vandenb.com // Walter van den Berg


Ondertussen is het straks

Naar kantoor gaan en eten – dat kan wel eens problematisch zijn.
Dat problematische is natuurlijk van het gehalte ‘first world problems’; ik waarschuw maar vast.
Vanochtend had ik geen zin om brood te smeren. ‘Ik zie straks wel’, dacht ik, en nu is het zover. Het is ondertussen straks, en ik moet het zien, maar ik zie het niet.
Dat wordt weer een veel te duur broodje kopen, belegd, en niet eens zo lekker. En daar maakt een mens zich dan druk om. Wat ik al zei: first world problems.
De collega die vandaag naast me zit heeft hipsterbrood. Kijk, zei ze, ik heb superbrood. Ze zei dat het heel lekker was en dat er spelt in zat.
Ze had een bakker gevonden in Reigersbos. Haar vriend woont in Gein, daar slaapt ze een paar dagen, en ze was op zoek gegaan naar een bakker. Ze vond er een, Jongejans, en hij had hipsterbrood.
In Reigersbos? vroeg ik.
In Reigersbos, zei ze.
Gein en Reigersbos – andere mensen zouden dat ‘De Bijlmer’ noemen.
Wij, u en ik, kunnen vandaag al voorspellen dat de volgende hipstercluster zich in ‘De Bijlmer’ zal vestigen. Als het speltbrood er is, zullen de hipsters volgen.
Maar goed; ik weet nog steeds niet wat ik moet eten.

Geen reacties | Link | 30 april 2014 | Categorie:


alles © Walter van den Berg.






Bijna pauze

Ik zit op kantoor.
Het uitzicht is op andere kantoren. Horizontale en verticale blokken van glas en beton. Op een gebouw aan de andere kant van het spoor staat een paal, en aan de paal hangt een vlieger in de vorm van een roofvogel. Als de wind opsteekt, kan je heel even denken dat de vogel echt is. Een collega wees me erop, en hij zei erbij: maar er is hier weinig te bidden.
Er was paniek op kantoor, want er was iets stuk op Het Internet, en als er iets stuk is, geven klanten ons de schuld, ook als het onze schuld niet is.
Maar alle gaten zijn weer gedicht, het stof daalt neer, en het is gewoon weer een dag op kantoor.
Ik heb de trap via het grote trappenhuis naar de begane grond gepakt en ik heb een flesje water uit de automaat gekocht voor 70 cent. Het vorige flesje heb ik een week gebruikt, omgespoeld, opnieuw gevuld, maar dat wordt onfris, na verloop van tijd.
Ik heb de trap via het kleine trappenhuis terug naar boven genomen. Door de andere deur dus de afdeling weer opgekomen.
Zo blijf je de boel verrassen.
Het is bijna pauze.

Geen reacties | Link | 29 april 2014 | Categorie:

Moreel kloppend

We hebben een Greenwheels-auto.
Natuurlijk hébben we geen Greenwheels-auto, want dat is het hele verhaal met die Greenwheels: je hebt juist géén auto, je gebruikt alleen een auto wanneer je die echt nodig hebt. En die dingen staan overal, en je kunt ze allemaal gebruiken, dus het gevoel van een-auto-hebben zou er helemaal niet moeten zijn. Dat maakt het moreel gesproken erg kloppend. Maar er staat een Greenwheels recht voor onze deur, en dat maakt dat kleine rode ding toch een beetje onze auto.
Op Koningsdag viel het me ’s ochtends al op dat ie van z’n plek was: andere mensen die ‘m ook mogen gebruiken waren het oranjegewoel ontsnapt, natuurlijk. Alleen maar goed, dacht ik, dat is moreel gesproken erg kloppend, een auto delen met andere moreel kloppende mensen. ’s Middags zag ik dat er een dikke zwarte BMW op de plek voor onze deur stond. Oké, dacht ik, dat kan gebeuren, maar ik hoop wel dat ie weg is als onze auto terugkomt.
Later keek ik uit het raam. De plek was weer leeg. Onze auto kon rustig terugkomen.
Nog later keek ik weer uit het raam. De plek was bezet door twee andere auto’s, kleiner dan die BMW.
De dag erna stond de dikke zwarte BMW er weer.
In de instructies van Greenwheels staat: als er een dikke zwarte BMW op uw plek staat, parkeer dan zo dicht mogelijk in de buurt en bel Greenwheels. De dikke zwarte BMW wordt dan weggesleept.
Ik keek om me heen, zag ons kleine rode ding niet zo dicht mogelijk in de buurt staan, en ik vroeg me plotseling af of de andere moreel kloppende mensen die onze auto deelden godverdomme wel hadden gebeld om die godverdomde dikke zwarte vieze kloteauto WEG TE LATEN SLEPEN!
Verschrikt keek ik om me heen. Ik was er niet helemaal zeker van of die gedachte moreel wel klopte. Maar er waren geen moreel kloppende mensen om me heen die die gedachte hadden kunnen lezen.

Geen reacties | Link | 28 april 2014 | Categorie:

Au

Ik maakte een rare beweging en mijn rug gaf een korte waarschuwing. Au, zei ik, en ik wachtte tot Het Meisje zou vragen wat er aan de hand was. Ze stond onder de douche, ik stond in de gang – de geluidsafstand was klein genoeg. Maar het vallende water overstemde mijn au.
Ik ging rechtop staan. Er was niets aan de hand. Ik bleef nog een momentje stilstaan voor het geval ik mijn au nog toe zou moeten lichten, maar al het geluid dat uit de badkamer kwam was vallend water en een zachtjes gezongen liedje van Beyoncé.
Ik ging verder met mijn avondroutine – glazen water bij het bed zetten, de hond aaien, douchen na Het Meisje – en stapte naast het meisje in bed.
Ik zei dat ik me afvroeg of alleen sociale dieren iets aan pijngeluiden hebben. Dat je je soortgenoten ermee waarschuwt: kom me helpen, er is iets mis. En dat solitair levende dieren dan geen geluid maken bij pijn, dat geluid ze alleen maar verder in de problemen zou kunnen brengen.
Dat zou kunnen, zei Het Meisje.
Waarna ik meteen toch nog kon vertellen dat ik net vreselijke pijn in mijn rug had gehad, en nee er is nu echt niks meer aan de hand, maar poeh.

Geen reacties | Link | 25 april 2014 | Categorie:

Glass

We zagen iemand met een Google Glass-bril op zijn hoofd.
Bij dat nieuwe verschijnsel werpt zich de vraag op: is het een gewone gebruiker, of een zogeheten glasshole?
Google zegt zelf: don’t be a glasshole. Ze hebben wel door dat het raar is, iemand die voortdurend de wereld kan filmen.
We zaten in het hippe koffiehuis dat bij de Bank hoort, twee collega’s en ik. We zaten te kijken naar een man en een vrouw en we vroegen ons eerst van de vrouw af waarom ze een gilet droeg en wat ze ermee wilde camoufleren. Daarna zag de collega rechts het: de man droeg een Google Glass over zijn gewone bril heen. Er zat een dikke poot achter zijn rechteroor, en achter zijn linkeroor zat niks bijzonders.
Er kwamen nog twee mannen bij dat groepje staan, en het groepje praatte met elkaar alsof er niks aan de hand was. Alsof de man met Glass ze niet voortdurend zou kunnen filmen, of erger nog: ze zou kunnen Googlen.
Wij keken, en de potentiële glasshole keek om. Dat kon twee dingen betekenen: onze ogen hadden in zijn rug gebrand, of zijn Glass had hem voor ons gewaarschuwd.
Voor de zekerheid doken wij maar weg.

Geen reacties | Link | 24 april 2014 | Categorie:

Puur geluk

We zaten op het balkonnetje en de zon ging onder. Het balkonnetje kijkt uit op het Westen en wij keken uit op de zon. Even dachten we dat ie onder was, of relatief onder, in ieder geval: bij ons wordt de horizon gevormd door het blok huizen aan de overkant, maar het was een strookje bewolking dat de boel even voor de gek hield. De zon kwam nog even terug.
Puur geluk, zei ik.
Ja, zei Het Meisje.
We gingen door met lezen, ik in de krant van die ochtend, die voornamelijk over de rondvaart van PEC Zwolle en het vuurwerk van Vak 410 ging, Het Meisje in een vrouwenblad.
Zei je nou ‘burgerlijk’? vroeg ze.
Daar dacht ik even over na. Ik wist zeker dat ik iets anders had gezegd, maar wat maakte het uit? Als dit burgerlijk was, was burgerlijk niet zo erg als het altijd wordt afgeschilderd. We zaten op een bankje dat we bij de Gamma hadden gehaald en bij de planten stonden nieuwe potten waarvoor we met Pasen naar Tuincentrum Osdorp waren gereden.
De zon kroop achter het blok tegenover ons – nu was het geen schijnbeweging meer.
Burgerlijk.
Puur geluk.
Ik vond het goed.

Geen reacties | Link | 23 april 2014 | Categorie:

Bril

De tv stond aan en we lieten ‘m nog even aanstaan, want de documentaire over Martin Bril kwam nog.
Ik was ooit fan van Bril, lang voor heel Nederland fan van ‘m werd. Ik had een stuk van hem gelezen in de Nederlandse Esquire, nog voor hij de column in Het Parool kreeg, waarin hij in Amerika rondloopt en een pistool koopt – of althans, zo herinner ik het me. Hij vertelde in dat stuk dat hij afgetrapte cowboylaarzen droeg. Of althans, zo herinner ik het me. De mannelijkheid spatte er vanaf. De onbeholpenheid ook, trouwens. Later kwamen zijn columns in Het Parool, en ik las ze met gretigheid. Ik kon mijn hoofd schudden om elke zin, uit pure bewondering.
We keken naar de documentaire en ik hoopte dat ik iets van die oude Bril terug te zien, maar het ging niet over zijn zinnen, het ging over zijn handelsgeest. Move the product, herhaalden verschillende pratende hoofden. Ergens op de helft ging ik de hond uitlaten, en terwijl ik keek hoe de hond poepte, vond ik dat ik best wel weer eens stukjes kon gaan schrijven.
Het was mooi geweest als er een reiger over was gevlogen, op dat moment.

Geen reacties | Link | 22 april 2014 | Categorie: