vandenb.com // Walter van den Berg


Geweld tegen vrouwen

In de boeken die ik schrijf, komt nogal wat huiselijk geweld voor. Ik laat mannen vrouwen in elkaar slaan – dat kan je wel een themaatje noemen bij mij. Ik heb er ooit voor gekozen open te zijn over het waarom van dat thema, waar dat vandaan komt bij mij.

Mijn moeder heeft een tijdje een vriend gehad die haar regelmatig in elkaar sloeg. Ik was toen een beginnende puber, en ik heb daar wel wat aan overgehouden, trauma-gewijs, zeg maar. En je weet hoe dat gaat met mensen die boeken schrijven: die schrijven er dan boeken over.

En ik heb er nog iets anders aan overgehouden: de absolute zekerheid dat ik zelf nooit een vrouw zal slaan, of een ander soort geweld zal gebruiken tegen een vrouw. Dat zit in mijn wezen ingebakken. Maar ik had dat verleden helemaal niet hoeven hebben: ik vind het volledig vanzelfsprekend dat je met je poten van vrouwen afblijft.

Dat is niet voor iedereen zo, helaas. Daarom heeft de organisatie van de White Ribbon-campagne een paar mannen gevraagd ambassadeur te worden voor ‘de zaak’, dus ik ben bij deze aan het ambassaderen:

Ik zal nooit geweld gebruiken tegen vrouwen, het nooit goedpraten en het nooit negeren. 

Iedere man kan dat statement afleggen op de website van White Ribbon: daarmagjenooitvoorkiezen.nl.

En denk niet dat het niet nodig is; RTL plaatste bijvoorbeeld een bericht met de titel ‘Kwart Europeanen vindt seks bij een nee toch oké’ — en normale mensen noemen dat dan verkrachting. Erger dan verkrachting kan geweld niet worden.

Laten we normale mensen zijn en geen geweld gebruiken. Als je geweld nodig hebt, in welke vorm dan ook, is er iets mis met jou. Dat zeg ik niet om je aan te vallen, maar om je er bewust van te maken. Ga er iets aan doen.

nooitvoorkiezen

Geen reacties | Link | 25 november 2016 | Categorie:


alles © Walter van den Berg.






Mijn oude moedertje

Mijn oude moedertje is afgelopen dinsdag overleden. Het zat er al een tijdje aan te komen. De laatste maanden waren relatief rustig, geen longontstekingen meer waardoor ze weer naar het ziekenhuis moest, maar de wereld was niet zo duidelijk meer voor haar, en dat vond ze zelf erg frustrerend. Ze kon heel erg hard zoeken naar woorden, en ze zei vaak: als ik weer beter ben, mag je het me allemaal eens goed uitleggen. Tot die tijd lachten we er samen maar om. ‘Ik zal wel weer in de war zijn,’ zei ze dan spottend. Heb je echt geen broer? vroeg ze me een paar keer, de laatste weken. We kwamen samen lachend tot de conclusie dat ze die dan weggegeven moest hebben.

Acht jaar hard werken om een beetje adem te kunnen halen met die longemfyseem, dat had haar al flink uitgeput, en al die verwarring erbovenop — dat werd haar net iets te veel.
Het is goed zo. Een leuk leven had ze al een hele tijd niet meer, en het zou ook niet meer leuk worden.

Ik heb veel over haar geschreven hier, en ik heb haar voor de continuïteit altijd mijn oude moedertje genoemd, maar daar heb ik haar een beetje te kort mee gedaan, natuurlijk. Misschien is er het beeld van een klein, krom vrouwtje met een blauwe kleurspoeling ontstaan, maar mijn moeder, mijn lieve, stoere, mooie moeder was altijd het tegenovergestelde. Ze had haar fouten, en daar kan ik vast nog wel een paar boeken over schrijven, maar ze was heel intelligent, heel grappig — een heel bijzondere vrouw.

Met mij gaat het goed. Er zijn momenten dat ik haar mis, en we moeten haar nog begraven, maar ik heb een paar jaar de tijd gehad om afscheid te nemen van de vrouw die mijn moeder was. Haar persoonlijkheid veranderde een tijdje terug al, misschien onder invloed van alle slechte dingen die ze mee had gemaakt, geen idee, misschien was er toen al een lichte aanzet van wat later het ‘in de war zijn’ zou worden. Dat maakt het minder zwaar voor mezelf. Het idee dat ze door die veranderde persoonlijkheid geen enkel moment meer blij was, dat doet dan weer een beetje pijn. Moet een mens daarvoor oud worden, voor zo’n waardeloos leven?
Maar ja: de pijn die zij had, lichamelijk, geestelijk, is nu weg.

Twee jaar geleden, toen de longemfyseem zover was gevorderd dat het eigenlijk een klein wondertje is dat ze het nog zolang heeft uitgehouden, wilde ze al wat dingen regelen voor haar begrafenis. Ik ben met haar meegefietst, zij in haar scootmobiel, naar begraafplaats Sint Barbara. Daar hebben we toen een mooie hoek uitgezocht (toen mijn zuster en ik gisteren gingen kijken voor de definitieve plek, zagen we een mooie bloesemboom waarvan de knoppen al flink roze begonnen te kleuren, dus daar komt ze te liggen; je zal zien dat die boom bij de begrafenis keihard bloeit), ze heeft gezegd dat ze fresia’s bij de uitvaart wilde, en als muziek wilde ze My Way, van Andy Williams. Ik verzuchtte toen dat dat van Frank Sinatra was en dat Andy Williams nooit My Way heeft gedaan, en twee jaar lang heb ik met het idee rondgelopen dat we dan maar een soort van combinatie moesten draaien, maar ze had hartstikke gelijk.

Geen reacties | Link | 25 maart 2011 | Categorie:

De situatie met mijn oude moedertje

Mijn oude moedertje ligt weer in het ziekenhuis. Dat is geen schokkend nieuws: in de afgelopen acht maanden is ze alleen maar heen en weer gegaan tussen verpleeghuis en ziekenhuis, en dat ziekenhuis besloeg zeventig procent van die tijd, of misschien wel tachtig. In die acht maanden is ze ook twee keer thuis geweest: de eerste keer hield ze dat een dag of vijf vol, de tweede keer was na anderhalve dag alweer te ziek.

Het begon in februari met een ongeluk: ze reed haar scootmobiel ondersteboven en brak een heup, en toen ze met een nieuwe heup het revalidatiecentrum inging, liep ze daar een longontsteking op. Mijn oude moedertje heeft waardeloze longen: emfyseem in het verstgevorderde stadium. Dus elk hoestje kan uitgroeien tot een ontsteking, en daar heeft ze er flink wat van gehad.

Ze gaat nooit meer sterk genoeg worden om alleen te kunnen wonen, dus nu heeft ze een min of meer vaste kamer in een verpleeghuis in het pittoreske Slotervaart. Min of meer vast betekent dat de regel is dat ze de kamer kwijtraakt als ze langer dan een week in het ziekenhuis ligt, maar de leiding in het verpleeghuis heeft zich hard gemaakt voor haar: die kamer houdt ze. Hopen we.

Het is een rare situatie, want we moeten haar woning opzeggen, maar officieel heeft ze geen echt eigen plek meer. We gaan die losvaste plek in het verpleeghuis een beetje voor haar inrichten, en ze is daar relatief gelukkig, omdat de verpleging haar (en de andere bewoners) duidelijk een warm hart toedraagt, zoals dat heet. Maar voorlopig is het dus weer: het ziekenhuis.

In die afgelopen acht maanden hebben mijn zuster en ik elkaar afgewisseld met bezoek. Dag A mijn zus, Dag B ik. Ik weet dat mijn moeder het zelf het zwaarst heeft, maar acht maanden lang je leven door ziekenbezoek laten beheersen: het is kut.

Mijn zuster heeft dan ook nog eens de ziekenhuisopnames erbij. Elf keer tot nu toe is ze uit bed gebeld, uw moeder is ziek, ze moet naar het ziekenhuis, en hup, weer een paar uur hangen in de eerste hulp of op intensive care voor ze naar de longafdeling gaat. Ik ben er een paar keer bijgeweest, in lichte paniek zoals je mensen in ziekenhuisseries dan ziet, en dokter, weet u al wat, maar het is routine geworden. Mijn zuster belt me, er komt zo een ambulance, oh, ok. Ik heb de mazzel dat mijn zuster een auto heeft en geen werk waar ze naartoe moet. Ik heb wel de pech dat mijn oude moedertje de boel eerlijk heeft verdeeld qua dienstverlening: mijn zuster is er voor de logistiek, ik ben voor de emotionele ondersteuning. Dus daar komt haar hele ziel en zaligheid weer bloot te liggen als ik naast haar bed zit in een ziekenhuiszaal met gemiddeld drie andere patiënten, twee bezoekers per patiënt en nog een binnenlopende verpleegster, en alles flink luid omdat ze behoorlijk doof is. En dan op volume antwoord geven. NEE MAM WE HOUDEN ECHT VAN JE HOOR.

Die ontstekingen: ik hoop dat dat wat minder wordt nu ze die min of meer vaste plek heeft. Ze wordt vooral ziek van stress, hebben we het idee, en ze kan zich druk maken over het ietwat krom staande pootje van de bril van haar kleinzoon. Nu een weekje ziekenhuis, als ze van het infuus afmag naar haar eigen kamer in het verpleeghuis, en wie weet.

Geen reacties | Link | 13 september 2010 | Categorie:

Opknaplog 2

Het gaat voorspoedig hoor! Dat ik zo lang stil ben wil niet zeggen dat het slecht gaat, alleen maar dat het druk is. Nog een week, en dan kunnen we erin. En dan heb ik ook tijd om weer behoorlijke stukjes te schrijven.

Geen reacties | Link | 7 mei 2010 | Categorie:

Opknaplog 1

Even geen Literaire Hoogstandjes hier, maar een verslag van de vorderingen van het opknappen van de woning: Robin komt bij me wonen, en om te voorkomen dat het ‘Robin komt in Walters huis wonen’ wordt, knappen we de boel op naar onze gemeenschappelijke smaak, en gelukkig hebben we die ook — we vinden vrijwel altijd dezelfde dingen en kleuren mooi.

We wilden zelf gaan schilderen, aanvankelijk, en daar hadden we weken voor uitgetrokken, tot we op het idee kwamen het toch maar te laten doen, want: sneller en minder stress. Een buurman van wie we weten dat ie schilder is aangesproken, en hij wilde het doen, maar wel meteen, want er zaten meer klussen voor ‘m aan te komen.

Meteen betekende vandaag, dus dit weekend zijn we bezig geweest het huis schilderklaar te krijgen: twintig (20) vuilniszakken met overbodige rommel naar buiten, alle boeken in dozen, alles van de muur af, kasten die we niet meer wilden bij het grofvuil — veel, veel werk. Maar we hebben het afgekregen.

De buurmanschilder schuurt vandaag het houtwerk, wit de plafonds, schildert de muren van keuken, gang en badkamer. Vanavond gaan Robin en ik de definitieve kleur voor de woonkamer uitkiezen zodat ie verder kan. Leve de bouwmarkten die tot negen uur openzijn.

Geen reacties | Link | 12 april 2010 | Categorie:

Heup 2

Wat ik de vorige keer niet had verteld: mijn oude moedertje was in haar scootmobiel juist op weg naar het ziekenhuis waar ze nu ligt, om iemand te bezoeken. Inderdaad, de ironie.

De man bij wie ze op bezoek wilde, lag er voor zijn longen. De longafdeling is op de zevende, mijn moeder kwam met haar heup op de vijfde. Maar omdat ze een doorzetter is, ontwikkelde ze hupsakee even een longontsteking, dus ze heeft nog een paar dagen op zaal bij haar kennis gelegen.

Haar kennis is ondertussen naar huis, en mijn moeder is bijna door haar longontsteking heen, dus dan mag ze nog even terug naar de heupexperts, en daarna wordt het een revalidatieplek uitzoeken.

Dat zou in het bejaardenhuis waar zij een aanleunwoning heeft kunnen zijn, maar ze heeft nogal wat slechte verhalen over de verpleegafdeling daar gehoord, dus waarschijnlijk wordt het de Overtoom.

Geen reacties | Link | 24 februari 2010 | Categorie:

Heup

Mijn oude moedertje doet alles wat oude mensen doen, dus ook een heup breken. Vorige week is ze met haar scootmobiel omgekukeld omdat ze een slingerende fietser probeerde te passeren. Een paar heel erg lieve ‘jonge mensen’ zijn bij haar gebleven tot de ambulance kwam, en toen ze op de eerste hulp lag, belde een van hen om te vragen hoe het ging — barmhartigheid bestaat nog.

De volgende dag is ze geopereerd. Dat moest met een ruggeprik; ze heeft longemfyseem, waardoor ze niet volledig onder narcose mag, want als ze aan de beademing gaat, komt ze daar niet meer vanaf.

Die ruggeprik was al een zegen: ze had de hele nacht niet kunnen slapen van de pijn, mede omdat ze óók nog restless leg syndrome heeft: ze schopt oncontroleerbaar. En schoppen met een gebroken heup is geen pretje.
Met die ruggeprik voelde ze geen pijn meer, en tijdens de operatie is ze in slaap gevallen. Pas toen de chirurg zijn beitel pakte, werd ze wakker. ‘Zeg, ik kom hier voor m’n rust,’ grapte ze, dat malle oude moedertje.

Na die operatie ging het goed, ze stond al vrij snel op die nieuwe heup, maar afgelopen zaterdag ging het mis: ze was zelfstandig naar het toilet gegaan, maar had daar een verkeerde beweging gemaakt, en de heup was uit de kom geschoten.

Nu ja: ze zal nog wel even voortmodderen.

Geen reacties | Link | 15 februari 2010 | Categorie:

Samenwonen

Gisteren deed Robin de grote aankondiging op twitter: we gaan samenwonen.
Dat wilden we al heel lang, maar we hadden ons ook heel lang gericht op optie A, en daarbij hadden we alle mogelijkheden van optie B nooit helemaal goed bekeken.

Optie B is: het huis waar ik nu nog alleen woon ont-éénpersonen. Dat huis heeft nu nog heel erg mijn stempel, en die stempel gaan we eruitgooien en we gaan een nieuwe zetten. En dat wordt dan een stempel die we allebei mooi vinden.

Van de zomer gaan we klussen en nieuwe dingen kopen. We nemen tijd genoeg om uit te zoeken wat we precies willen, en wellicht gaan er in die maanden aanbiedingen langskomen waar we iets aan hebben — een mooie vloer voor de slaapkamer, bijvoorbeeld.

Voor de voorpret (om ons te oriënteren, zouden we moeten zeggen) kopen we nu woonbladen en gaan we langs de Bijenkorf en andere zaken waar ze mooie woonspullen hebben. We hebben staan kwijlen bij de Le Creuset-pannen en bij de Nespresso-apparaten.

We zijn heel erg blij dat we optie B hebben bedacht (nou ja, eigenlijk kwam Robins moeder ermee). Gisteren, na een kraamvisite aan onze toekomstige pannen in de Bijenkorf, kwamen we op de bushalte een paar mensen tegen die ik van heel vroeger kende, en dat waren dan mensen die ik kende omdat ik er af en toe een pakje bezorgde in lang vervlogen tijden, en dat werd zo’n hoe-het-gaatgesprek waarbij je aan de oppervlakte hoort te blijven en ik moest me heel erg inhouden om niet te roepen WIJ GAAN SAMENWONEN.

We wilden dit al een hele tijd, en nu gaat het gebeuren.

Geen reacties | Link | 1 februari 2010 | Categorie:

Robin doet briefjes

Robin doet briefjes.
Als ze bij me thuis is geweest, vind ik regelmatig een briefje.
Op het briefje heeft ze dan iets Ongelooflijk Liefs geschreven, want zo is ze.

Vaak laat ze een briefje achter als ze er gelegenheid voor heeft gehad, dus als ik Banjer even uitlaat voor ik haar naar de metro breng, achterop de fiets. En als ik dan ’s avonds thuiskom, vind ik het, en overstroom ik een beetje van geluk.

Soms ligt het briefje op tafel, en soms ligt het bij m’n computer. Ik heb een keer een briefje onder mijn kussen gevonden, maar pas toen ik ’s ochtends wakker werd — ik heb natuurlijk heel erg mooie dromen gehad die nacht.

En de mooiste briefjesvondst ooit: tussen mijn boterhammen, toen ze een keer brood voor me had gesmeerd.

Als ik nu thuiskom en Robin heeft bij me geslapen, loop ik heel nonchalant het huis een beetje rond om te zien of er toevallig iets anders is. Of er iets onder mijn toetsenbord zou kunnen liggen, of weer (hoewel ze nooit in herhaling zou vallen) onder mijn kussen.

Let wel: ik ben natuurlijk nooit ontevreden als er géén briefje ligt, maar ik ben wel extreem gelukkig als ze wel een biefje heeft geschreven.

Af en toe kan ik iets terugdoen, briefjesgewijs, maar de gelegenheid is er vrijwel nooit; ik ben nooit alleen in haar huis — laatst heb ik een briefje haar kamer ingegooid toen ze even niet keek. En nog zag ze dat.

Het liefst laat ik de briefjes die Robin voor me achterlaat liggen op de plek waar ik ze vind, maar dat zou een probleem opleveren: dan kunnen mensen die op bezoek komen ze lezen. En ze zijn heel erg voor mij.
Nu verzamel ik ze in mijn portomonnee, die langzaam dikker wordt, en ik heb er één laten liggen op zijn plek: een briefje dat ik ooit op mijn nachtkastje vond.

Robin doet briefjes.
Ik verheug me nu al op de volgende.

Geen reacties | Link | 16 september 2009 | Categorie:

Al dit geluk

Iemand vroeg of we nog veel smsten.
Tien keer per dag minstens, zei ik. Ik onderdreef.
Ik heb de berichtjes die we vanochtend voor twaalf uur heen en weer stuurden geteld: 33.

En dan variëren die berichtjes van simpele mededelingen als ‘ik ben er bijna’ tot de droom van vannacht tot een liefdesverklaring tot dingen die andere mensen nooit zullen mogen lezen.
Het is niet elke dag zoveel, maar het is een constante stroom.

Volgende maand zijn we anderhalf jaar bij elkaar en ik kan nog nerveus worden als ik weet dat ik haar ga zien, ik kan hele gesprekken met andere mensen aan me voorbij laten gaan (sorry) omdat zij in m’n hoofd zit.
Ik had vanochtend een vergadering waar ik iets slimmere dingen had kunnen zeggen (sorry) als ik niet aan haar had zitten denken.

Ik wilde iets schrijven over wat er leuk is aan dat smsen met Robin, 33 berichtjes op één maandagochtend, maar het is voor mij leuk, voor ons. Niet voor iemand anders.

Ik maak er maar weer een stukje van onuitstaanbaar geluk van, een kleine, knerpende lofzang op de ware liefde. Loop door, niks te zien hier. Alleen maar onuitstaanbaar geluk. En ik geef niet eens de gelegenheid enig ongenoegen te uiten.
Verdraag al dit geluk, wees maar gelukkig voor mij – een andere emotie komt toch niet bij me aan.

Geen reacties | Link | 6 april 2009 | Categorie:

Met haar ogen nog dicht

Wat erg is: het bed. Het bed ligt te lekker.
Dan gaat de wekker en die snooze ik dan en dan slaap ik door want het bed ligt te lekker.
Rond kwart voor zeven ga ik dan half slapend rekenen hoeveel tijd ik nog heb: nu douchen oh nee ik heb gisteravond gedoucht dus dat kan ik overslaan als ik vanavond maar weer douche en weg ben ik. Volgende snooze. Aankleden brood smeren schoenen aan tanden poetsen maar dit bed DIT BED het ligt te lekker en weg ben ik weer.

Ik moet mezelf het bed uitvloeken.
Het is erg, het bed.

En dat is dan op dagen dat ze niet bij me slaapt.
Als ze bij me slaapt wordt de ergheid met een factor 10 verdubbeld.

Maar wat echt heel erg is. Op de dagen dat ze niet bij me slaapt.
Dat is als ik op tijd ben, net op tijd, wetend dat de trein om 7.51 gaat en dat ik nog net genoeg tijd heb om.

Dan gaat Banjer mee naast de fiets en op het stuk dat door het park kruist gaat ie los en piest ie tegen elke boom en elke keer trekt ie weer een sprint met zijn haren in de wind (en dan zie je ‘m denken: oh ik ben echt heel knap zo, ik zie er zo goed uit!) om me bij te houden en dan doen we voorzichtig de deur open om haar huisgenote niet wakker te maken en dan loop ik zachtjes naar haar kamer en dan wordt ze een beetje wakker, een beetje maar, en hoe warm ze dan is.
Dat is echt heel erg.

Hoe warm en zacht en hoe ze dan lacht met haar ogen nog dicht.

Geen reacties | Link | 29 januari 2009 | Categorie: