De late adopter: podcasts

Ik ben heel erg van het early adopten, want voor je het weet mis je iets, maar soms sla ik dingen over. Ik heb de podcast altijd hardnekkig genegeerd, misschien wel omdat Adam Curry er zo druk mee in de weer was, maar ik probeer regelmatig op de fiets naar het werk te stappen, en dan ben ik zo'n drie kwartier onderweg, en die reis wil je toch een beetje opleuken. Dus anno 2010 ben ik met de podcast begonnen.

Voor mensen die ook een keer lekker laat willen adopten twee tips, de eerste voor iedereen, de tweede voor nerds (met de aantekening dat allebei m'n tips in het Engelands zijn gesproken):

1.

De fiction-podcast van de New Yorker. Op de fiets naar huis luisterde ik naar een verhaal geschreven door Stephanie Vaughn, voorgelezen door Tobias Wolff, en jongens, ik had de tranen in mijn ogen toen ik door het Vondelpark reed, zo mooi.

2.

A Life Well Wasted. Een héél goed verzorgde 'internet radio show' over games en mensen die met games bezig zijn. Geen besprekingen van de nieuwste Mario, maar verhalen over mensen en hun nerdigheid. Klinkt niet direct als een aanbeveling, maar het is prachtig.

Link naar dit artikel | Tien reacties | 17 September 2010

De situatie met mijn oude moedertje

Mijn oude moedertje ligt weer in het ziekenhuis. Dat is geen schokkend nieuws: in de afgelopen acht maanden is ze alleen maar heen en weer gegaan tussen verpleeghuis en ziekenhuis, en dat ziekenhuis besloeg zeventig procent van die tijd, of misschien wel tachtig. In die acht maanden is ze ook twee keer thuis geweest: de eerste keer hield ze dat een dag of vijf vol, de tweede keer was na anderhalve dag alweer te ziek.

Het begon in februari met een ongeluk: ze reed haar scootmobiel ondersteboven en brak een heup, en toen ze met een nieuwe heup het revalidatiecentrum inging, liep ze daar een longontsteking op. Mijn oude moedertje heeft waardeloze longen: emfyseem in het verstgevorderde stadium. Dus elk hoestje kan uitgroeien tot een ontsteking, en daar heeft ze er flink wat van gehad.

Ze gaat nooit meer sterk genoeg worden om alleen te kunnen wonen, dus nu heeft ze een min of meer vaste kamer in een verpleeghuis in het pittoreske Slotervaart. Min of meer vast betekent dat de regel is dat ze de kamer kwijtraakt als ze langer dan een week in het ziekenhuis ligt, maar de leiding in het verpleeghuis heeft zich hard gemaakt voor haar: die kamer houdt ze. Hopen we.

Het is een rare situatie, want we moeten haar woning opzeggen, maar officieel heeft ze geen echt eigen plek meer. We gaan die losvaste plek in het verpleeghuis een beetje voor haar inrichten, en ze is daar relatief gelukkig, omdat de verpleging haar (en de andere bewoners) duidelijk een warm hart toedraagt, zoals dat heet. Maar voorlopig is het dus weer: het ziekenhuis.

In die afgelopen acht maanden hebben mijn zuster en ik elkaar afgewisseld met bezoek. Dag A mijn zus, Dag B ik. Ik weet dat mijn moeder het zelf het zwaarst heeft, maar acht maanden lang je leven door ziekenbezoek laten beheersen: het is kut.

Mijn zuster heeft dan ook nog eens de ziekenhuisopnames erbij. Elf keer tot nu toe is ze uit bed gebeld, uw moeder is ziek, ze moet naar het ziekenhuis, en hup, weer een paar uur hangen in de eerste hulp of op intensive care voor ze naar de longafdeling gaat. Ik ben er een paar keer bijgeweest, in lichte paniek zoals je mensen in ziekenhuisseries dan ziet, en dokter, weet u al wat, maar het is routine geworden. Mijn zuster belt me, er komt zo een ambulance, oh, ok. Ik heb de mazzel dat mijn zuster een auto heeft en geen werk waar ze naartoe moet. Ik heb wel de pech dat mijn oude moedertje de boel eerlijk heeft verdeeld qua dienstverlening: mijn zuster is er voor de logistiek, ik ben voor de emotionele ondersteuning. Dus daar komt haar hele ziel en zaligheid weer bloot te liggen als ik naast haar bed zit in een ziekenhuiszaal met gemiddeld drie andere patiënten, twee bezoekers per patiënt en nog een binnenlopende verpleegster, en alles flink luid omdat ze behoorlijk doof is. En dan op volume antwoord geven. NEE MAM WE HOUDEN ECHT VAN JE HOOR.

Die ontstekingen: ik hoop dat dat wat minder wordt nu ze die min of meer vaste plek heeft. Ze wordt vooral ziek van stress, hebben we het idee, en ze kan zich druk maken over het ietwat krom staande pootje van de bril van haar kleinzoon. Nu een weekje ziekenhuis, als ze van het infuus afmag naar haar eigen kamer in het verpleeghuis, en wie weet.

Link naar dit artikel | Dertien reacties | 13 September 2010

Enorm

We waren de eersten in de zaal. Er kwam een jongen binnen in z'n eentje die er heel aandoenlijk uitzag. Hij ging op onze rij zitten.
'Aandoenlijk toch?' vroeg ik Robin.
'Enorm,' zei ze.
'Maar wel goed gekleed,' zei ik (want hij was heel goed gekleed).
'Enorm,' zei Robin.
'Heel verwarrend,' zei ik.
'Enorm,' zei Robin.

Link naar dit artikel | Vijf reacties | 10 September 2010

Planeet vandenb

1.

De collega die de vorige keer jarig was geweest en daarom een kadootje voor de volgende jarige collega moest kopen, was met vakantie. Daarom moest ik een kadootje kopen voor de volgende jarige, omdat ik de daarop volgende zou zijn. De constructie werd ingewikkeld, maar een andere manier konden we niet bedenken.
Ik had wat gekocht, op de dag van de verjaardag van de volgende jarige, in de pauze: een koker tennisballen en drie paar tennissokken. Maar we kwamen er helemaal niet aan toe. Dus het kadootje bleef in de kast liggen.
Toen de volgende jarige wel tijd had om zijn verjaardag te vieren (hij had lekkere dingen bij de Hema gehaald) was de vorige jarige al terug van vakantie, en toen bleek dat ze onderling hadden afgesproken dat het kadootje kwam als de vorige jarige terug zou zijn. Dus er waren twee kadootjes. Mijn koker tennisballen en drie paar tennissokken, en een waardebon voor de sportschool.

2.

We gingen eten bij de Griek, Robin en ik, en we hadden al twee keer eerder bij de Griek gegeten, en bij die eerdere keren hadden we lichtelijk jaloers gekeken naar de mensen die de Griek met een uitgestoken hand ontving, hee, hoe gaat het, fijn jullie weer te zien. Dat wilden wij ook. Wij wilden die uitgestoken hand.
Deze keer kwam ie.
We stapten naar binnen, de Griek zag ons, herkende ons en herkende ons verlangen naar die hand. Hee, hoe gaat het, fijn jullie weer te zien.
We schudden zijn hand alsof het de normaalste zaak van de wereld was, gingen aan een tafeltje zitten, en toen de Griek weer weg was gelopen, staken we onze armen triomfantelijk de lucht in, deden we high fives — we vierden feest. We waren vrienden van de Griek.

Link naar dit artikel | Zeven reacties | 07 September 2010

alles © Walter van den Berg.