Nrc.next belde en vroeg of ik nog last van een mening had. Neuh, niet speciaal, maar ik ben niet te beroerd er een te verzinnen. Geplaatst in de papieren next van 29 januari.
Ik ben aardig. Dat is een tekortkoming. Dat weet ik nu.
Gelukkig heeft SIRE geholpen me dat te realiseren met hun nieuwe campagne.
Op www.pasopaardig.nl staat een gebruiksaanwijzing voor het omgaan met aardige mensen. Aardige mensen zijn namelijk nogal zonderling, zo blijkt, en nu ik de verschillende aardigerds (de groeter, de complimentenmaker, de uitdeler, de attenterik en de wegwijzer) op de website heb kunnen bekijken, weet ik dat ik ook een rare snuiter ben. Als ik bij mijn vriendin in het dorp ben, begin ik al meters voor we iemand tegemoetkomen breed te glimlachen omdat ik weet dat daar teruggegroet wordt als ik gedag zeg and I love it; als er iemand langzaam langsfietst terwijl hij zoekend om zich heen kijkt, wil ik 'm eigenlijk aanklampen om te vragen waar ie heenmoet — weer iemand die ik de weg kan wijzen; en ik doe aan de Amsterdamse variant van de uitdeler: ik geef bedelaars geld. Ik scoor drie uit vijf. Ik ben behoorlijk raar dus. Er is een gebruiksaanwijzing nodig voor mij, met een waarschuwende toon. Pas op, aardig.
Natuurlijk is het allemaal met een dikke knipoog bedoeld, want, zo zegt SIRE zelf: 'uit onderzoek komt naar voren dat 78% van de Nederlanders vindt dat we aardiger voor elkaar zouden moeten zijn. Tegelijkertijd blijkt echter dat ruim twee miljoen Nederlanders er niet goed raad mee weten als een onbekende een aardig gebaar maakt.' De nieuwe campagne is er 'om aardige mensen een hart onder de riem te steken.' Ah.
De — vast bijzonder aardige — mensen van SIRE doen hun best. En dat doen ze al jaren.
Ik heb een tijdje op hun website rond zitten klikken en ik kwam bij De maatschappij, dat ben jij, uit 2002, en bij dat filmpje staat: 'Deze tachtigste SIRE-campagne deed veel stof opwaaien.' De tachtigste? In 2002 was SIRE al tachtig campagnes bezig Nederland op te voeden? Dan kan het punt van de honderd niet ver weg zijn.
Misschien is het dan eens tijd om de stekker eruit te trekken.
Of misschien kan SIRE worden gereduceerd tot twee vrolijke jongens die elk jaar een variant op Je bent een rund als je met vuurwerk stunt verzinnen, gewoon, omdat dat een beetje bij Nederland hoort, omdat het een beetje cultuurgoed is. Jammer dat al dat opvoedgeweld verder zo nutteloos is geweest.
Want niemand, echt helemaal niemand, heeft zich ooit aangesproken gevoeld door een campagne van SIRE. De mens in het algemeen en de Nederlander in het bijzonder heeft het talent (of misschien is het wel een overlevingsmechanisme) te denken dat het altijd over iemand anders gaat. En de Nederlander denkt bij het zien van zo'n (vaak goed bedacht) filmpje: ha, ja, dat zal ze leren. De Nederlander betrekt het filmpje niet op zichzelf. Het zijn altijd de anderen over wie het gaat.
Hoe sympathiek het clubje ook is: SIRE is overbodig. Het zou een ideale wereld zijn als de stichting zichzelf overbodig zou hebben gemaakt, als iedereen de groeter morgen terug zou groeten, maar de campagnes slaan stuk op de overtuiging van ieder mens dat het niet aan hem ligt. Een opvoeding krijg je thuis, en je ouders hebben het altijd goed gedaan, ook al hebben ze dat niet.
Ik ben een aardig mens omdat ik dat als kind heb geleerd. Ik ben verre van perfect opgevoed: mijn ouders hebben het lang niet altijd goed gedaan, maar ik laat me dat niet door een reclameblok op televisie vertellen. SIRE werkt niet. TV-kijkend Nederland is al opgevoed. En of dat goed of slecht is gebeurd, doet er niet toe.
Hee JD,
Ik heb altijd het idee gehad dat ik nog een keer bij je aan kon kloppen — dat je mij wel binnen zou laten dan. Idioot idee natuurlijk. Er lopen duizenden gekken rond zoals ik die altijd hebben gedacht dat je in hen wel een geestverwant zou zien, dat je hen niet weg zou jagen van je tuinpad. Hen. Ons.
Allemaal phonies.
Als je zelf boeken schrijft, vragen mensen wie dan jouw favoriete schrijvers zijn. Ik noemde jou altijd als derde of vierde in het rijtje, een beetje verontschuldigend, omdat iedere gek en zijn moeder jou als favoriete schrijver had. Maar jij bent de enige schrijver van wie aanwijsbare sporen terug te vinden bij mij. Ik vond de badkamerscene in The Catcher altijd zo mooi, en die in Franny & Zooey, met Zooey in het bad die die brief leest — nou ja, ik heb in m'n tweede boek ook een badkamerscene geschreven, en die was een beetje voor jou.
Voor jou — het was natuurlijk uitgesloten dat je het ooit zou lezen; er loopt in Engeland wel een agent rond die ooit z'n best heeft gedaan mij daar vertaald te krijgen, maar de enige vertaling die ik tot nu toe heb, is in het Servo-Kroatisch (een kort verhaal maar hoor, niet een heel boek of zo). Maar misschien schrijf je daar wel een beetje voor, in de hoop dat je helden je ooit eens lezen en er iets aardigs over willen zeggen.
Dat is best wel phony, ja. Je moet voor jezelf schrijven, of voor die dikke dame.
Was het nou een dikke dame?
Ik weet het niet meer.
Ik ben ook een waardeloze fan. Jij hebt boeken geschreven waar je je leven omheen kunt bouwen. Bakken vol met wijsheid en het is allemaal zo mooi om te lezen, en ik ben vergeten wat je precies hebt gezegd.
Wat ik wel van je geleerd heb: je hoeft niet tijdloos te zijn. Als je jong bent en denkt dat je geweldige boeken gaat schrijven, heb je het idee dat je voor de eeuwigheid schrijft, en dat je daarom niet kan vertellen over Bassie en Adriaan, want Bassie en Adriaan zijn straks vergeten. Maar als je de Catcher leest, zie je dat ie helemaal volstaat met namen van mensen die niemand meer kent. En dat is geweldig, eigenlijk. Je boeken zijn helemaal jaren 40/50, en volledig, volledig tijdloos.
Ik ga je vanavond herlezen. Beginnen met de Catcher, en daarna je andere drie boeken. Een paar weken die goeie ouwe JD. Heel phony, ja, om dat nu te doen, maar je kan er niets meer van zeggen.
Niemand weet nog of je door hebt geschreven. Of je tien of twintig boeken in een kist hebt liggen. Ik weet niet of ik dat zou willen, nog tien of twintig boeken van jou. Wat je hebt geschreven klopt nu zo heel erg.
Ik hoop dat je een beetje gelukkig bent geweest. Je wilde niets met niemand te maken hebben, en ik weet niet hoe erg je dat in de weg heeft gezeten. Misschien was je boos op de wereld, en dat mocht — als je maar niet boos op jezelf was.
Je bent m'n held, goeie ouwe JD, en je bent belangrijk voor me geweest. Dankjewel daarvoor. Als iemand nog eens vraagt wie mijn favoriete schrijvers zijn, noem ik jou als eerste, want dat verdien je. Fuck iedere gek en z'n moeder maar.
W.
Ik ben teleurgesteld door Apple. Als fanboy wilde ik heel graag hun nieuwe gadget geweldig vinden, maar de iPad is een uitgewalste iPod touch. En dat vrijwel letterlijk: je kunt alle apps uit de appstore draaien, en je kan ervoor kiezen dat te doen in een groot zwart kader of met een verdubbeling van pixels: uitwalsen dus.
Dat is alleen interessant voor games, maar ik game vrijwel niet op mijn iPhone; ik gebruik vooral apps voor twitter, facebook, en allerlei opzoek- en contentspul. Bij Steve Jobs op het podium zag je de facebookapp in uitgewalste vorm, en dat was ronduit lelijk.
Ik had meer innovatie verwacht. Ik dacht aan een briljante oplossing waar iedereen van achterover zou vallen. Een apart scherm voor 'kleine' apps en een groter scherm voor het browsen, gamen en film kijken, bijvoorbeeld, een beetje zoals de Nook, maar dan nog slimmer. Of iets volledig anders. Maar in ieder geval: iets waar niemand, in alle speculaties, nog aan had gedacht.
Het zou goed kunnen dat ontwikkelaars straks met briljante apps komen, speciaal voor de iPad, waardoor ik 'm alsnog onmisbaar ga vinden. De killer-app op de iPhone is tenslotte ook de appstore. Maar het apparaat zelf valt erg tegen. Ik wil geen boek lezen van een scherm waar je na verloop van tijd pijn in je ogen van gaat krijgen (e-bookreaders die alleen dat doen hebben electronische inkt: een scherm dat niet ververst en dus rustig voor je ogen is), en al het andere dat je er (vooralsnog) mee kan doen, kan ik ook met mijn andere Apple-apparaten.
Op de Overtoomsebrug stonden twee agentes de fietsers te waarschuwen dat het glad was in de bocht.
'Het is glad in de bocht!' riep agente 1.
'Pas op, het is hier erg glad,' zei agente 2.
Voorbij de bocht vroeg ik me af of ze varianten hadden in hun zinnen — waarschijnlijk waarschuwden ze enkele honderden fietsers vanochtend.
Op de Apollolaan waren een paar moeders met kinderen achterop onderuitgegaan. Het waren jongens van een jaar of zes die stonden te snikken, hun moeders op hun hurken bij hen, troostend over ruggen wrijfend, de fietsen op hun kant op de stoep.
Bij de oefenvelden van Ajax gleed ik zelf weg in een bocht. Ik zette mijn voet op tijd op de grond.
Net voor de Amsterdamse Poort nam een lange man de bocht te scherp — hij ging onderuit. Er liep een groep Bijlmerkids (luidruchtig gespuis van rond de vijftien jaar, ontbijt etend uit zakken chips) en naar, wreed lachen steeg op.
Ik rolde de helling van de fietsenstalling af, met mijn hielen in mijn rem gedrukt.
Wat u nu dus krijgt: metro-avonturen.
Dit is mijn vierde dag, en alle vier die dagen reed de metro met korte stellen: waar er normaal drie wagentjes rijden, waren het er nu twee. Dus het was persen, en vanochtend was het persen te erg: op Postjesweg bleven er een stuk of twintig mensen buitenstaan. Ik ook.
De volgende metro zou tien minuten later komen, en die hoefde niet per se leger te zijn.
Ik ging naar Sloterdijk, de andere kant op, omdat daar de metro mijn kant op nog maagdelijk aan zou komen.
Op Sloterdijk stond de metro naar Bijlmer net klaar, en de massa was langzaam naar binnen aan het stromen, en ik voegde me bij de massa.
Natuurlijk bleef iedereen bij de deuren staan, maar achterin was een deur kapot, dus daar was ruimte genoeg — niemand had de gelegenheid gehad daar bij de deuren te gaan staan.
Onderweg dus, en nu de juiste kant op. Bij Jan van Galenstraat was de kluit bij de deuren al zo dik dat er mensen buiten bleven staan; ze keken wel een beetje moedeloos naar het deel waar ik stond, waar nog ruimte zat was, maar ja: onbereikbaar.
Op elke halte, ook op de Postjesweg, bleven mensen op de volgende wachten, en ik stond mezelf briljant te vinden dat ik die Sloterdijk-manoeuvre had gedaan.
Bij Bijlmer Arena, waar ik eruit moet, gaf die stukke deur die me eerst een rustige overtocht gunde toch nog een probleem: iedereen die daar had gestaan moest naar de andere deur, en bij Bijlmer Arena moet ook echt vrijwel iedereen eruit, dus dat stroomde de chauffeur net iets te langzaam: hij besloot de deuren maar gewoon dicht te gooien.
Met een hoop gescheld hielden wij, nu plotseling verenigd, de deuren open, en worstelden we ons naar buiten.
Dooi, graag. Ik wil fietsen.
1.
Dat het zover moet komen dat ik 's avonds mijn stukjes ga zitten schrijven.
2.
Ik heb ooit iemand horen zeggen dat het mag tot 15 januari, dus: gelukkig nieuwjaar!
3.
Ik heb een nieuwe klus. Heel 2009 heb ik in Den Haag gezeten, bij de KPN, en ik heb daar een beetje mysterieus over gedaan want dat leek me wel zo discreet. Nu ga ik ook een paar maanden discreet doen over mijn nieuwe klus. Wat u wel mag weten: het is leuk en ik ben er blij mee.
Vandaag mocht ik beslissen over het aantal uren dat ik per week zou gaan maken, en ik ben voor de 40 gegaan. Aanpakken! Werken en centen verdienen.
Groot voordeel van deze klus: hij is in Amsterdam. 's Ochtends moet ik een overvolle metro pakken (ik moet naar Zuid-Oost) en een volle metro is een grotere bron voor weblogstukjes dan een forensentrein. Net op de weg naar huis zat ik tussen een groepje zwakzinnige kinderen (mag je dat zeggen, zwakzinnig?) waarbij de begeleiders moesten zorgen dat meisje A jongen B niet voortdurend beet.
Zodra het weer het toelaat, zoals dat dan heet, pak ik de fiets.
4.
40 uur per week, maar vandenb, zegt u nu, ik dacht dat je ook nog een boek aan het schrijven was.
Jawel, en daar ga ik gewoon mee door, want West heb ik ook in zes zondagen geschreven. Enige is dat ik nu nog een paar opdrachtjes heb liggen ook. Die gaan allemaal afkomen, maar ik ga mijn momenten van vrije tijd koesteren.
5.
Ik was van plan geweest wat lijstjes in een oudejaarseditie te gooien, want oh, lijstjes. Maar daar had ik wat meer tijd in willen steken dan ik heb.
6.
Mijn verkering schrijft natuurlijk wél regelmatig erg leuke stukjes. En voor de mannelijke mannen onder u die niet op het werk op viva.nl gezien willen worden: ze heeft een eigen feed. En als mannelijke man lees je natuurlijk alles via feeds.
7.
Verder is alles ook goed.
alles © Walter van den Berg.