vandenb.com // Walter van den Berg


‘Mijn ideale uitgever’

De SLAA had me gevraagd of iets wilde zeggen op een debatavond over hoe uitgeverijen met moderne fratsen om moeten gaan. De opdracht: schets je ideale uitgever. Welnu, dat wilde ik wel. Onderstaand verhaal las ik voor in het Comedy Theater (en er viel niets te lachen!) op 25-01-2011. En ik las het voor vanaf mijn iPad, vanwege de gimmick.

Ik was in new york, en dat zeg ik zo achteloos mogelijk, maar ik zeg het graag tegen iedereen die ik tegenkom, en in new york viel het me op dat er in de metro heel veel gelezen werd. Beduimelde pocketboekjes, hardcovers van de nieuwste titels, en heel veel mensen hadden e-readers in hun handen.

Ik lees dit voor vanaf mijn ipad, ik heb een autocue-app die de tekst langzaam voor me uitspelt, en ik moet er een beetje aan wennen, want dit is de eerste keer dat ik mijn ipad zo gebruik. Het is een beetje onzin natuurlijk, wat ik nu doe, niks mis met een stuk papier, maar het past mooi in het verhaal.

Als ik niet hardop hoef te lezen, gebruik ik mijn ipad vaker, maar vooral voor tijdschriften en dagbladen – op vrijdag download ik het nrc voor de boekenbijlage, op maandag staat de New Yorker voor me klaar, die ik binnenhaal en vervolgens ongelezen laat, net zoals ik met de papieren versie deed.

Lees ik boeken op mijn ipad? Nee. Het scherm van een ipad – anders dan bij dedicated e-readers – is niet geschikt om heel erg lange lappen tekst te lezen, maar vooral: digitale boeken zijn duur.

Ik wil best drie euro 99 betalen voor een New Yorker, maar 12 euro voor een boek dat je niet vast kan houden, dat vind ik te veel.

Dat klinkt als de klacht van een verwend ventje van de internetgeneratie dat te lang alles gratis heeft gekregen vermengd met het argument van een ouwe man, maar ik heb zelf een paar boeken geschreven, dus ik weet dat schrijvers niet voor de kat z’n kut zitten te tikken, en de ipad heeft bewezen dat mensen juist wel voor content willen betalen, maar er zit volgens mij een psychologische grens aan wat de consument uit wil geven aan iets dat uit enen en nullen bestaat. Dat is geen harde wetenschap van mijn kant, allemaal speculatie van iemand die links en rechts wat klepels heeft horen luiden – maar het is een feit dat mensen digitale producten willen kopen. De markt is er. Nu moet alleen de aanbieder nog over de brug komen. En de aanbieder is in het huidige systeem: de uitgever.

Er is mij gevraagd de ideale uitgever te schetsen. Dan kan ik zeggen dat ik een uitgever wil die voor reclame van mijn boeken net zoveel budget uitgeeft als Khaleid Hoseini krijgt en een redacteur die me elke ochtend croissantjes komt brengen, maar ik wil het een beetje bescheiden en realistisch houden: ik wil graag een uitgever zonder angst.

Toen ik via Paul Sebes in boekenlandje terecht kwam, mocht ik kiezen uit een aantal heel mooie uitgevers, en ik koos voor de uitgever waarvan ik zeker wist dat mijn oude moedertje die ook kende: de bezige bij. De bezige bij is een heel erg mooi uitgeefhuis. De Bij wil graag een onderkomen zijn, een safe haven voor haar auteurs, en als ik ooit nog iets minder bescheiden word, gaat het vast nog wel eens zover komen dat ik er voor de gezelligheid op de koffie kom en niet meer onder de indruk ben van alle portretten van grote namen op de trap. Maar het is geen uitgever zonder angst.

De Bij heeft een tijdje lang Hans Nijenhuis als kroonprins gehad, beoogd opvolger van de knuffelende vader van ons allemaal, Robbert Ammerlaan, en met Hans heb ik in die tijd goeie gesprekken gehad over hoe het digitale verhaal aangepakt zou moeten worden.

Ik zei in zo’n gesprek voorzichtig dat ik mijn eerste boek misschien wel digitaal op mijn website wilde zetten – gratis.
Lijkt me een goed idee, zei Hans. Gaan we binnenkort een keer over praten.

Ik zei dat de Amerikaanse schrijver Cory Doctorow al zijn boeken gratis aanbood en hij kon aantonen dat de verkoop van zijn papieren boeken daardoor gestegen was.
Geloof ik meteen, zei Hans.

Ik zei dat ik dacht dat mensen die een boek gratis downloaden óf het lezen van een scherm vervelend zouden kunnen vinden en toch het fysieke boek zouden kopen, óf, als ze ervaren schermlezers waren, de schrijver toch hun waardering zouden willen tonen door wat geld op zijn rekening te storten.

In die situatie zou bij aankoop van een papieren boek het overgrote deel van het geld naar uitgever, distributeur, boekhandel gaan (niet noodzakelijk in die volgorde), en bij een paypalbetaling aan de schrijver wordt de maker beloond. En dat zou zomaar eens een eerlijke verdeling kunnen zijn.

Hans en ik zagen het allemaal zitten – we oefenden vast de knuffels die Robbert Ammerlaan nu aan Jan Siebelink gaf.

Maar Hans Nijenhuis kreeg niet lang daarna een aanbod om baas van het NRC te worden, en dat aanbod heeft ie gepakt, en ik heb zo’n vermoeden dat de angst voor vernieuwing van zijn collega’s bij de Bij daar iets mee te maken heeft gehad. Er zijn geen nieuwe kroonprinsen meer aangetrokken; de beoogde opvolger van Robbert Ammerlaan zal waarschijnlijk uit eigen gelederen worden gekozen.

Sinds Hans weg is, heb ik mijn idee over het gratis aanbieden van mijn eerste boek niet meer in de groep durven gooien bij de Bij. Angst voor de portretten van de grote namen op de trap, en angst voor de angst van de uitgeverij zelf.


Dit artikel is geplaatst op 26 januari 2011, in de categorie Ergens anders.

Hiervoor/hierna

Hiervoor geplaatst:

Hierna geplaatst:

Meer lezen?

Er staat een inhoudsopgave met alle stukjes voor u klaar.

Statistieken worden bijgehouden door Google Analytics, maar ik heb geen idee waar ik eigenlijk naar kijk.