vandenb.com // Walter van den Berg


Honden, en waarom ze beter zijn dan katten

Dit stuk heb ik in 2009 geschreven voor de VARA-gids. “Mijn hond, Banjer, 10 jaar,” staat ergens op de helft, en dat zou nu “Onze hond, Banjer, 16 jaar” moeten zijn, maar Banjer is een paar weken geleden ingeslapen. Hij was op, en het was goed zo, maar we missen hem, want het was onze kameraad.

Toegeven dat je wel kan lachen om André van Duin – zo voelt het ook een beetje als je zegt dat je van honden houdt. Mensen die denken te weten waar het om gaat, die uit kunnen leggen waarom André van Duin juist niet grappig is, weten ook altijd waarom katten veel beter zijn. Het is het soort volk dat de keuze heeft gemaakt voor de next best thing – nou ja, niet voor honden dus.

Dat soort volk hoor je dan nooit een keer zeggen: ik ben meer een slangenmens. En dan niet in de zin van: het is mijn hobby mezelf in weekendtassen te vouwen. Nee, zij zijn gevallen voor warme, harige dieren die lekker te knuffelen zijn en die niet angstig wegrennen als je naar ze bukt (zoals cavia’s en konijnen – oefenbeesten voor als je te jong bent voor een echt huisdier). Katten komen heel dicht in de buurt van honden, maar ze missen één ding: ze houden niet van je.

Waar kattenmensen altijd op hameren is de eigen wil van hun huisdier.  Nee, hij heeft nu geen zin om te komen, ach ja, eigen willetje hè. Nee: die kat heeft geen zin jou een pleziertje te doen want die kat houdt niet van je.

Mijn hond komt altijd. Ik hoef ‘m maar aan te kijken en hij begint al te kwispelen. Als je ’t zegt, kom ik hoor, baas!
En als ik het zeg, vindt hij het zo’n gigantisch feest dat zijn hele lijf kwispelt.
Dom, zeggen kattenmensen dan.

En als je dan vraagt waar je aan kan zien dat katten slimmer zijn, komt het argument er altijd op neer dat je een kat niks kan leren.  Oh ja, want niks kunnen leren is een kenmerk van intelligentie.

Ik ken een hond die op een boerderij woont en op die boerderij woont ook een stel paarden. De hond weet dat de paarden het leuk vinden om andere paarden te zien, dus als hij in de verte andere paarden aan hoort komen, gaat hij zijn paarden waarschuwen. Jongens! Kom snel kijken! De hond weet ook dat zijn baas het leuk vindt oldtimer tractors te zien. Nieuwe trekkers zijn niet interessant, maar als er een oude aankomt, gaat hij de baas halen. Baas! Kom snel kijken!

Ik denk niet dat er veel andere diersoorten zijn die conclusies kunnen trekken over het soort tractors waar de baas voor gewaarschuwd moet worden.

Waarschijnlijk heeft de hond de reputatie van dommerd omdat ie alles gezellig vindt. Mensen die alles gezellig vinden worden vaak ook niet al te hoog ingeschat.

Maar goed: heb ik de aanval nodig om mijn liefde voor honden te verdedigen?
Mijn hond, Banjer, 10 jaar, vorig jaar uit het asiel gehaald, is mijn maatje. Ik kan met Banjer over straat lopen en hij kan dan even opkijken en oprecht naar me lachen: supertof dit, baas. En je kan dan bijna niets anders doen dan teruglachen en zeggen dat het inderdaad heel leuk is. Lopen met je kameraad.

En dan andere honden. Tim van mijn vriendin die juicht als ik kom (mijn vriendin heeft een feilloos talent om de stem van elke hond te pakken – Tim klinkt als een puber die de baard in de keel begint te krijgen en vindt dat ik zijn beste vriend ben, Banjer is een mietje en klinkt altijd een beetje recalcitrant als mijn vriendin er is), Deaf die auditief gehandicapt is en dat altijd als excuus gebruikt (zijn vaste uitspraak is ‘sorry hoor’ met de nooit hoorbare toeving ‘dat ik besta’), Lola de dikke pitbull in het park die heel uitbundig met Banjer speelt maar ook altijd één seconde bij mij komt kijken en dan heel hard HOI roept; en de oude Goldens. Mijn vriendin heeft een zwak voor Golden Retrievers, en dan het liefst de Goldens die mooi diepbruin zijn en een paar grijze haren rond de neus hebben – oude Goldens zouden de wereld moeten besturen met hun wijsheid en hun liefheid.

Als ik een hond zie en die hond ziet mij en hij groet me – dat doen ze, ze zeggen hoi, allemaal op hun eigen toon – dan heb ik het zwaar, want eigenlijk wil ik aaien, knuffelen, een kus op de neus drukken.

Dat doe ik niet.

Ik weet eigenlijk wel dat het raar is.  Misschien heb ik die aanval daarom nodig.
Ik weet eigenlijk wel dat André van Duin flauwe grapjes maakt. En ik hou ook van katten. Hoe katten zeggen dat ze je stom vinden maar dat je ze best mag aaien – dat is charmant. Maar ik begrijp mensen die honden niet het allerleukste vinden niet. Hoe ze hoi zeggen. En alles supertof vinden.


Dit artikel is geplaatst op 14 januari 2015, in de categorie De observatie.

Hiervoor/hierna

Hiervoor geplaatst:

Hierna geplaatst:

Meer lezen?

Er staat een inhoudsopgave met alle stukjes voor u klaar.

Statistieken worden bijgehouden door Google Analytics, maar ik heb geen idee waar ik eigenlijk naar kijk.