.
5.
Mark is dood.
Dat zet al het voorgaande wel even in perspectief. Hatsee.
Ik weet niet hoe het ging met het vriendinnetje dat ie in Argentinië had, of dat nog aan was — en zo ja, hoe gaat het dan met haar? Dat zijn dan van die dingen waar ik een beetje aan blijf denken.
Mark, je was een held. Een echte hacker.
De observatie na een avondje Toomler: stand-up comedians vertellen je altijd hun leeftijd. Elke grappenmaker zei zoiets als: ik ben dus 27, en...
Ik kwam met Banjer het park uit en ik keek naar de overkant van de weg. Goh, wat is daar aan de hand, dacht ik.
Het gekke was: er was niks aan de hand. Er was niks anders aan de overkant van de weg, het was nog steeds dezelfde overkant van de weg als het gisteren was. En toch dacht ik het: goh, wat is daar aan de hand.
En een moment later kwam er een vrouw over het fietspad aanfietsen, aan die overkant. Dat deed ze niet zo handig: ze neigde iets te ver naar rechts bij het doorwaden van de rood-wit gestreepte paaltjes die moeten voorkomen dat slechte mensen met hun auto het fietspad opgaan, en haar trapper haakte achter het rechtse paaltje.
En daar ging ze, met een diagonale radslag.
Ah, dacht ik, dat is er aan de hand.
Ik bleek lichtjes in de toekomst te kunnen kijken.
Ook nu weet ik wat er gaat gebeuren. U leest dit en denkt: yeah, right, vandenb.
Eén kenmerk van een verslaving is kostbaarheid, verzin ik zo, en ik heb last van een kostbare verslaving: boeken kopen.
Ooit was er een tijd dat ik elke week naar de bibliotheek ging en er zeven boeken leende en die vervolgens niet las, en nu struikel ik elke week wel een keer per ongeluk de American Book Centre binnen en dan koop ik een boek dat ik niet lees.
Want dat is iets waar ik consequent in ben geweest: ik ben ze dus nooit gaan lezen, die boeken.
Nou ja, dat is een beetje overdreven, want mijn kast staat redelijk vol met boeken die ik wél heb gelezen, maar het punt waarop de stapel 'nog te lezen' groter wordt dan de stapel 'gelezen', zit knalhard dichterbij te komen.
Ik ga ze nu, as we speak, even voor u tellen, de boeken die ik nog moet lezen:
82 (tweeëntachtig)
Van schrik ga ik mijn gelezen boeken niet tellen vandaag. Misschien later deze week.
Kijk: boeken kopen is niet erg (als je het je kan veroorloven dan, en dat is niet altijd het geval), maar verdikkie, vandenb, lees die krengen dan. Als je ze leest, doe je tenminste iets nuttigs.
Dat is dan wel weer een positieve draai aan het geheel: als ik die dingen lees, ben ik goed bezig.
Een heel klein stapje van verslaving naar maatschappelijk geaccepteerd (en gewaardeerd) gedrag.
Maar ja: zoals elke verslaafde heb ik het heel, heel moeilijk met het nemen van die stap.
In het park begonnen twee honden te vechten. Honden die vechten maken een hoop lawaai. De baasjes schreeuwden. Ze zeiden niet echt iets, er kwamen geen woorden uit: ze stoten harde klanken uit.
Net als de honden.
En je zag de honden denken: mijn baasje gaat meedoen! Vet! Wij gaan dit winnen, baas!
Voor de moderne mens die zijn tv-series binnenslurpt via torrents en andersoortig piratengedrag:
1. Er zijn weer nieuwe seizoenen van een paar aanraders begonnen (van sommige circuleren pre-airs; dvd's die aan recensenten zijn gestuurd en vervolgens uitgelekt): Dexter, Entourage en Californication.
2. Weeds is alweer bijna afgelopen en ik heb last van gemengde gevoelens: de vierde serie is heel goed, maar tegen het einde licht deprimerend, en verdikkie, ik wil lachen. Terwijl het deprimerende bereikt wordt met steengoeie televisie. Dat dan weer wel. Ach, fuck die gemengde gevoelens: Weeds is de beste sitcom ooit.
3. Gaat dat zien: Generation Kill. Een miniserie en al afgelopen, dus binnenhalen en achter elkaar door kijken. Briljant.
4. Waarom is Mad Men helemaal niet bekend bij nederlandse downloaders? Ik heb 1 episode gekeken, en alleen al de art direction is genoeg om te blijven hangen.
5. Van de maker van Six Feet Under: True Blood. De pilot is rommelig, de tweede aflevering smaakt naar meer. Het niveau van SFU wordt niet gehaald, maar het is goed vermaak.
Voor de nog-niet-downloadende mens: ik heb één invitation over voor tvtorrents, en de eerste die erom vraagt in het reactiedoosje, krijgt 'm met 20 gieg aan krediet erbij, hatsee, mits er beloofd wordt die uitnodiging verstandig te gebruiken.
(Let op: mijn reacties zijn gemodereerd, dus als er nog niks staat, hoeft het niet te betekenen dat je de eerste bent.)
Bright had een stukje over Printing On Demand, waarin allerlei mogelijkheden worden belicht om je manuscript in boekvorm thuisgestuurd te krijgen, en ik had er een reactie achtergelaten.
Voor iemand die graag wil dat zijn als literatuur bedoelde boek uit wordt gegeven, zou het ook mee moeten tellen dat het enige waardering van 'echte' uitgevers krijgt. Als die het niet uit willen geven, lijkt het me behoorlijk lullig als je dan POD gaat.
Goh, kijk, ik heb een boek geschreven. Ja, het zijn een heleboel woorden met een kaft eromheen, maar de kans dat iemand anders dan jij het ooit mooi gaat vinden, is klein. Want: het is niet goed genoeg.
Ja, er zijn goede boeken die door uitgevers over het hoofd zijn gezien, maar dat is echt meer uitzondering dan regel.
Je boek op die manier de wereld ingooien is een beetje alsof je ooit profvoetballer wilde zijn en nu op het veldje achter de flat eerst de champions league-hymne tettert voor je een balletje gaat trappen.
Als je vrienden en kennissen op die manier wil verwennen met je literair bedoelde boek, vooral doen, maar leer mij schrijvende mensen kennen: die hunkeren naar erkenning. En een POD is wat dat betreft het opgeven van alle hoop.
De te verwachten reactie van ene Renej daarna: Ja man Walter, zelfs jouw boeken worden uitgeveven, dus als je dan nog een POD nodig hebt, dan zuig je wel..
En Renej heeft gelijk. Mijn boeken zijn natuurlijk briljant (haha), maar als je het een beetje kan, dat boekenschrijven, dan is de kans op uitgave heel behoorlijk. Voor ik in het wereldje zat, dacht ik dat uitgegeven worden schier onmogelijk was. Dat is het niet. Er worden heel erg slechte dingen uitgegeven. Uitgevers zijn als de dood dat ze de volgende Kluun missen, dus hatsee, binnenslepen dat boek over een omgangsregeling gone bad of over een ziekte die we nog niet hebben gehad.
Mijn reactie op het stuk bij Bright klonk vast heel arrogant, want daar ben ik goed in, maar wat ik bedoelde was dat de schrijver ervan helemaal voorbij gaat aan het magische dat aspirant-schrijvers in een echte uitgever zien. 'Schrijver worden' (en dan zoals duizenden mensen daarover fantaseren, met recensies in de krant en kaartjes voor het boekenbal) betekent uitgegeven worden. Je vast heel boeiende levensverhaal van A tot Z naar Lulu.com sturen is, als je ooit dat specifieke idee over het schrijverschap had, pure wanhoop.
In de kleedkamer van de sportschool was een jongen die heel graag zijn piemel liet zien. De meeste mannen in de kleedkamer draaien een beetje naar de kastjes toe als ze in hun blote piemel staan, maar deze niet: hij stond met zijn kont naar de kastjes en zijn piemel keek de wereld in.
Het was een opvallend grote piemel. Waarschijnlijk was de jongen er daarom zo blij mee. Verder had ie niet veel om over naar huis te schrijven. Een onopvallend lichaam, een suffig hoofd en een lullig brilletje.
Zijn piemel bungelde in de open ruimte, en de jongen keek een beetje om zich heen. Jawel, dit is de mijne. Kijk er maar naar.
Ik keek er even naar, want zo gaat dat -- de dingen waar je niet naar wilt kijken, daar kijk je juist het hardst naar.
Toen draaide hij zich naar zijn kastje omdat hij iets moest pakken (als hij dat had kunnen doen zonder zich om te draaien, had hij het niet nagelaten) en zag ik de piemel van opzij.
Let wel: dit gebeurde allemaal in een seconde. Ik stond niet minutenlang naar andermans piemel te staren.
De piemel had een boogje omhoog.
Ik ben niet bepaald een piemelexpert, maar ik zag onmiddellijk dat die piemel in licht erecte toestand was.
Wel godver! Stond dat joch daar dus een beetje opgewonden te zijn van het bekeken worden, en ik was 'm aan het bekijken.
Ik voelde me misbruikt.
Terwijl ik in de bibliotheek zit, heb ik een textdocumentje open waarin ik het volgende tik:
5.
Ik ben verhuisd naar het studiecentrum. Er is één glazen hok waar je je eigen laptop kan gebruiken, maar toen ik 'm uit mijn tas pakte, zag ik dat er een bordje stond -- er was een activiteit gepland in die ruimte en die activiteit zou over enkele minuten al beginnen.
Dus ik ben aan lange tafel gaan zitten aan een atrium dat uitkijkt op een afdeling met eh, boeken. Ergens over.
6.
Er kwam een mannetje van de bieb naar me toe. Dat ik wel mocht drinken maar geen flesje op tafel mocht hebben staan.
7.
De mensen van de activiteit zijn nu hier. Ze zien eruit of ze op een ministerie werken. Bij de ingang stond een bord dat het vandaag de dag van de alfabetisering is, of zoiets.
De mensen worden rondgeleid en een man heeft een donkerblauw linnen tasje met de europese cirkel van gele sterren.
8.
Ik heb gelunchd bij La Place, bovenin, en ik heb een andere plek gezocht. Eerst kwam ik terecht in een soort fauteuill met een werkplankje, maar toen ik last van m'n rug kreeg, ben ik weer iets anders gaan zoeken, en ik kwam terecht in een half verstopte ruimte waar nepantieke lessenaars staan, achter grote ramen die uitkijken op het stationseiland.
9.
Op de verdieping waar het restaurant zit, is een ruimte ingericht voor de mensen van het ministerie. De catering stond klaar met duur servies.
10.
Een jongen vroeg aan me of ik wist hoe de hotspots werkten. Ik zei dat ik dat niet wilde weten. Ik wil het niet weten, rapalje! Ik moet schrijven.
11.
Getikt: 3000 woorden.
Het lowlands-weblog sleept zich maar voort en het lukt me niet echt meer nog iets te bedenken dat een beetje boeiend kan zijn voor mensen die niet verwachten wat persoonlijk geneuzel voor de kiezen te krijgen, maar goed; mijn stukje van vandaag staat daar.
Uit pure frustratie ben ik gisteren naar de grote bibliotheek gegaan. Een paar vrienden van me schrijven daar, weet ik, en ik wilde deze week nog iets gedaan hebben.
Welnu: dat is gelukt. De verandering van omgeving deed me tikken als een malle, en ik heb in twee uur tijd 1800 woorden eruit gegooid.
Maar: die bibliotheek is een rare plek, hoor. Ik zal een logboekje bijhouden met alles wat ik zie en meemaak (vooropgesteld dat ik er nog dingen ga zien en meemaken), want ik ben van plan er vaker te gaan zitten.
Hatsee:
1.
Er wordt Metallica gedraaid. Maar serieus. Ik dacht dat een bibliotheek een plaats van rust zou zijn, maar ergens uit een hoek komt Metallica en er is geen strenge bibliothecaresse die er iets van zegt.
Maar ja: er staat ook een piano waarbij op een bordje staat dat iederen die van zichzelf vindt dat ie kan spelen, dat vooral moet doen.
2.
Er is een klein jongetje dat een online rpg speelt. Elke computer is bezet, en vanuit mijn plek is vaag te zien wat er op de schermen staat: voornamelijk tekst met veel wit op de achtergrond, dus serieuze sites, maar er is een jongetje dat gamet.
Ik wil heel erg graag weten wat ie speelt.
3.
Een jongen met een regenboogjas vroeg in het Duits of ie me wat mocht vragen. Probeer maar, zei ik.
Hij zei dat het homo sapiens giebt und hetero sapiens
-- stop maar, stop maar, zei ik.
4.
Er is nog een man van wie ik vermoed dat ie gek is: hij zit aan dezelfde lange tafel als ik en hij heeft een laptop en een gigantische hoeveelheid krantenknipsels. Ik denk dat hij ergens voor strijdt. Zo'n hoofd heeft hij: een strijdhoofd.
Maandag ga ik weer.
1.
De toppen van mijn duimen zijn aan het vervellen. Alsof ik mijn duimen ergens heel erg voor heb gebruikt, en mijn andere vingers niet.
2.
Ik verveel me. echt stierlijk.
Ik heb net duizend woorden aan boek 3 getikt en ik heb er nog niet genoeg lol in. Ik moet zin krijgen om verder te schrijven, ik moet er plezier in krijgen, want elk ander ding dat ik er nu naast doe ter ontspanning, voelt verkeerd, want oh hallo plichtbesef ben je daar weer? En die duizend woorden zijn niet bepaald dagelijks, dus ik voel me grote delen van de week schuldig tegenover De Literatuur.
3.
Robin woont nu dus op zo'n vijfhonderd meter bij me vandaan (in een mooie blauwe kamer in een fijn huis met haar beste vriendin en nog een huisgenoot) en dat is utterly brilliant. We kunnen nu dingen doen als samen lunchen en dan afspreken dat we elkaar de dag erna nog even zien, of de dag daarna, en dan bij elkaar slapen, en hatsikidee, alles. Voorheen zat er twee uur reistijd tussen ons.
4.
Ik verveel me nog steeds.
Ik heb een opdracht gekregen van een bepaald bedrijf om een boekje voor ze te schrijven, tienduizend woorden, deadline 1 december, en ik weet nu waar ik dat boekje over ga laten gaan, maar ik moet nog even mijn plichtbesef tegenover boek 3 de nek omdraaien.
5.
Dat plichtbesef zit dus echt alleen maar in de weg. Je helpt me niet, plichtbesef.
Vanochtend had ik mijn wekker op zeven uur gezet (met uitloop tot acht uur) en nu is het kwart voor twee en ik heb pas duizend woorden geschreven en ik zit te gapen.
Maar ik denk wel dat ik het zo ga blijven doen, want duizend woorden is beter dan nou ja, geen woorden.
6.
Die duimen; heel irritant.
7.
Van de week waren we bij een presentatie van een dichtbundel en het regende toen we weg wilden gaan, dus we namen bus 18, die bij Robin voor de deur stopt.
Bij de presentatie was het druk, en we stonden en we luisterden naar de poëzie, Robin voor me, en ze leunde een beetje naar achteren, en zo stond ze tegen me aan, en verspreid over de zaal zaten fijne mensen met wie we later zouden praten, en ik was gelukkig -- ook toen we teruggingen en de laarzen die ze aan had getrokken te veel pijn deden en ze het laatste stukje op haar sokken liep en ik haar thuis afzette en we gedag kusten en ik naar huis fietste, vijfhonderd meter verderop.
8.
Nu ga ik een potje gamen. Kijken wat m'n duimen ervan zeggen.
Op de opening van de fototentoonstelling was Erwin Olaf de opener, en hij was ruim te laat. De helft van het publiek was al zo'n beetje weggedruppeld. Er was al een vervangend praatje gehouden door een dame met een Duits accent waar de emo-kinderen hard om moesten giechelen (terwijl je van zulk volk verwacht dat ze alleen maar hun polsen willen doorsnijden bij, nou ja, alles), en de fotoboekjes waren al verkocht. Erwin Olaf had een glitter op zijn bovenlip en zei niets dat aardig overkwam.
Ik roddelde een tijdje met Marcel van Roosmalen en daarna fietste ik richting huis. Het was zeven uur geweest, en hoewel ik alle tijd van de wereld heb, vind ik het te laat om te koken als het zeven uur is geweest. Ik vond het ook te laat om te koken omdat ik langs MacDonalds zou fietsen.
Bij het meisje achter de balie bestelde ik een Big Tasty en ik haatte mezelf erom, want dat hoort zo bij MacDonalds.
Ik ging zitten en ik at.
Er kwam een grote dikke neger binnen met een sympathiek gezicht. We keken elkaar even aan en ik glimlachte, want ik wil altijd graag vrienden zijn met grote negers. Hij glimlachte terug en liep naar de balie om iets te bestellen. Ik richtte me weer op mijn Big Tasty. (We gaan het een andere keer hebben over het feit dat eten van MacDonalds alleen lekker is als je het idee krijgt iets bij MacDonalds te halen, en nooit meer als je het daadwerkelijk eet.)
Ik keek pas weer op van mijn Big Tasty toen de grote dikke neger opnieuw naar de balie liep, de ingepakte hamburger die hij daarvoor had besteld in zijn hand, en riep: 'nee! Nee! Het mag niet, Bo, het MAG niet.' Hij drukte de hamburger met kracht op de balie en liep naar de deur. We keken elkaar weer aan. Ik bleef glimlachen, want ik ben niet zo simpel van mijn vriendenmaakvoornemens af te krijgen.
'Karma, man,' zei hij tegen mij.
Ik knikte. Karma.
En hij had gelijk, verdikkie! Het mag niet. Bo had duidelijk een afspraak met zichzelf gemaakt. MacDonalds mag niet, het is slecht, en ik zou die afspraak ook met mezelf moeten maken. Karma.
Ik at mijn Big Tasty op en bestelde nog een milkshake.
Hallo arbeiders! Weet u: als je freelancet, ga je heel anders denken dan een Normaal Mens met een Normaal Inkomen. Eerst wist ik dat ik per maand 1400 euro binnenkreeg, dat ik daar mijn vaste lasten en mijn leuke dingen van moest betalen -- nu hark ik links en rechts wat geld binnen, en als ik het goed doe, haal ik veel meer dan die 1400 euro binnen, maar als ik het goed doe, ga ik op mijn lauweren rusten, want zo ben ik. Wat vervolgens betekent dat ik niet meer goed doe, en snel niks meer heb om op te rusten, waardoor ik in een lichte paniek raak, waardoor ik ga kijken waar ik nog wat vandaan te harken heb; en dat blijkt dan altijd een licht geruststellende bezigheid te zijn, omdat ik al lauwerenrustend allerlei facturen heb verzuimd te tikken.
Wat daarna weer te veel zand in mijn ogen strooit, omdat er nadat die facturen zijn betaald ook weer geld binnen moet gaan komen, en ik heb gewoon niet het geestelijke vermogen om dat punt in de tijd te kunnen zien.
Ja, ik heb het niet makkelijk, verdikkie.
Time Magazine: "as mayor, Palin continued to inject religious beliefs into her policy at times. "She asked the library how she could go about banning books," he says, because some voters thought they had inappropriate language in them."
Nou, dat lijkt me een hele goeie als vice-president.
Banjer poepte. Ik las mijn krant.
Dat is zo'n beetje mijn ochtendritueel opgesomd: ik word wakker, douche, kleed me aan en ga met Banjer naar buiten -- en onder aan de trap pak ik mijn krant uit de bus.
Dan lopen we naar het park, Banjer gaat los, en ik blader.
Banjer poepte, en ik las mijn krant, en er kwamen twee vrouwen aanlopen -- hondenvrouwen. Omdat in ons park hondenmensen elkaar groeten, keek ik even op van mijn krant toen ze in de buurt waren, om elkaar al dan niet een goedemorgen te wensen.
Een van de twee vrouwen hield een leeg poepzakje omhoog. Min of meer in mijn gezicht. Ze zei er niets bij, en ze bedoelde: je hond zit te schijten en ruim het nu op, motherfucker. Bij het nietszeggen had ze een smirk op haar gezicht.
Kijk: toen ik Banjer pas had, was ik een ongelooflijke poepopruimer. Tot ik een beetje moe werd van de manier waarop Banjer poept: laat ik hier eens beginnen, dan loop ik een paar meter door, een beetje gehurkt nog, en dan doe ik hier nog wat, en oh, daar, hatsee, nog een beetje.
Toen ik ook nog eens ontdekte dat er geen opruimplicht in het hondendeel van het park was, ben ik het een beetje gaan verwaarlozen, tot ik het helemaal niet meer deed.
Maar goed: die vrouw, met dat poepzakje en die smirk. Zelfgenoegzaam en fatsoensrakkerig. Ik ben helemaal voor zelfgenoemzaamheid en fatsoensrakkerij, maar niet bij andere mensen.
Euh, zei ik.
Hier geldt geen opruimplicht, zei ik.
En ik voelde me ongelooflijk betrapt.
De vrouwen liepen door met een indrukwekkende air van verontwaardiging.
Toen ze tien meter verder waren, wist ik wat ik had moeten zeggen voor mijn eigen waardigheid: als je je geroepen voelt, of: da's een mooi zakje, zeg.
Maar dat zei ik niet. Mijn adremmiteit is een beetje zoals Banjer poept: om een volledige drol te hebben, moet er gesprokkeld worden, en dat is nooit de bedoeling van een vlug en snedig antwoord.
Wat nu het erge is: ik ben weer opruimzakjes mee gaan nemen.
Die vrouw had best gelijk hoor, al bracht ze het op een manier waarop die eigenlijk een ernstige lijfstraf verdient, maar het is zo heel erg voor wat andere mensen ervan vinden. Gisteren ruimde ik een éénvijfde drol van Banjer op en er kwam een man langsjoggen en hij zei: 'keurig!'
En dan ziet ie niet dat de helft van die drol blijft liggen omdat ik van die kartonnen schepsystemen gebruik die een in het gras liggende drol alleen maar in twee helften hakt. Waarbij ik de onderste helft, de helft onder het maaiveld, laat liggen, dus.
Maar ja: dat ziet niemand. Ook de mevrouw die andere mensen zakjes in hun gezicht duwt niet.
Keurig.
In mijn agenda heb ik voor de eerstkomende duizend jaar op maandagochtend 'administratie en aquisitie' gezet. Dat betekent dat ik de aanmaning van waternet (105,65) moet betalen en dat ik iets nieuws moet verzinnen om weer eens wat geld te verdienen.
Het ding is: ik vind inloggen bij de bank altijd zo kut omdat ik bang ben dat ik ga schrikken van wat ik zie. Dat er een onverwachte kostenpost langs is gekomen in het weekend van een paarhonderd euro of zo.
Dat weet ik liever niet, want wat niet weet, wat niet deert.
Dus dat administratiedeel laat ik nog even tot morgen wachten, en misschien dat ik later vandaag nog iets verzin om deskundologisch over te schrijven; terwijl ik zit te poepen of zo. Of af sta te wassen -- mijn beste ideeën heb ik vaak wel tijdens de afwas. Als ik er langer over nadenk nu: tijdens het poepen gebeurt er nooit iets constructiefs in mijn hoofd.
(Kunt u het een beetje zien aan de informatiedichtheid van dit stukje dat ik me heb voorgenomen weer vaker te schrijven op uw lievelingsweblog? Een voornemen dat dus resulteert in stukjes als deze. Nou ja -- dan weet u dat het niet altijd even makkelijk is, hè.)
alles © Walter van den Berg.