vandenb.com // Walter van den Berg


“Deel dit bericht en…”

Een vriendin stuurde een screenshot van een whatsapp-gesprek dat ze op een ochtend had met een collega. De collega had een foto gemaakt van haar exemplaar van Schuld, en dit gesprek volgde erop:

IMG_3824

En daar het vervolg op, in de avond:

IMG_3825

Ik kan u vertellen: dat is geweldig om mee te maken. Mensen die je boek oprecht goed vinden, en dat graag willen delen, man, dat is groots. Dan kun je nog honderd winacties bedenken (“deel dit bericht en maak kans op” — we proberen het zelf ook hoor, want wie weet bereik je er weer wat lezers mee), maar enthousiaste lezers die andere mensen laten weten hoe goed ze het vinden… Dat boek leeft, buiten mij om, buiten de uitgever om, en dat is magisch. Zulke lezers zijn geweldig. 

Geen reacties | Link | 19 maart 2016 | Categorie:


alles © Walter van den Berg.






Gelezen worden en dan op het boekenbal zijn

Mijn eerste keer boekenbal was nog voor ik debuteerde; ik was mee als de +1 van Niels ’t Hooft, die toen net zijn eerste boek uit had. We liepen er rond met de verwondering van kleine jongetjes, en we vonden het geweldig. Niels was al schrijver, en ik zou het snel worden, en we waren er tussen soortgenoten. Ik wilde toen meer schrijver zijn dan dat ik wilde schrijven, en de volgende keren dat ik er rondliep, wás ik schrijver, of althans: ik had een boek geschreven, en toen twee, en toen drie.

En ik werd ook begroet als Schrijver (de hoofdletter is opzettelijk pompeus): mensen kenden me, feliciteerden me met de mooie recensies van mijn nieuwe boek, en ik voelde me er thuis, potdorie. En als ik dan een stukje over het bal schreef op mijn weblog, noemde ik lekker veel namen, met een knipoog naar clichématige society-verslaggeving, maar die knipoog was dan om te verbergen dat ik het heel erg stoer vond dat ik bij die mensen hoorde.

Op het boekenbal 2016 (we zijn nog een beetje aan het bijkomen) was er iets veranderd voor me: mensen feliciteerden me in de eerste plaats omdat Schuld boek van de maand bij DWDD was geworden, maar ze zeiden ook dat ze het mooi hadden gevonden, en ze noemden de recensies niet meer — ze hadden mijn boek daadwerkelijk gelezen.

Op een boekenbal lopen zo’n honderd schrijvers rond, en dan zijn er nog een paar honderd die geen kaartje hebben gekregen of gewoon liever niet gaan, en dat geeft een beetje aan hoeveel boeken er in Nederland uitkomen. Dat kan een normaal mens met geen mogelijkheid allemaal lezen, maar meer nog dan dat: een normaal mens wil dat ook helemaal niet. Lezers maken een schifting: dit lees ik, dit lees ik niet. Schuld bleek bij de meeste mensen op de dit-lees-ikstapel te hebben gelezen.

Gelezen worden voelt fijn, kan ik u vertellen.

Waarom een schrijver schrijft en gelezen worden, dat is ingewikkelde materie, en ik denk daar vaker over na. Blij zijn met gelezen worden kan vast mal overkomen, of arrogant, of te gretig, maar ik ga dat later allemaal nog eens goed onderzoeken, en voor nu accepteer ik even dat ik er blij van word. Een schrijver schrijft voor zichzelf, maar als ie niet gelezen wil worden, hoeft ie ook niet bij een uitgever aan te kloppen, en dat heb ik wel gedaan, dus, etcetera.

De anecdote: mijn echtgenote en ik stonden in het roezemoezende feestgedruis van de hoofdstedelijke Stadsschouwburg met ROMAN HELINSKI te praten, toen er twee dames langsliepen waarvan de eerste naar mij wees en zei: “dat is Walter van den Berg, schrijver van het Boek van de Maand!” Dat viel de schrandere schrijver van BLOEMKOOL UIT TSJERNOBYL ook op, en hij zei: “weet je wat er net gebeurde? Je werd herkend!” Ik zei daarop dat de avond compleet was voor mij, en dat wij dus wel naar huis konden.
Maar we voegden de daad nog niet bij het woord. Wij gingen nog een stevig mopje dansen.

Uit marketingtechnisch oogpunt zeg ik graag nog eens heel hard dat Schuld Boek van de Maand is geworden bij De Wereld Draait Door en dat uw boekwinkel ‘m op voorraad heeft. 

 

Geen reacties | Link | 12 maart 2016 | Categorie:

Boek van de maand worden en hoe dat precies voelt

Het ging ongeveer zo: ik was alleen thuis. Mijn vrouw was op haar avondopleiding, de hond was uit logeren. Ik zat te tikken aan een project, en om tien over zeven dacht ik: ik zal de tv eens aanzetten, want straks is het boekenpanel bij DWDD.

Stel je voor dat

Dit klinkt meteen veel nonchalanter dan ik de hele maand februari was, want er spookte een voortdurende gedachte in mijn hoofd: stel je voor dat. Die gedachte deelde ik af en toe met mijn vrouw, op een lacherige manier, en met mijn uitgever, en bij mijn uitgever ging het dan van: heeft een lid van het boekenpanel al buitensporig veel exemplaren ingekocht voor zijn of haar boekhandel?

Maar deze dinsdag was ik die gedachte een beetje vergeten, omdat, voor zover wij wisten, geen enkel lid buitensporig veel, etc. Dus ik tikte door aan mijn project tot ik de tv aanzette. Toen ik Matthijs van Nieuwkerk het panel hoorde aankondigen, keek ik weer op, en op onze blurry tv dacht ik mijn boek te zien liggen, en ik hapte dus een beetje naar adem, en ik sms’te mijn vrouw:

IK LIG OP TAFEL

En daarna: ‘en ik geloof dat ik boek van de maand ben’. Omdat ik bovenop lag bij Matthijs, en ik dacht mezelf te zien liggen bij panellid Wouter Cajot, tegen wie Matthijs zei dat hij zo het boek van de maand mocht gaan aankondigen.

Mijn vrouw belde me een paar seconden daarna. Ze was haar les uitgelopen en we schreeuwden wat hysterische dingen naar elkaar, en daarna zet ik haar op de speaker en luisterden we samen naar wat Wouter over mijn boek zei, en hoe de anderen daarop reageerden. En toen nog de heel erg mooie animatie gekeken, waarbij ik dingen zei als: het is mooi. Het is echt heel mooi.

Hard lachen

Daarna begon ik heel hard te lachen. Lachen is mijn zenuwenreactie, en ik denk niet dat ik ooit zo hard heb gezenuwlachen.
We hebben nog een paar minuten nagepraat, en daarna moest ze terug naar haar les, en ik ging nog even door met lachen.

In de uren daarna volgden de telefoontjes met mijn uitgevers, smsjes, whatsapps, tweets, facebookberichten. Twitter verversen, hard lachend. Wachten tot het fragment online zou worden gezet zodat ik het kon delen.

De beloning

Dat klinkt allemaal heel uncool en heel erg niet des kunstenaars. Een schrijver zit op zijn zolderkamer te tikken aan zijn volgende meesterwerk, maar de realiteit leert dat Boek van de Maand bij DWDD worden een enorme boost aan de verkoop van het laatst geproduceerde meesterwerk geeft, en dat is belangrijk om al die volgende meesterwerken te kunnen produceren. Ook al had ik vóór Schuld drie goed ontvangen boeken geschreven,  de recensies en de verkoop matchten nooit helemaal. Dat die twee nu wel gelijk gaan lopen, voelt als de grootst mogelijke beloning.

Wat er verder gebeurde

Mijn vrouw heeft haar lessen in Utrecht, dus toen ze sms’te dat ze in de trein zat, ben ik op de bus gestapt om haar tegemoet te gaan (sms’je van mij: ‘ik sta nu op de halte op de bus te wachten’, sms’je terug van mijn vrouw: ‘DE MAN VAN HET BOEK VAN DE MAAND STAAT OP DE HALTE’). Op het plein voor station Zuid kwamen we elkaar tegemoet, en mijn vrouw toverde een fles champagne uit haar tas, en samen waren we erg, erg gelukkig.

Geen reacties | Link | 2 maart 2016 | Categorie:

Planeet vandenb, wk-editie

1.

Ik heb al een paar dagen Don’t Speak van No Doubt in mijn hoofd. Dat is een kutliedje, maar het gaat niet weg, omdat ik aan voetbal denk. Er is een WK bezig. We kunnen wereldkampioen worden, en dat komt door Louis van Gaal. En dat liedje zit altijd in mijn hoofd als ik aan Louis denk. Toen Louis afscheid nam bij Ajax, werd dat gedraaid, omdat hij het geen kutliedje vond, denk ik.

Nu kunnen we wereldkampioen worden, en ik heb een kutliedje in mijn hoofd.

2.

WK-finale, 1978Ik zag de aflevering van Andere Tijden Sport, over het WK van 78. Ik werd een beetje angstig met terugwerkende kracht door de tv-beelden uit die tijd; hoe kon je zo behoorlijk een wedstrijd volgen? En: hoe moest je tv kijken zonder grappen te maken op Twitter? Maar ja: mensen wisten niet beter.

3.

In 1978 was ik 8, of nog net niet, en ik heb een herinnering: ergens kon je munten verzamelen met de beeltenissen van de spelers (ik geloof dat ik een Kees Kist had, maar ik weet niet of dat klopt) en tijdens de finale stonden mijn zus, een buurjongen en ik op de galerij van onze flat naar de lege straten te kijken. Ik hield niet van voetbal. De eerste WK-finale die ik bewust mee had kunnen maken en ik vond mijn vader maar een rare man, dat ie zich zo op kon winden van 22 mannen die achter een bal aanrenden.

4.

Ik kan me nu heel, heel erg opwinden over 22 man die achter een bal aanrennen.

Geen reacties | Link | 8 juli 2014 | Categorie:

Planeet vandenb

1.

De collega die de vorige keer jarig was geweest en daarom een kadootje voor de volgende jarige collega moest kopen, was met vakantie. Daarom moest ik een kadootje kopen voor de volgende jarige, omdat ik de daarop volgende zou zijn. De constructie werd ingewikkeld, maar een andere manier konden we niet bedenken.
Ik had wat gekocht, op de dag van de verjaardag van de volgende jarige, in de pauze: een koker tennisballen en drie paar tennissokken. Maar we kwamen er helemaal niet aan toe. Dus het kadootje bleef in de kast liggen.
Toen de volgende jarige wel tijd had om zijn verjaardag te vieren (hij had lekkere dingen bij de Hema gehaald) was de vorige jarige al terug van vakantie, en toen bleek dat ze onderling hadden afgesproken dat het kadootje kwam als de vorige jarige terug zou zijn. Dus er waren twee kadootjes. Mijn koker tennisballen en drie paar tennissokken, en een waardebon voor de sportschool.

2.

We gingen eten bij de Griek, Robin en ik, en we hadden al twee keer eerder bij de Griek gegeten, en bij die eerdere keren hadden we lichtelijk jaloers gekeken naar de mensen die de Griek met een uitgestoken hand ontving, hee, hoe gaat het, fijn jullie weer te zien. Dat wilden wij ook. Wij wilden die uitgestoken hand.
Deze keer kwam ie.
We stapten naar binnen, de Griek zag ons, herkende ons en herkende ons verlangen naar die hand. Hee, hoe gaat het, fijn jullie weer te zien.
We schudden zijn hand alsof het de normaalste zaak van de wereld was, gingen aan een tafeltje zitten, en toen de Griek weer weg was gelopen, staken we onze armen triomfantelijk de lucht in, deden we high fives — we vierden feest. We waren vrienden van de Griek.

Geen reacties | Link | 7 september 2010 | Categorie:

Planeet vandenb

1.

Ik heb op poppetjes gestemd. Op Asscher van de pvda omdat ik ‘m sympathiek vind, op Boris van der Ham van D66 voor het stadsdeel omdat ie leuk twittert. Poppetjes hebben de toekomst; partijprogramma’s zijn heel erg twintigste eeuw.

2.

Ik heb gisteren een beetje ruzie gemaakt met mijn oude moedertje op haar ziekenhuiszaal. Mijn oude moedertje is nogal doof — toen de mensen aan de overkant van de zaal zich ermee begonnen te bemoeien, heb ik ook boos iets tegen hun gezegd, maar mijn moeder dacht dat ik nog meer bozigs tegen haar zei.
Achteraf is het allemaal heel grappig.

3.

Ik had daar dus een heel stukje over kunnen schrijven. Lekker uitsmeren, beetje drama, beetje grappig — uitstekend materiaal voor een stukje.
Maar ja, ik was al met een planeet vandenb begonnen.

4.

Nu zit ik dus te denken wat ik nog meer te vertellen heb.

5.

Niet veel, blijkt.
Het gaat erg goed hoor.
Dat u niet denkt: die vandenb zit ergens ongelukkig te zijn.
Integendeel: ik ben juist erg gelukkig. Maar over geluk valt erg weinig te schrijven.

Geen reacties | Link | 4 maart 2010 | Categorie:

Planeet vandenb verlate nieuwjaarseditie

1.

Dat het zover moet komen dat ik ’s avonds mijn stukjes ga zitten schrijven.

2.

Ik heb ooit iemand horen zeggen dat het mag tot 15 januari, dus: gelukkig nieuwjaar!

3.

Ik heb een nieuwe klus. Heel 2009 heb ik in Den Haag gezeten, bij de KPN, en ik heb daar een beetje mysterieus over gedaan want dat leek me wel zo discreet. Nu ga ik ook een paar maanden discreet doen over mijn nieuwe klus. Wat u wel mag weten: het is leuk en ik ben er blij mee.

Vandaag mocht ik beslissen over het aantal uren dat ik per week zou gaan maken, en ik ben voor de 40 gegaan. Aanpakken! Werken en centen verdienen.

Groot voordeel van deze klus: hij is in Amsterdam. ’s Ochtends moet ik een overvolle metro pakken (ik moet naar Zuid-Oost) en een volle metro is een grotere bron voor weblogstukjes dan een forensentrein. Net op de weg naar huis zat ik tussen een groepje zwakzinnige kinderen (mag je dat zeggen, zwakzinnig?) waarbij de begeleiders moesten zorgen dat meisje A jongen B niet voortdurend beet.

Zodra het weer het toelaat, zoals dat dan heet, pak ik de fiets.

4.

40 uur per week, maar vandenb, zegt u nu, ik dacht dat je ook nog een boek aan het schrijven was.
Jawel, en daar ga ik gewoon mee door, want West heb ik ook in zes zondagen geschreven. Enige is dat ik nu nog een paar opdrachtjes heb liggen ook. Die gaan allemaal afkomen, maar ik ga mijn momenten van vrije tijd koesteren.

5.

Ik was van plan geweest wat lijstjes in een oudejaarseditie te gooien, want oh, lijstjes. Maar daar had ik wat meer tijd in willen steken dan ik heb.

6.

Mijn verkering schrijft natuurlijk wél regelmatig erg leuke stukjes. En voor de mannelijke mannen onder u die niet op het werk op viva.nl gezien willen worden: ze heeft een eigen feed. En als mannelijke man lees je natuurlijk alles via feeds.

7.

Verder is alles ook goed.

Geen reacties | Link | 12 januari 2010 | Categorie:

Planeet vandenb

1.

Er stond hier een stukje dat verloren is gegaan. Het ging over het lezen van The New Yorker en hoe moeilijk dat wel niet is en meer intellectueel geneuzel. Afgelopen vrijdag is er iets mis gegaan op de server, en het stukje is kwijtgeraakt.

Tijdens het misgaan is ook alle mail die naar me gestuurd is verdwenen, dus als u mij vrijdag toevallig gemaild hebt, mail me gezellig nog een keer.

2.

Mijn oude moedertje heeft een telefoon en soms is ze daar niet snel genoeg bij; dan wordt er opgehangen voor ze op kan nemen. Als ‘r dat gebeurt, gaat ze iedereen in haar telefoonboekje bellen: heb jij gebeld? En als ze dan bij aankomt, leg ik ‘r uit dat het waarschijnlijk een bedrijf was dat haar iets wilde verkopen, dat die altijd ophangen na drie keer overgaan. Dat iemand die haar nodig heeft haar voicemail wel inspreekt en dat ze nu niet iedereen moet gaan bellen.
Oh ja, zegt ze dan.
En een week later belt ze weer iedereen.

3.

Ik stond net in de lift met de man met de dikke kont. De man met de dikke kont had vandaag ook een Heel Erg Grote Puist op zijn linkerwang.

4.

Elke laatste vrijdag van de maand komen we samen: een paar schrijversch die in de begindagen van dat samenkomen gezellig klaagden over hun uitgevers en het gebrek aan publiciteit en nu gewoon een groepje vrienden zijn die het over voetbal en vakantie hebben.

Toch heeft die schrijverschborrel een aanzuigende werking op mensen die pas de schrijverschwereld in zijn gestapt, dus deze vrijdag had ik een introducée bij me wiens naam ik pas ga noemen als hij een beetje behoorlijk googlebaar is.

Dat was gezellig, maar ik ben een mietje, dus om tien voor één ging ik weg, om één uur liet ik de hond uit, en om half twee lag ik in bed.

De introducée smste de volgende dag dat hij om zes uur thuis was.
Die gaat er wel komen, in de literatureluur.

5.

Vanochtend maakten we allebei ons fiets los, Robin en ik, en omdat de gekke hondenman die altijd pijnlijke dingen roept eraan kwam, haastte Robin zich, en we kusten en we zeiden tot vanavond, en ik keek haar even na en bedacht dat je het best goed hebt gedaan als het mooiste meisje dat je ooit gezien hebt gewoon je vriendin is. Toen was de gekke hondenman bij me en ik luisterde naar zijn pijnlijke dingen, en ik aaide zijn hond.

Geen reacties | Link | 28 september 2009 | Categorie:

Planeet vandenb: vakantieverslag

1.

Op maandagochtend, voor ik weer naar kantoor moest, trok ik het eerste paar sokken sinds twee weken aan. Dat was raar, en lichtjes treurigmakend.

2.

Dit was mijn eerste vakantie ooit dat ik geen last had van heimwee. Ik ben altijd een beetje een vakantiemietje geweest, zo’n beetje halverwege had ik er geen zin meer in, maar nu — poeh. Ik wil terug. En Robin ook.

3.

Het was dus geweldig. We hebben twee weken lang in een ritme gezeten van wakker worden om een uur of tien, brood halen, rustig ontbijten, beetje hangen, bedenken naar welk strand we op de scooter gaan, hangen op het strand, lezen, zwemmen, insmeren, steentjes in elkaars navel proberen te mikken (de strandjes hadden allemaal kiezels, groter of kleiner, en daar ben ik voor, heb ik ontdekt, want zand komt overal maar tussen), nog meer zwemmen, zonnen, bruin worden, lezen, mensen kijken, praten, hangen.

Terug naar het appartement, misschien nog een beetje zwemmen in het zwembad, douchen, hangen, bedenken waar we gaan eten, en gaan eten, en dan nog even naar de boulevard en daar nog wat drinken en kijken naar de mensen die naar ons kijken.

We willen terug.

4.

Ons lievelingsrestaurant was het vleespornoparadijs; een taverna in de bergen waar we heen scooterden en waar het binnenpraatmannetje ons verwelkomde en de Grieks-Australische ober al wist wat we wilden: de griekse salade, garlic bread, en dan het varkensvlees van het spit.
En terwijl we aten wilden we dat we dat in Nederland konden vinden, en toch maar niet want het zou zo slecht zijn.

5.

Ik las:

Martin Cruz Smith, Rose. Mijn favo thrillerschrijver omdat ie echt kan schrijven.

Herman Koch, Het diner. Niet virtuoos, een paar te makkelijkheden, wel een pageturner en een terechte bestseller.

Nick Hornby, Slam. Goed.

Dan Brown, The Da Vinci Code. Hypes moet je zo lang mogelijk laten liggen. Pageturner, natuurlijk, met kromme dialogen maar veel leuke al dan niet feitjes.

Niccolò Ammaniti, Ik haal je op, ik neem je mee. Wat zei je nou net over hypes? Heerlijk boek, ondanks de aanprijzingen van Kluun en Saskia Noort op de cover.

6.

Het was Robins dertiende keer op Lefkas, en ze was een beetje ongerust of ik het wel leuk zou vinden — bij Robin thuis werd er vaak over Lefkas gepraat en ik zat er dan met graagte naar te luisteren, maar ik wist er nog niks van, natuurlijk.
Nu wel. Robin gaat nog een veertiende keer, en ik een tweede, en een vijftiende en een derde — ach, u begrijpt het.
Niet direct ieder jaar, want we willen nog meer zien, maar ach, Lefkas.

7.

Er zijn foto’s, natuurlijk.
Ik ga zelf ook nog even rondklikken en wegdromen.

8.

Zie vooral ook Robins verslag. Eigenlijk heb ik haar stukje een beetje overgeschreven, zie ik nu, maar dat is omdat we samen op vakantie waren.

Geen reacties | Link | 25 augustus 2009 | Categorie:

Planeet vandenb

1.

Gisteren was ik het terug in Het Dorp. Robins ouders gaven hun jaarlijkse barbecue, en ik bleek de held te zijn. Iedereen wist al dat ik De Fietstocht had gemaakt, en ik kreeg schouderkloppen en loftuitingen. Bij de eerste drie mensen zei ik dat het niet zo veel voorstelde, maar hoe verder de dag vorderde, hoe groter mijn verhalen werden, natuurlijk.

Het werd een heel erg goeie dag, ondanks mijn vervelende opschepperij. Robins familie rockt.

2.

Voor de vakantie (de twee weken die we in het dorp zaten waren om te oefenen, aanstaande zaterdagochtend zitten we in het vliegtuig naar Griekenland) heb ik een paar boeken gekocht, bij de 82 boeken die ik nog moet lezen. Ik heb gezocht naar kleine boeken.

Omdat het vakantie is, wilde ik ook dat die boeken een beetje makkelijk waren (dat is niet helemaal gelukt, want ik heb Cloud Atlas van David Mitchel gekocht), dus ik heb (naast Mitchel) een paar thrillers gekocht. Een boek van Martin Cruz Smith, de enige thrillerschrijver waar ik niet een uur over twijfel voor ik ‘m koop, en de eerste uit de serie van die dode Zweed, de Milleniumtrilogie.

Maar: ik heb het boek van de Zweed in het Engels gekocht.
Want: wat is het met Nederlandse uitgevers en thrillers? Moeten die boeken allemaal een halve vierkante meter groot zijn? Ik ga op vakantie! Ik wil boeken die in mijn koffer passen! En die liggend op een strand in één hand te houden zijn.
Engelssprekenden weten hoe dat moet, die maken boekjes van een centimeter of 15 hoog.
Maar ik lees dus straks een makkelijk boek van een Zweed in het Engels.

3.

Zaterdagavond wilde ik nog even hard fietsen, en toen ik nog niet eens echt op weg was, had ik een botsing met een wesp gehad en de wesp was er boos van geworden. Hij had me in mijn onderlip geprikt. Dat deed even veel pijn, en ik belde naar het dorp om wat dorpse tips te krijgen hoe ik de zwelling die op aan het komen was, aan moest pakken (in zo’n dorp heb je natuurlijk dagelijks met van die natuurdingen te maken, redeneerde ik), maar ik wilde wel eerst hard fietsen. Dus ik negeerde mijn botoxlip voor een uurtje en ging hard fietsen.
Ik geloof dat ik verslaafd ben.

Geen reacties | Link | 3 augustus 2009 | Categorie:

Planeet vandenb

1.

Helene reageert bij het laatste stukje:

Ik weet wel dat mensen ook niet aan Multatuli vroegen wanneer hij weer es iets dacht te gaan schrijven, maar hé. We hebben allemaal gestemd voor Robin, krijgen we nu weer een stukje van jou?

Heel goed dat jullie allemaal gestemd hebben! Voor de mensen die het nog niet hebben gedaan: hier staan Robins stukjes, waar je kunt lezen dat ik heul erg ziek ben geweest, bijvoorbeeld, en hier kun je op haar stemmen.

Qua registreren (als ik ergens moet stemmen, denk ik altijd MIJN MAILADRES KRIJGEN ZE NIET DE ROTZAKKEN), valt het enorm mee: er wordt een voornaam gevraagd, een achternaam, en de reden waarom je op Robin stemt. Ik kan in vertrouwen meedelen dat je dat doet omdat haar stukjes de leukste zijn.

En nog een keer de call-to-action: stem op Robin.

2.

En ik zeg anders nooit ‘call-to-action’.
Ik heb een cursus SEO-copywriting gedaan: ik kan nu tekst schrijven die Google heel erg fijn vindt. Het woord ‘call-to-action’ moet je daar waarschijnlijk bij vermijden, maar ik kan een pagina schrijven over bijvoorbeeld konijnenhokken, en dat die pagina dan bovenaan staat als mensen die konijnenhokken zoeken, zoeken op konijnenhokken. Daar zijn dan allemaal geheime formules voor, maar die ga ik u niet aan uw neus hangen. Konijnenhokken.

3.

Ik zit aan het gangpad en ik word er een beetje nerveus van. Er komen 1.6 mensen per minuut langs en ZE KIJKEN ALLEMAAL OP MIJN SCHERM.

4.

Aan Multatuli vroegen ze ook nooit wanneer hij dacht weer es te gaan schrijven, maar om u toch een beetje op de hoogte te houden: ik ga maar eens met een schema werken. Boek drie gaat minstens zo mooi worden als boek twee, maar ik maak wel een stapje omhoog; ik ga een beetje nadenken voor het op papier komt. Dat vraagt het idee dat ik heb een beetje.

5.

Konijnenhokken.

6.

Stem op Robin! Want ze is de beste. En als ze wint, gaat ze geld verdienen met haar stukjes. Hoe cool is dat?

Geen reacties | Link | 30 juni 2009 | Categorie:

Planeet vandenb: De Stoet

1.

Ik kan heel slecht tegen mensen zonder kin. Ik vind een kin vrij essentieel in een gezicht, en bij afwezigheid van een kin, denk ik dan: koop een kin. Doe er iets aan.
Dat is niet aardig van mij, natuurlijk.

In De Stoet, die ’s ochtends van het stationnetje naar kantoor stroomt, loopt vaak een meisje zonder kin. Haar kinloosheid irriteert me zo dat alles aan haar me irriteert. Ze heeft een tas die me irriteert, ze heeft kleren aan die me irriteren en ze heeft een heel grote koptelefoon op haar hoofd en die irriteert me mateloos (en dat zeg ik anders nooit, ‘mateloos’).(Robin heeft een koptelefoon die heel cool is, maar de kans is groot dat ik die koptelefoon cool vind bij haar omdat zij heel knap is (en daarbij een heel erg goeie kin heeft).)

Ik word onrustig als het meisje zonder kin vlak voor me loopt in De Stoet. Ik wil er dan voorbij, want ik wil er niet meer naar kijken.

Nee, dat is helemaal niet aardig van mij.

In De Stoet erger ik me ook vaak aan een man met een dikke kont. De man met de dikke kont draagt spijkerbroeken die zijn kont extra dik maken, en een net te kort jasje. En alles ziet eruit alsof zijn moeder het voor hem heeft gekocht.
En dan rookt hij ook nog.
Roken is stom en redelijk verwerpelijk, maar iedereen heeft als kind wel eens gedaan alsof hij rookte omdat het er stiekem best cool uitzag.
Bij de man met de dikke kont niet.
Het is volkomen misplaatst.

Ik zou me niet moeten ergeren aan de uiterlijkheden van mensen. Ik weet het. Maar ik kan er niks aan doen.

2.

En wat is de deal met die handtassen die in de oksel van de elleboog gedragen moeten worden? Dat je zo’n groepje meisjes voorbij ziet gaan en dat ze dan hun armen haaks gebogen houden en zo hun handtas meezeulen?
Ook in De Stoet: een miep die twee handtassen op die manier meedraagt, en in één van die twee zit een laptop. Iedereen hier werkt op laptops. En de tas die zij in haar linkerelleboogoksel heeft hangen, is groot genoeg en ziet er zwaar genoeg uit om een laptop in zich te hebben.
Wanneer is die afspraak gemaakt, dat vrouwen hun tassen zo zijn gaan dragen?

3.

De Stoet splitst zich. We lopen vanaf het stationnetje door een parkje, en aan het eind van dat parkje gaat 60 procent naar links (en ik hoor bij die 60 procent) en veertig procent gaat naar rechts.

Er zijn dagen dat ik bij die veertig procent zou willen horen. Die veertig procent doet namelijk echt iets.
Ik weet niet zo goed wat er gebeurt op het kantoor waar ik zit, maar in het gebouw waar de veertig procent heengaat, Gebeurt Echt Iets.

Dan loop ik mee met De Stoet en dan zie ik ‘m splitsen en dan denk ik: ik wou dat ik iets kon. Dat ik echt iets had geleerd.
Dan zou ik mee kunnen splitsen met de net wat knappere mensen, allemaal beter gekleed, geen onkinnen, geen dikke konten in verkeerde spijkerbroeken, allemaal zinvol werk.

4.

De zestig procent zwermt uit tussen de gebouwen op ons complex. Het meisje zonder kin gaat naar gebouw zeven, de miep met de tassen in de elleboogoksels naar zes, net als de man met de dikke kont in de verkeerde spijkerbroek, en kijk: daar gaat de lange kale man die op sommige dagen iets zinvollers had willen doen. Hij loopt met licht hangende schouders naar gebouw tien.

Geen reacties | Link | 18 mei 2009 | Categorie:

Planeet vandenb

1.

Ik ben dus aan het hardlopen.
Mensen die ooit gym met me hebben gehad, schudden nu hun hoofd. Meewarig, heet dat dan.
Ik denk niet dat ik het ooit echt ga kunnen, dat hardlopen: ik verzuur na twee minuten omdat mijn benen gekke dingen doen. Ik probeer ze iets minder gek te laten doen, maar vooralsnog lukt dat niet.
Ik blijf wel stug doorgaan.

2.

Op de sportschool stapte het harige mannetje de sauna in, en hij had de geschoren kraag weer.

3.

Als je in de trein opstaat en de coupé uitloopt, dan heb je in de dubbeldekkers van die glazen klapdeurtjes. Zo’n deurtje hou je open als er iemand achter je aankomt. Die persoon neemt dan het openhouden van je over, en na een seconde gedeeld openhouden laat je die deur los.
Vanochtend stond ik het deurtje open te houden en moest ik wachten omdat het balkon al vol was, maar ik was wel zover het balkon op dat ik echt voorbij het deurtje was. Maar er stond iemand in de opening van het deurtje en hij was niet van plan het openhouden over te nemen. Dat duurde zeker acht tellen.
Acht tellen die een eeuwigheid leken.

Geen reacties | Link | 14 mei 2009 | Categorie:

Planeet vandenb

1.

Mijn badkamer is nog nooit zo schoon geweest. Maar dan echt: mijn badkamer is nooit zo schoon geweest.
Oud-collega en vriendin B. stuurde een mailtje toen ik vroeg of iemand een goeie hulp in de huishouding wist: ja, dat wist ze — zijzelf.

Randjes waar ik van dacht dat ze nooit meer schoon zouden worden zijn nu schoon en er staat een emmer in mijn keukenkastje met een schokkende hoeveelheid schoonmaakmiddelen: ik heb een pro in huis gehaald.

B. zoekt klanten, dus laat het me weten als u nog iemand zoekt.

2.

Nu-collega N. heeft een laptop en die laptop heeft zijn beste tijd gehad. Het scherm vertoont van tijd tot tijd zwarte vlekken, en als ie de machine aanzet, moet ie het scherm eerst aan de achterkant masseren om uberhaupt iets in beeld te krijgen.
Het masseren ziet eruit als liefkozen.
Ik hou van mijn macbook, maar ik probeer me ervan te weerhouden in het openbaar zulke uitingen van genegenheid te vertonen.

3.

Sinds ik weer werk, heb ik ook weer last van normalemensendingen als zin in vakantie. En oh wat heb ik zin in vakantie. Met Robin op het strand hangen en boeken lezen en in de zee duiken en alles.

4.

In het kader van de boekenweek (thema dit jaar: dieren) schrijf ik voor het Vara tv magazine een stukje over mijn favoriete dier, en na wat rondklikken ontdekte ik dat Banjer zijn profiel van de datingsite nog steeds heeft aangehouden. Alsof ie van plan is om nog weg te gaan. Ondankbare hond.

Geen reacties | Link | 23 februari 2009 | Categorie:

Planeet vandenb

1.

Mijn oude moedertje heeft een vriendje in het bejaardenhuis en het vriendje is ook niet meer de allerjongste. Hij sukkelt behoorlijk, en afgelopen weekend kwam dat sukkelen tot een lichte apotheose: hij werd opgenomen en het ziekenhuis zei dat de familie erbij moest komen, want het zou niet lang meer duren.

Nu zit er een ingewikkelde geschiedenis achter wat familie (en erbij komen) betreft, dus mijn moeder werd om 12 uur ’s nachts door mijn zuster naar het ziekenhuis gebracht, en ik ben er ook heen gefietst, als ondersteuning.

Een jonge dokteres zei dat ze dacht dat ie de ochtend niet zou halen.
We zijn nu twee dagen verder.

2.

En ondertussen vierden we de 73ste verjaardag van mijn oude moedertje in haar aanleunwoning. Ik had Banjer meegenomen, want die is gek op feestjes.
Mijn neefje Adam (Eddum) was er ook en Adam wilde graag op de bank, maar Banjer lag ervoor. ‘Ik wil op de bank, maar Banjer ligt ervoor,’ zei hij.
‘Dan vraag je of ie even opzij gaat,’ zei ik.
Adam keek even nadenkend en zei toen: ‘Banjer, woef waf woef woef.’

3.

Ik heb vanochtend een trein overgeslagen. Ik koop tegenwoordig eersteklaskaartjes voor de ochtend, omdat de tweede klas in de trein van 7.51 vaak net te vol is om zeker te weten dat je kan zitten, en ik wil schrijven aan boek 3, ’s ochtends (ik tik zo’n 500 woorden, tussen Lelylaan en Den Haag). Maar de trein die vanochtend om 7.51 kwam, had maar één treinstel, waar het er normaal twee zijn, en op de eerste klas waren mensen al aan het staan. En daar betaal ik al dat geld niet voor, verdikkie!
In de trein van 8.21 heb ik vanochtend 500 woorden getikt.

4.

En omdat ik me kennelijk eersteklaskaartjes kan veroorloven, mag ik me ook wel eens tegoed gaan doen aan andere luxe: ik zoek een werkster. Ja, sorry, vergeef me, dat is decadent, maar ik ben een man en ik maak niet schoon. Of ik maak een keer schoon en dan ben ik heel trots op mezelf en dan vergeet ik dat je dat best nog een keer kan doen.
En onder mijn lezers zijn vast Amsterdammers die aan datzelfde euvel lijden. Hebben jullie het nummer van een goeie? Mag per mail naar walter at vandenb punt com, of als reactie hieronder (die ik niet zal plaatsen). Dank.

Reacties over mijn decadentie plaats ik wel, hoor.

Geen reacties | Link | 2 februari 2009 | Categorie:

Planeet sportschool

1.

Op de natte vloer van de mannendouche in de sportschool liggen pluisjes. Die pluisjes zijn nat, dus of het nog pluisjes zijn, is een andere verhaal, maar: volgens mij is het navelpluis.

Alleen mannen doen aan navelpluis, en zet grote hoeveelheden douchende naakte mannen bij elkaar, en dat navelpluis moet ergens heen. Dus: de vloer.

Robin is een paar keer meegeweest naar de sportschool, en ze heeft er voor me op gelet: op de vloer van de damesdouche lag geen pluis.
Ik vind mijn theorette bewezen.
U begrijpt dat ik goed uitkijk waar ik mijn voeten neerzet.

2.

Ik zag gisteravond een man die niet alleen zijn borsthaar föhnde (dat had ik al eerder gezien), maar ook zijn rug meenam, en daarna voorover boog om de föhn onder zijn handdoek te steken zodat ie zijn kruis even droog kon blazen.

Geen reacties | Link | 21 januari 2009 | Categorie:

Planeet vandenb eindejaarseditie

1.

Nou, dat was me het jaartje wel.

2.

Ik heb u doodgegooid en tot verveling gedreven met stukjes over mijn verkering. Soms zat er iets bij dat zelfs een beetje leesbaar was.
Ik kan geen beterschap beloven, sorry.

3.

In 2008 ben ik vrije schrijver geworden: ik heb mijn baan bij het nerdbedrijf opgegeven en ik ben voor mezelf begonnen. Dat is een tijdje goed gegaan, qua inkomen en gelukkig zijn, en daarna is het allebei wat afgezakt. Het teruglopende inkomen had direct te maken met het minder gelukkig zijn, want ik vergat een beetje opdrachten te verzamelen.

Ik heb ervan geleerd: ik weet dat ik niet te veel vrijheid moet hebben. Ik blijf thuiszitten en ik doe niks nuttigs en niks leuks.

Dus ik ben nog steeds vrije schrijver, maar dan wel een vrije schrijver die zichzelf verhuurt aan bedrijven waar geschreven moet worden. Of iets webtechnisch gedaan moet worden. Sinds december zit ik bij een telecommer waar ik vooralsnog voor vier maanden nodig ben, en misschien langer. Naar kantoor! En ik vind het fijn.

4.

Ik heb u niet bepaald verwend met kwantiteit, wat stukjes betreft.
Het vingertoppengevoel dat ik ooit had, iets op straat zien of iets meemaken, hoe klein ook, en daar dan een lap vermakelijke tekst over schrijven, dat ben ik een beetje kwijt, denk ik. Of althans: de zin om hier een lap tekst te schrijven is een beetje weg.
Het komt door het geld. Geld krijgen voor het schrijven van lappen tekst elders, is niet bevordelijk voor de inhoud van uw favoriete weblog.

5.

Bovendien is er Twitter.
Niet dat ik daar heel erg actief ben, maar diverse goeroe’s hebben het al gezegd: bloggen is over, minibloggen is het nieuwe ding, en ik kan me daar wel een beetje in vinden. Ik ga de boel hier niet dichtgooien, maar een tekstje als deze is ideaal voor een omgeving als Twitter.

6.

Ik ga het kantoorleven wel blijven combineren met schrijven voor diverse bladen. Ik heb nog steeds een column in literair tijdschrift Passionate, ik kan leuke ideeën kwijt in nrc.next, en af en toe komt er nog een ander blad voorbij. Op waltervandenberg.nl plak ik af en toe een stuk dat ik voor papier schrijf.

7.

Er wordt geschreven aan boek 3. In mei moet ik inleveren. Het wordt mooi.

8.

Er zijn dromen uitgekomen in 2008, en in 2009 ga ik werken aan wat stabiliteit in die dromen.

U wens ik net zoveel geluk.

Geen reacties | Link | 29 december 2008 | Categorie:

Planeet vandenb

1.

Ik ben aan de klus bij een grote telecommer. Mijn telefoon doet het hier vrijwel niet — ik heb dan ook een abo bij een andere telecommer.

Om bij de telecommer te komen, ben ik een uurtje onderweg. Ik fiets naar het station, ik pak een trein, ik pak nog een trein, ik loop een stukje, en dan ben ik er.
Het lopen vanaf de trein gebeurt in colonne. Er werken ongeveer een miljoen mensen op dit kantoor.

Ja, ik ben gelukkig. Ik heb nut, ik draai mee in de maatschappij.

2.

When it rains, it pours: ik krijg van alle kanten klussen aangeboden, en die neem ik aan ook, want voor je het weet is het oorlog en zit je zo weer zonder.
Probleem daarbij is tijd. Van het weekend zit ik in ieder geval achter de computer.
Dat is een omslagje, na die maanden de schrijver uithangen.

3.

Vanochtend heb ik Banjer naar Robin gebracht, zodat ze samen gezellige meidendingen kunnen doen.

4.

Ik heb zin in een kerstboom. Ik denk dat ie er volgende week komt.

Geen reacties | Link | 4 december 2008 | Categorie:

Planeet vandenb

1.

Ik kan het niet laten excuses te maken voor vallende stiltes alhier, al schrijft de weblogwet anders voor. Dus: sorry hoor! Maar ik had dingetjes te doen zoals jarig zijn enzo.

2.

Mijn verjaardag was briljant. Dankjewel voor alle mensen die me per sms, mail en hyves feliciteerden, en dankjewel Robin, want oh. (Robin heeft me belachelijk enorm geweldig getrakteerd op van alles.)

3.

Banjer moet zijn tanden poetsen. Of erger: ik moet Banjers tanden poetsen. Omdat Banjer al een ouder hondje is, bleek zijn gebit een beetje waardeloos te zijn, dus de dierenarts heeft vier kiezen getrokken en de rest moet goed schoongehouden worden.
Het erge is: hij denkt nu dat ik een hekel aan ‘m heb. Hoe kan mijn baas nog van me houden als ie me dit aandoet?

4.

Ik heb Robin beloofd dat ik tot 1 december geen chocolade kruidnoten meer koop. Ik was alweer ernstig verslaafd: ik at zo’n anderhalve zak per dag weg. Ik heb me nu al een week aan die belofte gehouden, zo’n beetje. Ik ben trots op mezelf.

5.

Mark is dood.
Dat zet al het voorgaande wel even in perspectief. Hatsee.
Ik weet niet hoe het ging met het vriendinnetje dat ie in Argentinië had, of dat nog aan was — en zo ja, hoe gaat het dan met haar? Dat zijn dan van die dingen waar ik een beetje aan blijf denken.

Mark, je was een held. Een echte hacker.

Geen reacties | Link | 22 september 2008 | Categorie:

Planeet vandenb

1.

De toppen van mijn duimen zijn aan het vervellen. Alsof ik mijn duimen ergens heel erg voor heb gebruikt, en mijn andere vingers niet.

2.

Ik verveel me. echt stierlijk.
Ik heb net duizend woorden aan boek 3 getikt en ik heb er nog niet genoeg lol in. Ik moet zin krijgen om verder te schrijven, ik moet er plezier in krijgen, want elk ander ding dat ik er nu naast doe ter ontspanning, voelt verkeerd, want oh hallo plichtbesef ben je daar weer? En die duizend woorden zijn niet bepaald dagelijks, dus ik voel me grote delen van de week schuldig tegenover De Literatuur.

3.

Robin woont nu dus op zo’n vijfhonderd meter bij me vandaan (in een mooie blauwe kamer in een fijn huis met haar beste vriendin en nog een huisgenoot) en dat is utterly brilliant. We kunnen nu dingen doen als samen lunchen en dan afspreken dat we elkaar de dag erna nog even zien, of de dag daarna, en dan bij elkaar slapen, en hatsikidee, alles. Voorheen zat er twee uur reistijd tussen ons.

4.

Ik verveel me nog steeds.
Ik heb een opdracht gekregen van een bepaald bedrijf om een boekje voor ze te schrijven, tienduizend woorden, deadline 1 december, en ik weet nu waar ik dat boekje over ga laten gaan, maar ik moet nog even mijn plichtbesef tegenover boek 3 de nek omdraaien.

5.

Dat plichtbesef zit dus echt alleen maar in de weg. Je helpt me niet, plichtbesef.
Vanochtend had ik mijn wekker op zeven uur gezet (met uitloop tot acht uur) en nu is het kwart voor twee en ik heb pas duizend woorden geschreven en ik zit te gapen.
Maar ik denk wel dat ik het zo ga blijven doen, want duizend woorden is beter dan nou ja, geen woorden.

6.

Die duimen; heel irritant.

7.

Van de week waren we bij een presentatie van een dichtbundel en het regende toen we weg wilden gaan, dus we namen bus 18, die bij Robin voor de deur stopt.
Bij de presentatie was het druk, en we stonden en we luisterden naar de poëzie, Robin voor me, en ze leunde een beetje naar achteren, en zo stond ze tegen me aan, en verspreid over de zaal zaten fijne mensen met wie we later zouden praten, en ik was gelukkig — ook toen we teruggingen en de laarzen die ze aan had getrokken te veel pijn deden en ze het laatste stukje op haar sokken liep en ik haar thuis afzette en we gedag kusten en ik naar huis fietste, vijfhonderd meter verderop.

8.

Nu ga ik een potje gamen. Kijken wat m’n duimen ervan zeggen.

Geen reacties | Link | 5 september 2008 | Categorie: