vandenb.com // Walter van den Berg


Het silhouet van de ooievaars

Ze stapten de deur uit na het eten, en het was later geworden dan ze van plan waren, want ze wilden van het goeie weer genieten maar het was al donker, toch, en koud nu — maar ze hadden het de hond en elkaar beloofd, dus ze gingen toch.
De hond mocht los toen ze bij het eerste park waren, hij keek af en toe achterom om te zien welk pad hij kon nemen, en ze liepen achter hem aan, af en toe hand in hand, af en toe de handen in de zakken om warm te worden, en ze liepen over de donkere paden langs het kleine vijvertje in de richting van de grote weg, gingen daar onderdoor, keken naar de mooie huizen aan de overkant van het water, en ze praatten lang en veel over de dingen waar ze blij van werden: het huis opknappen, samenwonen, de vrienden die ze hadden, en toen ze het eerste park uit waren en het kleine stukje naar het tweede park overbrugden, de hond aan de lijn, wezen ze elkaar nog meer huizen aan: daar, en dat is ook mooi, en kijk daarbinnen, nu weten we dat we geen rode muur moeten nemen (ze lachten), en deze huisjes hier, net een klein dorpje in de stad.
In het tweede park ging de hond weer los en hij rende naar elk geurtje dat hij op moest snuiven, negeerde kleine hondjes die naar hem blaften.
Ze keken naar het silhouet van de ooievaars in hun nest, en ze liepen door, wachtten met oversteken van het grote pad op een groepje renners, gingen aan de andere kant het park weer uit en liepen door de oude wijk terug naar huis; ondertussen bij etalages stilstaand, die lamp misschien, en hier kunnen we nog voor meer borden kijken. Zo gingen ze — en alles aan hen moet geluk hebben uitgestraald.


Dit artikel is geplaatst op 10 maart 2010, in de categorie De observatie.

Hiervoor/hierna

Hiervoor geplaatst:

Hierna geplaatst:

Meer lezen?

Er staat een inhoudsopgave met alle stukjes voor u klaar.

Statistieken worden bijgehouden door Google Analytics, maar ik heb geen idee waar ik eigenlijk naar kijk.