vandenb.com // Walter van den Berg


De 27 niveaus van Buwalda’s titel

TV-criticus Hans Beerekamp heeft volgens zijn stuk in NRC (Blendle-link, kost centjes) een minder leuke avond gehad dan ik, met Peter Buwalda in Zomergasten.

Tegen het einde kwam de grootste held te voorschijn, de „zelfgekozen vader” Philip Roth. Die constateerde in 2000 al het uitsterven van de lezer, door de komst van al die schermen. Buwalda was het eens met die opmerking, en citeerde met grote afkeuring Salman Rushdies suggestie dat tv-series de dikke romans van nu zijn.

Dat vond Buwalda onbestaanbaar, zoiets als „karbonade door een rietje”. Wat hier uit spreekt is het halsstarrig vasthouden aan de gedachte dat een verhaal verteld in woorden altijd superieur is aan een verhaal verteld in beelden. Dat was de reden dat hele generaties geen stripboeken mochten lezen, want dat zou ten koste gaan van de traditionele literatuur. Wat hier uit spreekt is het halsstarrig vasthouden aan de gedachte dat een verhaal verteld in woorden altijd superieur is aan een verhaal verteld in beelden.

Dat was de reden dat hele generaties geen stripboeken mochten lezen, want dat zou ten koste gaan van de traditionele literatuur. Buwalda zou natuurlijk ook een paar duizend dvd’s kunnen kopen van een videotheek die ermee kapt en dan zelf ontdekken dat je ook in beeld een tijdsverloop kan manipuleren. Hij heeft er geen tijd voor, want er moeten nieuwe dikke boeken geschreven worden, te beginnen met een roman over een olieman op Sakhalin en de relatie tot zijn zoon. De werktitel De Ja-knikker „werkt op 27 niveaus”.

Waarmee Beerekamp bewijst dat het woord sterker is dan het beeld, want hij maakt iets lulligs van die 27 niveaus, iets opschepperigs, maar als je Buwalda terugkijkt, zie je dat ie dat zei met een dikke knipoog.

Het ging Buwalda niet om het manipuleren van tijdsverloop, maar om de diepte van de personages: in literatuur kan je oneindig veel dieper gaan dan in beeld. En ik denk dat hij daar gelijk in heeft, al geloof ik dat een tv-serie als The Wire in zijn vorm literatuur is, maar dan wel binnen het universum van tv. Het grappige is dat Beerekamp met zijn voorbeeld van strips die slecht zouden zijn voor de literatuur zelf al aangeeft dat het om verschillende media gaat.

Iets anders dat me nu te binnen schiet: Buwalda zei dat show, don’t tell in de literatuur onzin was. Dat dat juist het grote voordeel is van het geschreven woord, ten opzichte van beeld; bij beeld kom je dan uit bij de voice over. Ik ben in mijn boeken altijd heel veel aan het showen en weinig aan het tellen, maar ik tell zeker wel als het moet, en het mooie is: het kan. Het blijft volkomen natuurlijk.

Geen reacties | Link | 4 augustus 2015 | Categorie:







Vann, Buwalda en ouders

In het stukje dat ik eerder schreef over Aquarium van David Vann zei ik: ik heb altijd het gevoel dat ik niet meer thuiskom, als ik zijn boeken lees. Daarna zei ik dat het bij dit boek anders was, want het speelt in de stad. Zijn eerdere romans zijn allemaal wildernisboeken. Maar toen ik wat verder in het boek was, besloop me dat gevoel van niet meer thuis kunnen komen weer. Hoe kon ik dat ook denken, dat dat gevoel ook maar iets met het decor te maken heeft.

Geen idee of Vann dat expres doet, maar het is er, in ieder geval voor mij. Dus niet meer thuis kunnen komen is een terugkerend thema. Wat heel erg past bij zijn andere terugkerende thema: ouders die er een massive fuck-up van maken en het kind voor de rest van het leven beschadigen.

Gisteren zat Peter Buwalda bij Zomergasten, en hij liet een fragment zien uit een documentaire over een Chinees gezin, waarbij de dochter niet deed wat de ouders van haar verwachtten. Buwalda legde daar (voor mijn gevoel) de sympathie bij de ouders: ze doen zo hun best, en dit is wat ze oogsten.

Ik vond het een fijne aflevering, Buwalda heeft scherpe ideeën over wat literatuur kan doen — maar hij moet voor zichzelf en zijn komende romans nog even ontdekken wat voor schade ouders aan kunnen richten, al dan niet moedwillig. Maar dat is alleen maar mooi; ik hoop dat we als lezer die ontwikkeling mee zullen maken.

Wat Aquarium van Vann betreft: dat kunt u met een gerust hart lezen. Het is nog steeds niet Vanns beste boek, denk ik, dat blijft Legend of Suicide, maar het is erg, erg goed.

Geen reacties | Link | 3 augustus 2015 | Categorie:

David Vann – Aquarium

Toen ik aan David Vann werd voorgesteld, stond ik te stotteren als een schooljongen, want zo gaat dat als je je helden ontmoet. Het meisje had me naar hem toe moeten duwen — ga nou gewoon — maar al die angstjes bleken niet nodig te zijn; Vann is belachelijk aardig.

Peter van der Zwaag, hoofdredacteur vertaalde literatuur bij de Bezige Bij, stelde ons aan elkaar voor, en hij had mijn naam de dag ervoor gehoord en onthouden, dus dat hielp.  Ik zei tegen Vann dat we allebei een father thingy hadden in wat we schreven, en hij moest daar hard om lachen.

Ik ben nu heel erg diep verzonken in zijn laatste roman, Aquarium, die ik al een hele tijd in huis had maar niet wilde lezen, omdat ik alles na Legend of Suicide toch een minuscuul beetje tegen vond vallen, of omdat ik er te ongemakkelijk van werd. Ik heb een probleem met de verhalen van Vann die in de wildernis spelen — er is zo veel wildernis. Ik heb altijd het gevoel dat ik niet meer thuiskom, als ik zijn boeken lees.

Maar Aquarium speelt in de stad, en dat werkt voor mij. Ik ben nog niet over de helft, maar ik heb nu al buikpijn van het drama, zonder de extra leegte die ik voelde bij zijn eerdere boeken.

Ik weet nu wel dat ik het fout had toen ik het had over die father thingy. Het is een thingy met ouders, niet alleen met vaders, en dat geldt voor ons allebei. Ouders zijn de meest verschrikkelijke wezens die je je voor kan stellen.

Overigens was ik niet van plan fictie te lezen nu ik diep in het schrijfproces van boek 4 zit, maar ik whatsappte met een vriend die net Legend of a Suicide had gelezen en er danig ondersteboven van was en meteen Aquarium had aangeschaft. En toen begon het toch te jeuken. En nu weet ik dat ik ook vanavond niet zelf schrijf.

Ik zal later, als ik Aquarium helemaal uit heb, nog een verslagje doen (waarschijnlijk over hoe ik mijn polsen door wilde snijden toen ik het boek eenmaal dichtsloeg).

Geen reacties | Link | 29 juli 2015 | Categorie:

Een verlammend vooruitzicht

In de Volkskrant (€) een stuk over de ‘streaming’ boekendienst van Bruna, Bliyoo, waarbij je voor een vast bedrag per maand een paar duizend boeken tot je beschikking hebt op je e-reader. Teneur van het stuk is: valt tegen, minder keuze dan beloofd, en schrijvers komen er bekaaid vanaf. Abdelkader Benali zegt: ‘het gekke is dat dit soort onderhandelingen altijd loopt via de uitgevers, terwijl het draait om de auteurs.’1

Als lezer voel ik me niet aangetrokken tot de dienst. Ik ben een sucker voor nieuwe technologie, maar ik heb nog steeds geen e-reader in huis omdat ik papieren boeken briljant vind, en in mijn kast staan nog zo’n vijftig, zestig boeken ongelezen die ik nog wil lezen, en dat is al enigszins een vermoeiend vooruitzicht; een onbeperkte boekenvoorraad zou me totaal verlammen.

Dat argument over het papieren boek mag terzijde worden geschoven, want iets goeds moet je van elk medium willen lezen2, de woorden moeten het doen, niet het papier, maar hoe overleef je het idee dat er wel eens een nog beter boek in je apparaat zou kunnen zitten?

Geen reacties | Link | 13 juli 2015 | Categorie:

Bevat lucht

Omdat ik zelf aan het schrijven ben aan iets nieuws, lukt het me niet heel erg romans te lezen, dus ik heb me op de non-fictie gestort. Ik ben Big Data (link naar vertaling) van Viktor Mayer-Schönberger & Kenneth Cukier aan het lezen, want da’s interessante materie waar ik zelf later ook nog slimme dingen over wil zeggen, maar nu gaat het me even om het boek.

Ik heb nooit veel non-fictieboeken gelezen, vooral omdat ik me afvroeg hoe je een heel boek vol zou kunnen schrijven over een bepaald onderwerp — en dat vraag ik me nu nog steeds af, eerlijk gezegd.

Viktor en Kenneth hebben tweehonderdplus pagina’s volgetikt, en het is allemaal heel leesbaar, maar alle informatie had gecondenseerd in een degelijk artikel in een tijdschrift kunnen staan.

Ik begrijp dat een artikel in een tijdschrift flink wat minder oplevert dan een goedverkopend boek, maar ik vind dat er voortaan een disclaimer op zulke boeken mag: opgeschudde versie, bevat lucht.

Geen reacties | Link | 5 juni 2015 | Categorie:

Birdman

Mijn twee centen over Birdman: al dat meta kan te veel zijn; de single shot nodigt veel te veel uit tot lasnaden zoeken; en: gaat Michael Keaton de zoveelste terugkerende celeb worden waarover mensen zeggen dat ze altijd al fan zijn geweest? It gets old.

Geen reacties | Link | 3 februari 2015 | Categorie:

De keuze van de Volkskrant (2)

Ik moet even met de billen bloot, want sinds ik twee weken geleden zeurde dat de Volkskrant geen aandacht besteedde aan Gustaaf Peek en Joost de Vries, heeft de waarheid mijn geklaag ingehaald: Gustaaf is ondertussen besproken en Joost de Vries wordt in de krant van vandaag geinterviewd over zijn essaybundel (€).

Laten we het erop houden dat alle boekenbijlages dit weblog met angst en beven lezen.

Geen reacties | Link | 1 november 2014 | Categorie:

De keuze van de Volkskrant

Eerst een disclaimer: Van dode mannen win je niet is genegeerd door de boekenredactie van de Volkskrant, tot er iets doms over gezegd kon worden, dus dit stukje is kinnesinne, rancune, noem maar op.

Maar het moet me toch van het hart: de vreemde keuze van de Volkskrant als het gaat om de keuze welke boeken er besproken worden irriteert me mateloos.

Vandaag staat Joost de Vries’ essaybundel in het ‘gesignaleerd’-hoekje, wat betekent dat het niet besproken gaat worden, terwijl het godverdee om een nieuw werk van de winnaar van de Gouden Uil gaat.

En vorige week ook al in het gesignaleerd-verdomhoekje: de nieuwe roman van Gustaaf Peek. Disclaimer nummer twee: Gustaaf is een vriend, dus ik let er extra hard op, maar potdomme, die jongen wordt uitzinnig geprezen in Parool en NRC en Groene Amsterdammer in de week van verschijnen, wat betekent dat Peek een naam is geworden om op te letten. En wat doet de Volkskrant? Signaleren.

Wat wordt er wel besproken? Het nieuwe houterige zinnen-staketsel van Kader Abdollah. Elke recensie die ik tot nu toe heb gezien ademde vooral: Kader Abdollah zou eigenlijk niet meer besproken moeten worden omdat ie slechte boeken schrijft die toch wel verkocht worden, en hij heeft een snor.

Lieve Volkskrant, realiseer je dat jullie degene zijn die de markt (een beetje) kunnen sturen. Belangrijke schrijvers bespreken, zoals Brouwers vandaag, dat is inderdaad jullie taak, maar schrijvers die die belangrijkheid verdienen (De Vries en Peek, en nee, ik heb het niet over mezelf) moeten besproken worden door jullie beste recensent. Dat is signaleren.


Nagekomen bericht: de Volkskrant luister naar me.

Geen reacties | Link | 18 oktober 2014 | Categorie:

David Mitchell over The Bone Clocks

David Mitchell is een man naar mijn hart:

One of the pleasures of hanging out with Mitchell is that he is, by self-identification, many kinds of nerd—a Star Trek nerd, a Doctor Who nerd, a map nerd, a taxonomy nerd, a tea nerd, a word nerd, and, for good measure, what you might call a nerd nerd: an enthusiast of nerdery of all kinds.

Ik heb The Bone Clocks op vakantie gelezen en potdomme, wat een heerlijk boek. Af en toe schiet het uit de bocht, maar dat is Mitchell heel erg te vergeven.

De link: David Mitchell on His New Book The Bone Clocks — Vulture.

Geen reacties | Opgeslagen onder:

Cunning, clever and absolutely gripping

“June of the summer I was 15, my father ran off with some woman he loved more than us.”

We gaan bijna op vakantie, en we hebben allebei een stapeltje boeken klaar liggen, en ik begin het risico te lopen dat mijn stapeltje te hoog wordt. Maar ik denk dat ik dit boek er nog bij wil hebben. Het klinkt als een boek dat je alleen op vakantie kan lezen.
Boek gevonden via dit lijstje op Time.

De link: We Were Liars by E Lockhart review – cunning, clever and absolutely gripping | Books | The Guardian.

Geen reacties | Opgeslagen onder:

Een kok in een vieze keuken

We kijken Game of Thrones, Het Meisje voor de eerste keer, ik voor de tweede keer, en we zitten er lekker in, draken, martelscenes, afgehakte hoofden, kom maar door, maar dan loop ik tegen mijn eigen suspension of disbelief aan: schildknaap Podrick is zo goed in bed dat de hoeren zijn geld niet willen aannemen. Plotseling zitten we in de privéfantasie van een vieze oude man.

Net het echte leven

Game of Thrones is, over het algemeen, een gloriërend voorbeeld van wat de verbeelding vermag. George R. R. Martin, op foto’s een dikke oude nerd met baard, schrijft een serie boeken waar twee tv-makers een serie van maken die door miljoenen mensen over de hele wereld gretig wordt bekeken en besproken; op maandagochtend probeer ik Twitter te vermijden om niet tegen spoilers aan te lopen, want ik wil die avond zelf zien wie er dit keer doodgaat. Waarmee ik meteen een van de belangrijkste redenen noem waarom de serie zo succesvol is: je favoriete personages kunnen zomaar sterven. Best vernieuwend, én het helpt met de geloofwaardigheid. Je held gaat vechten, gaat dood en staat niet op uit de dood — net het echte leven, toch? Dus blijf kijken.

Verbaasd over mijn verbijstering

Dat sterven van personages werkt inderdaad enorm goed voor je suspension of disbelief (je eigen bereidheid om je werkelijkheidszin een aflevering lang opzij te zetten); met de beruchte ‘red wedding’, waar een aantal belangrijke personages werd afgeslacht, was ik verbijsterd, en daarover verbaasde ik me weer: wow, dat een tv-serie dit met me kan doen. Goed hoor.

Wat? Bevroren water?

Podrick is een patsertjeMaar toen we bij de scène kwamen waarin sullige schildknaap Podrick als beloning van zijn baas een avond met drie hoeren door mag brengen en terugkomt met het bundeltje geld dat de dames moest bekostigen, werd het plotseling even heel duidelijk: dit is allemaal bij elkaar gefantaseerd door één man. Ik voelde me bedrogen.

Ik weet het, dat is net zoiets als beledigd zijn omdat niemand je ooit had verteld dat ijs bevroren water is. Fantasyboeken hebben de eigenaardigheid dat ze verzonnen zijn. Maar plotseling voelde het gek, met miljoenen mensen tegelijk meegaan in de fantasie van één enkele man.

Ik weet wat er achter het fornuis gebeurt

En daar heb ik moeite mee. Dat is best gek voor iemand die zelf boeken schrijft, maar dat gevoel is aangeslingerd toen er in een bijzin in een artikel in de Volkskrant werd gezegd dat het maar gek was dat ik mijn boeken op waar gebeurd baseerde (lees Angst voor verkluuning). In een soort tegenreactie sputterden mijn gedachten tegen: ja maar het is toch juist gek dat mensen meegaan in iets dat volledig verzonnen is? Juist omdat ik boeken schrijf, omdat ik weet hoe makkelijk het is iets te verzinnen, heb ik nu af en toe moeite met moeiteloos meegaan in iemands fantasie. Ik voel me als een kok in een vieze keuken die niet in andere restaurants wil eten omdat hij weet wat er achter het fornuis gebeurt.

Dokter, kunt u me helpen? Ik wil mijn suspension of disbelief terug.

Geen reacties | Link | 18 mei 2014 | Categorie:

vandenb kijkt tv

Eigenlijk zou hier vandenb downloadt series als titel moeten staan, maar dat bekt minder lekker. Veel reguliere tv heb ik de laatste tijd niet gekeken, maar ik heb wel een paar series gedownload, en ik ga mijn laatste aanraders op een rijtje zetten. Ik probeer wat verder te kijken dan de open deuren; iedereen kijkt al Breaking Bad en andere dikke hits, toch?

Geheimtip 1: Hannibal

Ja, inderdaad, een spinoff van wat ooit op het scherm begon als The Silence of the Lambs, of beter nog: als Manhunter, de film van Michael Mann die gebaseerd was op het eerste boek van Thomas Harris waar Hannibal the Cannibal in voorkwam.

De serie heeft z’n slechte momenten en z’n clichés, maar is toch nog aangenaam vermaak door de mooie vormgeving, de vergaande bloederigheid en het acteerwerk. Vooral hoofdpersoon Will is geloofwaardig; de nog jonge Hannibal Lecter is een prettig dissonerend bijfiguur.

Eerste seizoen is afgerond.

Geheimtip 2: The Americans

The Americans speelt in de jaren 80 van Ronald Reagan en gaat over een Sovjet-spionnengezin in Baltimore. Een Russische man en vrouw leven samen als getrouwden, hebben kinderen, maar dat gezin-zijn is hun werk: hun gewoonheid is hun dekmantel voor spionage-activiteiten. Klinkt vergezocht, maar The Americans is aangenaam vermaak.

Eerste seizoen is afgerond.

Bonustip: The Killing, Amerikaanse versie

Gebaseerd op de Deense serie waarbij de vrouwelijke inspecteur beroemd werd door haar malle truien. Ik heb de Deense versie heel even gekeken, maar net als bij Borgen kon ik er niet goed tegen dat er een gek taaltje werd gesproken. Bij talen die ik niet kan verstaan ga ik op het fysieke acteerwerk letten, en dat ergert me op allerlei niveau’s en manieren.

De Amerikaanse versie is neergezet in Seattle, met lekker veel regen en gruizigheid en het betere whodunnit-werk, maar daarvoor ga ik niet te veel veren in de kont van de Amerikanen steken, want dat hadden de Denen al bedacht. Ik weet niet of het verhaal 1 op 1 is overgenomen, maar dit specifieke verhaal vind ik in een Amerikaanse omgeving geloofwaardiger dan in een Europese.

Ik heb het eerste seizoen gekeken, maar er zijn er ondertussen drie.

De afrader: Under the Dome

Ik heb het acht afleveringen volgehouden zodat u niet meer hoeft te kijken: Under the Dome is prut. Gebaseerd op een boek van Stephen King dat ik ook al niet uitgelezen heb, en mede geproduceerd door King — en dan weet je al dat het fout gaat. Stephen King is een goeie schrijver als het om sfeer en personages gaat, maar dan moet ie die personages wel op papier houden.

Pijnlijkste moment: iemand is net iets te opzichtig bezig met een tablet waar Windows 8 op draait. Bij de aftiteling wordt vervolgens gemeld: Partially sponsored bij Microsoft Windows.

Geen reacties | Link | 15 augustus 2013 | Categorie:

vandenb vindt 1

Ergens iets van vinden is hot. Twitter en Facebook staan vol met ergens iets vinden, en als je niet iets van iets vindt, vinden mensen dat gek. Als je op de dag van het Bloedbad van Alphen twitterde dat je even lekker in de zon ging zitten, vonden mensen dat verfrissend. Terwijl lekker in de zon gaan zitten niet per se een mening is.

Ik heb een ambivalente houding tegenover De Mening. Een aardige jongen heeft me ooit eens geïnterviewd over het feit dat ik (en anderen) het zo vermoeiend vonden dat al die schrijvers maar last van meningen hadden, maar dat was ook weer een mening van mij en die anderen, natuurlijk.

Laat ik het voor mezelf samen proberen te vatten: ik mag iets vinden over films en boeken en mensen die zich asociaal in het verkeer gedragen, maar ik mag pas iets vinden over iets groters (Palestina) als ik er minstens drie boeken over heb gelezen. En ik mag iets vinden over dingen waar ik vind dat ik er verstand van heb (weblogs, twitter, Star Wars en dingen die ik er gaandeweg bijsleep).

De Recensiekoning heeft precies de juiste toon te pakken. Zij mogen dingen vinden van mij. (Dat is dus iets waar ik een mening over mag hebben: slimme websites. Toen ze begonnen, dacht ik: weer iets wat ik zelf verzonnen had willen hebben.) Ik ga geen sollicitatiebrief aan de koning sturen, maar ze hebben daar duidelijk gemaakt dat ergens iets van vinden ook leuk kan zijn.

Ik ga vooral dingen vinden van boeken, films en tv, daar ben ik dan weer een beetje saai in. Sorry! Maar vandenb vindt kan nog alle kanten opgaan.

Komt ie.

Soms lees ik wel eens een dik boek, en dan vooral Harry Potters, maar af en toe worstel ik me ook wel eens door iets anders. Bonita Avenue is het debuut van Peter Buwalda, en debuten hebben vaak de neiging een voorzichtige 150, 200 pagina’s te zijn, maar Peter vond het nodig meer dan 500 bladzijden te tikken. Het is bijna belachelijk om er dan vijf zinnetjes aan te weiden, maar heel veel meer is niet nodig: goed boek. Thomas Blondeau zei laatst: zulke boeken bestaan er bijna niet in de Nederlandse literatuur. Boeken met meerdere verhaallijnen, waar grote thema’s en gebeurtenissen (de vuurwerkramp) in zitten verwerkt, waar de personages in de politiek zitten, met ook nog een portie geweld met de dood tot gevolg. En dan staat er ook nog geen scene te veel in; heel knap, met zoveel pagina’s. Stilistisch vliegt de boel af en toe lichtjes uit de bocht (een dronken persoon wordt aan het stuk in zijn kraag gegrepen, bijvoorbeeld), maar het is een indrukwekkend werk.

We hadden laatst een aanval van culturele correctheid en zijn in Cinecenter geweest om Biutiful te zien. We konden stoelen aanwijzen op een schemaatje, en zoals bioscoopbezoekers dan doen, wezen we naar wat stoelen achterin. Fout! We zaten in een soort tunnel, en het licht aan het eind van de tunnel bleek een filmdoek te zijn. En wat op het doek werd getoond, daar werd je dus ook niet blij van. Biutiful bleek een grote opeenhoping ellende te zijn; als je zoveel narigheid in een boek stopt, word je afgebrand. Het enige wat een film dan nog een beetje kan redden is het spel en het beeld, en dat was dan nog wel in orde.

Om al die ellende te compenseren zijn we een week later in Pathé de Munt naar Hall Pass gegaan. Duimen omhoog voor Pathé de Munt omdat je online je plaatsen al aan kan wijzen en je kaartjes kunt kopen (je hoeft dus niet een half uur van te voren aanwezig te zijn) en omdat je gewoon een lekker groot scherm hebt. Duimen omhoog voor Hall Pass wegens het vermaak. Plat en voorspelbaar, maar wel met één van de grappigste slapstickscènes van de laatste jaren (voor de mensen die ‘m gezien hebben: de nies in de badkamer).

De downloadtip: Game of Thrones. Ik ben een sucker voor series van HBO, en na alleen een pilot moet de boel zich nog bewijzen, maar die pilot smaakt in ieder geval naar meer (zei ik dat hardop?). Briljante eerste scène, verder licht voorspelbare personages, maar goeie verhaaltechnieken gebruikt om duidelijk te maken hoe de verhoudingen liggen. Benieuwd naar het vervolg.

Geen reacties | Link | 21 april 2011 | Categorie: