Op zaterdagavond een stukje gaan tikken werkt nooit goed, zeker niet als je keihard op de bank wilt gaan liggen, maar: verdikkie, in geen van de stukken en stukjes over Watchmen (een verfilming van de allerbeste strip ooit, gaat van de week in premiere) lees ik in de uitleg wat de kern van het verhaal is en waarom dit verhaal verschilt van alle andere superheldenverhalen.
Watchmen gaat over een groepje superhelden in een wereld waar superhelden zijn verboden, en die helden hebben hun malle kostuums aan de kapstok gehangen. Maar in deze wereld, in tegenstelling tot de superheldenwerelden die de toon aangaven (het marvel universe en met bijvoorbeeld Spiderman en de Hulk en het DC universe met Superman en Batman), hebben de mensen met de malle kostuums geen superkrachten. Ze hebben alleen maar malle kostuums. Tot er een wetenschapper een ongeluk krijgt met straling (een beetje zoals de Hulk) en die wetenschapper wordt idioot sterk, in allerlei opzichten. En hij heeft geen mal kostuum nodig: hij loopt gewoon in zijn blootje. Wat eigenlijk zegt: ok, alle mensen die zichzelf als helden zien, zijn overbodig geworden.
Het is een strip die vragen stelt over zijn eigen genre, en dat is maar één van de vele lagen in het verhaal.
Ik ben heel benieuwd naar de film. De comic is BRILJANT; als je geen totale weerzin tegen strips hebt, is het heel erg de moeite waard die te lezen.
Ik zal de film niet als een totale fanboy bekijken -- ik zal alleen kijken hoe de makers de strip hebben geïnterpreteerd. En ik zal gewoon genieten, denk ik. Ik heb jaren op deze film gewacht, en deze week ga ik 'm zien.
Hoe je twee spaties tikt en dan verwacht dat er een punt achter je laatste woord komt te staan omdat de iPhone het zo doet.
1.
Mijn badkamer is nog nooit zo schoon geweest. Maar dan echt: mijn badkamer is nooit zo schoon geweest.
Oud-collega en vriendin B. stuurde een mailtje toen ik vroeg of iemand een goeie hulp in de huishouding wist: ja, dat wist ze -- zijzelf.
Randjes waar ik van dacht dat ze nooit meer schoon zouden worden zijn nu schoon en er staat een emmer in mijn keukenkastje met een schokkende hoeveelheid schoonmaakmiddelen: ik heb een pro in huis gehaald.
B. zoekt klanten, dus laat het me weten als u nog iemand zoekt.
2.
Nu-collega N. heeft een laptop en die laptop heeft zijn beste tijd gehad. Het scherm vertoont van tijd tot tijd zwarte vlekken, en als ie de machine aanzet, moet ie het scherm eerst aan de achterkant masseren om uberhaupt iets in beeld te krijgen.
Het masseren ziet eruit als liefkozen.
Ik hou van mijn macbook, maar ik probeer me ervan te weerhouden in het openbaar zulke uitingen van genegenheid te vertonen.
3.
Sinds ik weer werk, heb ik ook weer last van normalemensendingen als zin in vakantie. En oh wat heb ik zin in vakantie. Met Robin op het strand hangen en boeken lezen en in de zee duiken en alles.
4.
In het kader van de boekenweek (thema dit jaar: dieren) schrijf ik voor het Vara tv magazine een stukje over mijn favoriete dier, en na wat rondklikken ontdekte ik dat Banjer zijn profiel van de datingsite nog steeds heeft aangehouden. Alsof ie van plan is om nog weg te gaan. Ondankbare hond.
We hadden het over logeren, hoe je als kind ging logeren bij vriendjes en vriendinnetjes, en ik wist weer hoe het ging in de galerijflat waar ik woonde in Osdorp: als mijn vriendjes bij mij kwamen op zaterdagavond tilden ze hun eigen matras van hun bed en liepen over hun galerij naar de hal, Omar over de achtste verdieping, Thami over de negende en Jim-Lee over de tiende, en ze kwamen bij mij op de zevende, en dan keken we Wrestlemania met onze matrassen op de vloer van woonkamer. En ik bedacht dat dat een mooi gezicht moest zijn geweest als je aan de overkant had gestaan, in de andere flat, hoe je drie, vier jongens over verschillende galerijen zag lopen, een matras op hun hoofd met het hoeslaken er nog om.
Dat saaie stukjes tot mooie dingen kunnen leiden. Ik kreeg een mailtje van Rob van Barneveld en hij wilde graag een stripje maken van mijn laatste stukje. En of dat mocht.
Man! Ik was helemaal vereerd.
Helemaal toen hij het af had, want oh dit is zo leuk: Eigenlijk het saaiste stripje ooit maar ja, ik heb het al getekend op roodgras.nl.
Ik ben heel trots.
Mijn oude moedertje heeft een telefoon die niet meer rinkelt. Eerst rinkelde ie normaal, daarna werd het steeds zachter, en nu schijnt ie helemaal geen geluid meer te maken.
Dat weet ik niet helemaal zeker, want mijn oude moedertje is behoorlijk doof, dus het kan zijn dat ie nu een rustig en niet al opvallend geluidje is gaan maken, dat het een telefoon is met een minderwaardigheidscomplex: mevrouw, er is telefoon voor u, maar als u... nou ja... ik zeg het maar even...
En als je zachtjes praat tegen mijn oude moedertje, hoort ze helemaal niets.
Probleem is nu dat ze dus niet doorheeft dat ze gebeld wordt. Dat ik haar in de afgelopen week tientallen keren heb gebeld en dat ik elke keer haar voicemail krijg. En als ze mij vervolgens belt, zit ik in een situatie waarin ik niet echt kan praten, zoals in een vergadering, bijvoorbeeld.
De laatste keer dat we elkaar spraken was gistermiddag, en ik zat in een vergadering, bijvoorbeeld, en ik had gezegd: bel me vanavond om 9 uur. Ik had opgenomen omdat ik haar onmogelijk te pakken kreeg.
Ze zou me dus bellen om 9 uur, en om 9 uur was ik dat vergeten, want Robin had iets te vieren waar we erg blij om waren, en ik heb 'r mee uit eten genomen. Dus ze belde en ik liep naar buiten en sorry, sorry, kan je me morgen overdag gewoon bellen?
Ja, zei ze. Ze klonk geirriteerd. Terwijl zij degene was met een telefoon die ze niet hoorde.
Net belde ze.
Terwijl ik net de wc binnen was gestapt.
Kan je me over vijf minuten terugbellen?
En: omdat ze doof is, moet je dat een beetje hard zeggen. Maar omdat ik op de wc was, wilde ik niks te hard zeggen, want: pijnlijk als andere mensen mij op de wc in mijn telefoon horen roepen.
Over vijf minuten is nu een half uur geleden.
Ik ga vrijdag een nieuwe telefoon voor mijn moeder kopen. Een telefoon die heel hard rinkelt.
Toen ik als kleine Westerling in Nijmegen ging wonen, had ik binnen een maand een zachte G. En een broek was een box (meer Nijmeegse slang ben ik vergeten).
Toen ik als kleine Nijmegenaar weer naar het Westen ging, had ik die zachte G nog heel af en toe (ik herinner me dat ik ooit mijn naam moest noemen toen ik op de bus naar het kinderkamp in de Kennemerduinen stapte en dat het meisje met de lijst me grappig immiteerde met die G aan het eind van mijn naam -- en ja, dat leverde een trauma op), maar ik had ook zo een Amsterdams accent te pakken.
Ik ben vatbaar. Ik pas me aan.
Toen ik hier op kantoor kwam, verbaasde ik me over het gedaggedrag op de gang. Ik vond altijd: als je een collega op de gang ziet, zeg je die collega gedag, of je knikt, of je glimlacht. Maar hier deed men niet aan gedag zeggen, knikken, glimlachen.
Nou, daar ging ik dus mooi niet aan!
Ik ben namelijk de vriendelijkheid zelve. Dus mijn gedaggedrag is onberispelijk: ik groet, ik knik, ik lach.
Dacht ik.
Vorige week betrapte ik mezelf op Wezenloos Voorbijlopen.
Ik liep door de gang en pas toen de collega die mij voorbij liep voorbij was, had ik door dat er een collega voorbijliep.
Ik had niet gegroet, geknikt, gelachen.
Ik had me aangepast. Mijn gedaggedrag is veranderd.
Ik doe wat ik vreselijk vind bij anderen.
Het is een kwestie van tijd tot ik dingen ga zeggen als ik schiet die meeting wel even in.
Heden ter download aangeboden: een pdf met keywords, zodat u kunt zien hoe mensen op vandenb.com terecht komen. Vooral het woord 'piemel' in alle mogelijke combinaties zorgt voor nogal wat verkeer na dit stukje. U begrijpt: het is grappig. Voor mij althans. Voor u ook, als u van humor op piemelniveau houdt.
In dit kader: I love Alaska - prachtige filmpjes als achtergrond van de zoekgeschiedenis van een vrouw, op straat komen te liggen na een fout bij AOL. Via Camathome. Niet grappig, maar heerlijk tragisch.
Ik heb niks geschreven vanochtend.
De trein was weer kort, de mensen duwden zich naar binnen, ook bij de eerste klas, en ik had gezien dat er nog wat plaats over was daar. Heel even overwoog ik een trein over te slaan, weer wachten op de volgende, maar ik besloot het erop te wagen.
Ik kon zitten.
En toen kwamen de staanders.
Kijk: ik zit 's ochtends in de eerste klas sinds ik ontdekte dat ik daar ruimte heb om te schrijven. In de eerste klas staan er eenpersoonszitjes, en ik wil geen meelezers. Niet dat ik bang ben dat iemand er met mijn literatureluur vandoor gaat ('Goh, wat ik nu meelees is echt heel goed, ik ga snel plagiëren!'), maar ik voel me gewoon een beetje lullig met die interessantdoenerij.
U weet wel dat de boeken die ik schrijf ook daadwerkelijk in de winkel liggen, dus bij u kan ik gewoon lekker interessantdoen, maar als ik iemand in de trein fictie zou zien schrijven, zou ik denken: aansteller! Succes met het vinden van een uitgever! Je bent vast een wannabeKluun! (Ja sorry, zo ben ik.)
En omdat ik weet dat ik zo zou denken, denk ik ook dat andere mensen zo zouden denken als ze mij fictie zouden zien zitten tikken. Het liefst zou ik een bordje neerzetten met 'er liggen al twee boeken van me in de winkel hoor!'
Dus als ik naast iemand moet zitten, schrijf ik niet. Naastzitters zullen af en toe een schalkse blik op mijn scherm werpen, en een schalkse blik is al genoeg.
En als er staanders komen: nou ja, dan gaat het helemaal niet. Alle schalksheid is overbodig voor staanders -- die kunnen gewoon een beetje schuin achter me staan en elk woord dat ik intik meelezen.
Dus die 16.50 voor mijn eersteklaskaartje was weggegooid geld.
NS, graag weer treinen van normale lengte. De Nederlandse literatureluur lijdt!
En voor de mensen die moeten staan is het ook niet zo leuk.
Er moet een feestcomité zijn geweest, want er hingen kleuren-a4tjes. Verkeersborden met een rode ring en in dikke zwarte cijfers '50' in die ring; foto's van de jarige die op een personeelsfeestje of iets anders leuks waren genomen, want je zag dat ie het leuk had gehad toen de foto werd genomen; en blaadjes met 'sms abraham aan' en het 06-nummer van de jarige erbij.
Ze hingen overal: bij de ingang van het gebouw, in de lift (met een pijl naar de knop van de eerste verdieping -- daar was het feestje) en bij de koffieautomaten.
Het was leuk. Het was ludiek.
Toen we gingen lunchen, liepen we naar de catacomben. Ik vind het leuk om 'de catacomben' te zeggen. Onder het gebouw ligt een grote garage en die garage is verbonden aan de andere garages onder de andere gebouwen -- en zo verplaatsen wij ons tussen de verschillende afdelingen. En zo verplaatsen wij ons naar de kantine. Liefst voor twaalf uur, want na twaalven lopen er tientallen mensen met hun dienbladen een plaats te zoeken. En her en der (en dat zeg ik anders nooit) zijn wel een paar lossen plaatsen te vinden, maar wij willen lunchen met z'n vieren, of met z'n zessen, of soms nog meer.
Maar dat allemaal terzijde.
We liepen naar de catacomben en daar hingen de a4tjes ook. Het verkeersbord en de foto's en de tekst 'sms abraham aan.'
Op een van de motoren die op een gereserveerde plek in de garage staan, de BMW met windscherm, had het feestcomité ook een '50' geplakt, op het windscherm, en dat kon heel goed de motor van de jarige zijn; hij zag er op de foto's uit alsof hij inderdaad in een nylon motorpak met zijn helm onder zijn arm op het werk kon komen.
Er hingen a4tjes aan de betonnen dwarsbalken, en op pilaren zaten er ook nog een paar geplakt, met de tekst 'feestje die kant op', en een pijl.
En net toen wij ons verbaasden over de inspanningen van het feestcomité, kwam het antifeestcomité aanlopen. Het antifeestcomité bestond uit een jongen in een bewakingsuniform met een walkie talkie in zijn hand, en twee mannen in pakken die er streng uitzagen.
Ze trokken de a4tjes van de pilaren, van de betonnen dwarsbalken, en van het windscherm van de motor.
De jongen in het bewakingsuniform lachte erbij. Snerend.
Toen we terugkwamen van de lunch, waren alle a4tjes verdwenen.
Er was geen feestje meer, die kant op. En de verdere middag verliep alsof er helemaal niets bijzonders was, die dag.
Het vriendje van m'n moeder wordt ergens deze week ontslagen uit het ziekenhuis.
En dat met die dokteres die zaterdagnacht zei dat ie de ochtend niet zou halen.
Een wonder, zegt mijn oude moedertje.
Een dramaqueen, zeggen wij. En dan hebben we het niet over de dokteres.
1.
Mijn oude moedertje heeft een vriendje in het bejaardenhuis en het vriendje is ook niet meer de allerjongste. Hij sukkelt behoorlijk, en afgelopen weekend kwam dat sukkelen tot een lichte apotheose: hij werd opgenomen en het ziekenhuis zei dat de familie erbij moest komen, want het zou niet lang meer duren.
Nu zit er een ingewikkelde geschiedenis achter wat familie (en erbij komen) betreft, dus mijn moeder werd om 12 uur 's nachts door mijn zuster naar het ziekenhuis gebracht, en ik ben er ook heen gefietst, als ondersteuning.
Een jonge dokteres zei dat ze dacht dat ie de ochtend niet zou halen.
We zijn nu twee dagen verder.
2.
En ondertussen vierden we de 73ste verjaardag van mijn oude moedertje in haar aanleunwoning. Ik had Banjer meegenomen, want die is gek op feestjes.
Mijn neefje Adam (Eddum) was er ook en Adam wilde graag op de bank, maar Banjer lag ervoor. 'Ik wil op de bank, maar Banjer ligt ervoor,' zei hij.
'Dan vraag je of ie even opzij gaat,' zei ik.
Adam keek even nadenkend en zei toen: 'Banjer, woef waf woef woef.'
3.
Ik heb vanochtend een trein overgeslagen. Ik koop tegenwoordig eersteklaskaartjes voor de ochtend, omdat de tweede klas in de trein van 7.51 vaak net te vol is om zeker te weten dat je kan zitten, en ik wil schrijven aan boek 3, 's ochtends (ik tik zo'n 500 woorden, tussen Lelylaan en Den Haag). Maar de trein die vanochtend om 7.51 kwam, had maar één treinstel, waar het er normaal twee zijn, en op de eerste klas waren mensen al aan het staan. En daar betaal ik al dat geld niet voor, verdikkie!
In de trein van 8.21 heb ik vanochtend 500 woorden getikt.
4.
En omdat ik me kennelijk eersteklaskaartjes kan veroorloven, mag ik me ook wel eens tegoed gaan doen aan andere luxe: ik zoek een werkster. Ja, sorry, vergeef me, dat is decadent, maar ik ben een man en ik maak niet schoon. Of ik maak een keer schoon en dan ben ik heel trots op mezelf en dan vergeet ik dat je dat best nog een keer kan doen.
En onder mijn lezers zijn vast Amsterdammers die aan datzelfde euvel lijden. Hebben jullie het nummer van een goeie? Mag per mail naar walter at vandenb punt com, of als reactie hieronder (die ik niet zal plaatsen). Dank.
Reacties over mijn decadentie plaats ik wel, hoor.
alles © Walter van den Berg.