In dit gebouw

In dit gebouw heeft iemand gewerkt die besmet is met de Mexicaanse griep.
Dat stond vorige week op een poster bij de ingang van het gebouw. Bij de poster stond een tafeltje en op het tafeltje stond een fles zeep.

Op de poster stond verder dat je vaak je handen moest wassen. Geloof ik.

In de liften hingen posters van de overheid. Over wat je moest doen om niet besmet te raken. Harde oppervlakken schoonhouden. Je handen vaak wassen. Je mond en je neus niet aanraken met je handen.
Ik ben zo iemand die dan meteen zijn mond en neus aanraakt. Niet uit opstandigheid — het gebeurt gewoon.

Vandaag zijn alle posters weg. De Mexicaanse griep bestaat niet meer in dit gebouw.
Of eigenlijk zeggen de mensen die over die posters gaan: krijg die griep maar gewoon.

Ik ben iemand die elk griepje dat langskomt altijd even meepakt, dus het is een kwestie van tijd dat ik thuis moet blijven en niemand meer mag zien. Dat is niet zo erg. Behalve voor mijn eigen-baas-zijn; als ik ziek ben, verdien ik geen geld.

Ook de zorg van de overheid over de epidemie is alleen een economische; als eenderde van Nederland straks ziek is, staat de boel stil. Er zullen wel wat mensen doodgaan, maar niet heel veel.
Ik hoop dat ik pas ziek word als mijn klus af is gelopen. H1N1 is here to stay, en als je ziek wordt, heb je dat maar vast gehad.

Gelukkig mag het nu ook van de posterplakkers in dit gebouw.

# | Negen reacties | 31 Augustus 2009

Het kleine dikke harige mannetje blijft in ieder geval nog even dik

Omdat het op vrijdagavond goddelijk rustig is in de sportschool, kom ik er graag op vrijdagavond, en het kleine harige mannetje komt natuurlijk ook.

Maar: waar ik eerder heb gezegd dat hij zwemt en saunaat, wil ik even een correctie aanbrengen: hij zwemt vrijwel niet meer. Ooit heb ik hem wel eens zien zwemmen, maar het is me opgevallen dat hij alleen nog maar saunaat en bubbelt. En hij bubbelt op een speciale manier: hij gaat op zijn buik in het bubbelbad liggen.

Hij probeert zijn dikheid weg te werken met bubbels.

Ik denk dat ik hem er nog jaren tegen ga komen.

# | Twee reacties | 28 Augustus 2009

Lief internet

Lief internet,

Toen wij een tijdje terug in Brugge waren, kwamen we in een dingetjeswinkel heel erg mooie leren tassen tegen van een heel erg mooie kwaliteit. Van dat donkere, ruige leer. Die tassen waren vast van een bepaald merk, maar dat hebben we niet onthouden.

Lief internet, heb jij enig idee wat voor merk dat geweest kan zijn?

Update: gevonden! Door flink rond te klikken hier terecht gekomen, gebeld, en het waren deze tassen.

# | Vijf reacties | 27 Augustus 2009

Planeet vandenb: vakantieverslag

1.

Op maandagochtend, voor ik weer naar kantoor moest, trok ik het eerste paar sokken sinds twee weken aan. Dat was raar, en lichtjes treurigmakend.

2.

Dit was mijn eerste vakantie ooit dat ik geen last had van heimwee. Ik ben altijd een beetje een vakantiemietje geweest, zo'n beetje halverwege had ik er geen zin meer in, maar nu — poeh. Ik wil terug. En Robin ook.

3.

Het was dus geweldig. We hebben twee weken lang in een ritme gezeten van wakker worden om een uur of tien, brood halen, rustig ontbijten, beetje hangen, bedenken naar welk strand we op de scooter gaan, hangen op het strand, lezen, zwemmen, insmeren, steentjes in elkaars navel proberen te mikken (de strandjes hadden allemaal kiezels, groter of kleiner, en daar ben ik voor, heb ik ontdekt, want zand komt overal maar tussen), nog meer zwemmen, zonnen, bruin worden, lezen, mensen kijken, praten, hangen.

Terug naar het appartement, misschien nog een beetje zwemmen in het zwembad, douchen, hangen, bedenken waar we gaan eten, en gaan eten, en dan nog even naar de boulevard en daar nog wat drinken en kijken naar de mensen die naar ons kijken.

We willen terug.

4.

Ons lievelingsrestaurant was het vleespornoparadijs; een taverna in de bergen waar we heen scooterden en waar het binnenpraatmannetje ons verwelkomde en de Grieks-Australische ober al wist wat we wilden: de griekse salade, garlic bread, en dan het varkensvlees van het spit.
En terwijl we aten wilden we dat we dat in Nederland konden vinden, en toch maar niet want het zou zo slecht zijn.

5.

Ik las:

Martin Cruz Smith, Rose. Mijn favo thrillerschrijver omdat ie echt kan schrijven.

Herman Koch, Het diner. Niet virtuoos, een paar te makkelijkheden, wel een pageturner en een terechte bestseller.

Nick Hornby, Slam. Goed.

Dan Brown, The Da Vinci Code. Hypes moet je zo lang mogelijk laten liggen. Pageturner, natuurlijk, met kromme dialogen maar veel leuke al dan niet feitjes.

Niccolò Ammaniti, Ik haal je op, ik neem je mee. Wat zei je nou net over hypes? Heerlijk boek, ondanks de aanprijzingen van Kluun en Saskia Noort op de cover.

6.

Het was Robins dertiende keer op Lefkas, en ze was een beetje ongerust of ik het wel leuk zou vinden — bij Robin thuis werd er vaak over Lefkas gepraat en ik zat er dan met graagte naar te luisteren, maar ik wist er nog niks van, natuurlijk.
Nu wel. Robin gaat nog een veertiende keer, en ik een tweede, en een vijftiende en een derde — ach, u begrijpt het.
Niet direct ieder jaar, want we willen nog meer zien, maar ach, Lefkas.

7.

Er zijn foto's, natuurlijk.
Ik ga zelf ook nog even rondklikken en wegdromen.

8.

Zie vooral ook Robins verslag. Eigenlijk heb ik haar stukje een beetje overgeschreven, zie ik nu, maar dat is omdat we samen op vakantie waren.

# | Zes reacties | 25 Augustus 2009

De volgende fase

Volgens Marten ben ik een boxset-bully: iemand die voortdurend zegt dat ie thuis de dvd-box van die en die serie heeft en dat je die best mag lenen hoor want als je die en die serie niet hebt gezien, is je leven niet compleet.

Daar heeft Marten gelijk in — ik ben een boxset-bully.
Zo erg zelfs dat ik geprobeerd heb heel Nederland aan een serie te krijgen door een stuk over The Wire te schrijven. Toen ik dat stuk schreef, heb ik de centrale aankoop van de Nederlandse zenders gebeld, en daar werd gezegd dat ze The Wire wel aangevraagd hadden, maar te Amerikaans hadden gevonden. Dus The Wire zou hier niet op TV komen.

Ik heb net online een interview met George Pelecanos gelezen, een van de schrijvers van The Wire, en alleen de mensen die de serie al helemaal gezien hebben, mogen klikken (klik), want de eerste alinea staat vol met spoilers.

Een interview met spoilers over een serie die hier nooit is uitgezonden. En dat interview staat in Vrij Nederland. En nergens wordt uitgelegd wat The Wire is; Vrij Nederland gaat ervan uit dat we de serie kennen.

Het is gemeengoed geworden dat we onze series via dvd's en downloads kijken; we zijn in de volgende fase van de mediageschiedenis gestapt.

# | Zes reacties | 04 Augustus 2009

Planeet vandenb

1.

Gisteren was ik het terug in Het Dorp. Robins ouders gaven hun jaarlijkse barbecue, en ik bleek de held te zijn. Iedereen wist al dat ik De Fietstocht had gemaakt, en ik kreeg schouderkloppen en loftuitingen. Bij de eerste drie mensen zei ik dat het niet zo veel voorstelde, maar hoe verder de dag vorderde, hoe groter mijn verhalen werden, natuurlijk.

Het werd een heel erg goeie dag, ondanks mijn vervelende opschepperij. Robins familie rockt.

2.

Voor de vakantie (de twee weken die we in het dorp zaten waren om te oefenen, aanstaande zaterdagochtend zitten we in het vliegtuig naar Griekenland) heb ik een paar boeken gekocht, bij de 82 boeken die ik nog moet lezen. Ik heb gezocht naar kleine boeken.

Omdat het vakantie is, wilde ik ook dat die boeken een beetje makkelijk waren (dat is niet helemaal gelukt, want ik heb Cloud Atlas van David Mitchel gekocht), dus ik heb (naast Mitchel) een paar thrillers gekocht. Een boek van Martin Cruz Smith, de enige thrillerschrijver waar ik niet een uur over twijfel voor ik 'm koop, en de eerste uit de serie van die dode Zweed, de Milleniumtrilogie.

Maar: ik heb het boek van de Zweed in het Engels gekocht.
Want: wat is het met Nederlandse uitgevers en thrillers? Moeten die boeken allemaal een halve vierkante meter groot zijn? Ik ga op vakantie! Ik wil boeken die in mijn koffer passen! En die liggend op een strand in één hand te houden zijn.
Engelssprekenden weten hoe dat moet, die maken boekjes van een centimeter of 15 hoog.
Maar ik lees dus straks een makkelijk boek van een Zweed in het Engels.

3.

Zaterdagavond wilde ik nog even hard fietsen, en toen ik nog niet eens echt op weg was, had ik een botsing met een wesp gehad en de wesp was er boos van geworden. Hij had me in mijn onderlip geprikt. Dat deed even veel pijn, en ik belde naar het dorp om wat dorpse tips te krijgen hoe ik de zwelling die op aan het komen was, aan moest pakken (in zo'n dorp heb je natuurlijk dagelijks met van die natuurdingen te maken, redeneerde ik), maar ik wilde wel eerst hard fietsen. Dus ik negeerde mijn botoxlip voor een uurtje en ging hard fietsen.
Ik geloof dat ik verslaafd ben.

# | Negen reacties | 03 Augustus 2009

Gehaald!

Ik heb het gehaald. Ik ben van Tilburg naar Amsterdam gefietst. Het was hell.

Niet het fietsen zelf hoor, maar de route. Ik had bedacht dat ik hemelsbreed zo rechtdoor mogelijk wilde fietsen, dus vanaf Tilburg recht omhoog.
'Rechtdoor' is dan een betrekkelijk begrip.

Het eerste uur heb ik genoten van de mooie omgeving, en het stilstaan om op te zoeken hoe ik verder moest was aanvankelijk nog lekker gemoedelijk, maar op zo'n racefiets wil je eigenlijk een beetje doorrijden. En van doorrijden was geen sprake.

Ik had de 'landelijke fietsatlas' bij me, een boekje met knooppunten (dat zijn witte bordjes langs de weg met een cijfer in een cirkel erop), en dat blijkt een goed systeem te zijn, als je alle tijd hebt om op elke kruising eens goed om je heen te kijken waar ze dat bordje nu hebben verstopt. Ik had de knooppunten die ik wilde volgen op een kaartje geschreven, maar ik moest er steeds iets harder van huilen: op een gegeven moment was ik verdwaald in een park onder Nieuwegein, en een T-splitsing was vastbesloten geen geheimen weg te geven.

Google maps op mijn iPhone met GPS heeft me meerdere malen gered. Als ik de nieuwste iPhone met kompas had gehad, was het nog iets simpeler geweest.

Grootste probleem waren de stedelijke gebieden. Een dorpje op de kaart is een springplankje: je ziet het aankomen en je rijdt er doorheen in een paar minuten en je richt je op het volgende dorpje. Utrecht en zijn suburbs zijn een stuk minder springplankerig; dat was heel veel stilstaan en heroriënteren.

En dan aankomen in Amsterdam: als je langs dat kanaal tussen Utrecht en Amsterdam rijdt, zie je de Arena al opdoemen, maar je kan er niet rechtstreeks naar toerijden. Nou, maar ik ben in ieder geval dichtbij, denk je dan. HA!
Ik ben nog door geheime dorpjes die aan Amsterdam vastgeplakt zitten gereden, ik kwam tussen de honingraatflats van Zuid-Oost terecht (en man wat is het een andere wereld daar! Ik was twintig minuten de enige witte mens en dan had ik ook nog een strakke korte broek aan), toen kwam ik in Diemen, en eindelijk ontdekte ik bekend terrein. Langs het Amstelstation fietsen voelde al als thuiskomen.

Wat ik wel kan zeggen: Nederland is prachtig. Vooral het Brabantse deel deed me niet opschieten omdat ik alleen maar om me heen keek.

Google maps zegt dat het lopend 117 kilometer is, dus fietsend zal het ook wel zoiets zijn, en ik heb er (schrik niet) zeven uur over gedaan. Met heel veel stilstaan om de weg te zoeken. En met heel veel gezig en gezag.
Als ik ooit nog eens zoiets doe, pak ik de provinciale wegen: lange rechte stukken.

Als je zin hebt om het op te zoeken, ik heb de volgende route ongeveer gevolgd: Tilburg, Loon op Zand, Waalwijk, Drunen, Heusden, Wijk en Aalburg, Veen, Aalst, Zuilichem, Brakel, Heukelum, Leerbroek (zat ik daar in de Bible belt? Ik zag allemaal lange rokken), Hei- en Boeikoop, Vianen (waar ik net het laatste pontje miste), Nieuwegein, Utrecht, Maarssen, Breukelen, Loenersloot, Driemond, en daar reed ik Amsterdam binnen.

# | Twintig reacties | 01 Augustus 2009

alles © Walter van den Berg.

Mijn krenten in uw pap