vandenb.com // Walter van den Berg


De Trump-nieuwsdienst

Ik ben de Trump-nieuwsdienst voor mijn vrouw. Ik lees heel twitter uit, ik lees de Washington Post en de New York Times, en bij het eten vertel ik wat voor idiote dingen hij die dag heeft gezegd of gedaan. Af en toe heb ik een filmpje paraat, bijvoorbeeld de compilatie van hoe Trump handen schudt.

Ik denk af en toe dat ik er iets te veel mee bezig ben, met Trump, die man is ver weg, en zal het zo’n vaart nu wel lopen, het is toch een kwestie van tijd voor ie tegen de lamp loopt?

Maar dan denk ik ook weer: er is helemaal geen lamp meer om tegen te lopen. Vroeger zou één van zijn idiote uitspraken of acties al genoeg zijn geweest om, gedwongen door de schandaalverhalen, af te treden, maar de schandaalverhalen komen niet meer aan bij het volk — het volk haalt de schouders op en zegt: hij doet wat ie beloofd heeft, toch? MAAR DAT DOET IE NIET. Dat is nog wel het frustrerendste van het geheel: de waarheid doet er niet meer toe.

Vroeger werden films gemaakt waarin de schurk werd verslagen door een schandaal naar de pers te brengen: zo’n scène waarin de krantenman dan opkeek van het bewijs en aan de held vroeg: is dit waar? En dat je dan wist: het kwaad is verslagen.

Dat scenario bestaat niet meer.
Ik kan mijn vrouw morgen bij het eten vertellen dat er foto’s zijn opgedoken waarop Trump zijn vriend Putin met de hand bevredigt boven een dossier waar met een grote rode stempel ‘classified’ op staat gedrukt, en ze zal vragen: wat gebeurt er nu dan? En ik zal zeggen: nou ja, niets. Er is geen schandaal denkbaar waar Trump mee te beschadigen is.

Geen reacties | Link | 14 februari 2017 | Categorie:


alles © Walter van den Berg.






Aanstellers

Van de week stond er in de Volkskrant een opiniestuk van een echte Amsterdammer, Willem van Oostvoorn, waarin ie reageerde op een eerder stuk. Willem vindt dat de schrijver van dat stuk, Izz ad-Din Ruhulessin, zich niet zo aan moet stellen, want “discriminatie hoort net zo bij het leven als slecht weer”. Willem gebruikt het woord aanstellen niet, maar dat is wel de kern van het hele stuk: mensen moeten zich niet zo aanstellen.

Je niet aanstellen, dat heeft Willem namelijk van huis uit meegekregen. Willem kwam uit een milieu van gewone mensen waarin naar het gymnasium willen jezelf aanstellen was, en daarom is hij naar de mavo gegaan. Later is ie nog wel gaan studeren, maar daar werd ie uitgelachen omdat ie zo gewoon was. Maakt niet uit, hij stelde zich tenminste niet aan. En dat zou iedereen die gediscrimineerd wordt moeten doen, jezelf niet aanstellen. Want gottegot, wat zijn het toch een hoop aanstellers bij elkaar. Dat is tenminste wat Van Oostvoorn van huis uit heeft meegekregen.

Jammer voor hem dat hij nog steeds zo loyaal is aan dat kutmilieu waar ie uit komt. Hij praat in zijn stuk goed dat ie naar de mavo ging met zijn gymnasium-advies, want hij kwam nu eenmaal uit een milieu waar je normaal moest doen, maar als zijn ouders gewoon hadden gezegd dat hij best voor een betere toekomst mocht gaan, had Van Oostvoorn niet meer zo hoeven te koketteren met zijn lekkere Amsterdamse accent.

“Ik heb er gewoon wat van gemaakt. Door een beetje door te zetten wanneer het tegenzat. Door wat extra hard te lopen,” zegt van Oostvoorn. Zie je dan niet dat die lekker gewone afkomst van je waar je zo trots op bent ervoor gezorgd heeft dat het tegenzat? Je ouders hadden je naar het gymnasium moeten schoppen.

In zijn stuk geeft Van Oostvoorn de schuld aan de maatschappij die niet om kon gaan met zijn brutale bek, en hij zegt meteen dat ie niemand de schuld geeft, want hij stelt zich tenslotte niet aan, hij loopt gewoon wat harder.

Ik had het ook allemaal: een Amsterdams accent, een gymnasiumadvies, en een enkeltje mavo. Uiteindelijk toch nog gaan studeren, Nederlands taal- en letterkunde, en Jezus, wat vond ik mijn medestudenten een aanstellers. Ik vond het hele verschijnsel studenten zo weerzinwekkend dat ik van de weeromstuit geen flikker uitvoerde – ook omdat ik dat gewend was op de mavo, met mijn gymnasiumadvies. Studie na een jaar gestopt, en lekker gaan werken met m’n handen. En studenten bleven aanstellers.

Het heeft heel lang geduurd voor ik zag dat ik me juist aanstelde, ik en dat kutmilieu dat er voor zorgde dat mijn ontwikkeling heel lang niet verder kwam dan een graveerfabriekje in de Jordaan.

“Misschien ben ik wel een boze witte man,” zegt Willem in zijn stuk, en dat is ie inderdaad, want dat milieu van hem en mij is de grondlaag van heel veel boosheid, juist omdat niemand zich mag aanstellen, omdat je met de nek aangekeken wordt als je anders bent – of gewoon ronduit uitgelachen, want die echte Amsterdammers zeggen waar het op staat met hun grote bek en hun kleine hartje, ja, ik zeg het gewoon zoals het is – en Jezus, Willem: jij was anders. Ze hebben je klein gehouden, zo lang als het ze lukte, en nog verdedig je ze. Wat betekent dat je je nog steeds klein voelt.

Hoeveel mensen lopen er rond in die kleine milieus in Amsterdam, Rotterdam, Geldermalsen, noem maar op, die zich diep in hun kleine hartje kleingehouden voelen omdat ze klein moesten blijven van huis uit en daar boos om zijn? Ik mocht me niet aanstellen, denken die kleingehouden mensen, dus jij ook niet, jij met je VWO, en jij met je studeren, en jij met je arbeidsdiscriminatie wegens een rare naam, en jij met je boeken schrijven, en jij met je studeren, en jij met je vluchten uit een land dat kapot wordt gebombardeerd.

Willem van Oostvoorn zegt in zijn stuk: “wat ik niet doe, is jammeren over hoe oneerlijk het allemaal is geweest dat ik vanwege mijn afkomst, sociale status en accent allemaal kansen niet heb gekregen die de jongens en meisjes uit Zuid, Bussum en Aerdenhout allemaal wel kregen.” Wat jij doet is precies dat, Willem, jammeren op de manier zoals het jou is aangeleerd, door te koketteren met jouw gewoonheid, door te zeggen dat anderen zich aanstellen.

Mensen hebben het moeilijk, en het wordt niet minder moeilijk als ze in een keurslijf van doe maar gewoon moeten passen. Want als je goed oplet, Willem, hoor je dat die mensen van jou die niet jammeren over hoe moeilijk zij het hebben, wél jammeren over anderen van wie ze vinden dat het aanstellers zijn (omdat ze zo nodig een baan of een huis willen, zich gediscrimineerd voelen om hun huidskleur of Arabische naam, gebombardeerd worden en ‘geluk zoeken’, ik noem maar een paar dingetjes).

Als je het moeilijk hebt in de maatschappij, heb je er niks aan om te horen dat je je niet moet aanstellen. Die kleine hartjes van de gewone mensen, die mogen best eens wat ruimer worden en mensen die anders zijn toelaten. Te beginnen bij mensen uit hun eigen kringen die afwijken, omdat ze bijvoorbeeld een gymnasium-advies krijgen.

Geen reacties | Link | 22 december 2016 | Categorie:

Love or hate them, East London’s hipsters have fuelled a vast economy

Geen reacties | Opgeslagen onder:

Jongetjes die vrouwen haten

In de nrc.next van vandaag (16 oktober) staat een stuk over #gamergate (Blendle-link, een paar centen), maar potdorie, wat zijn ze laat. In mijn nieuwsbrief had ik op 7 september al een stuk geschreven. Zeven september! Ik plak het hieronder, en misschien niet alles is meer actueel, maar mijn ‘view’ op de zaak is hetzelfde.

Een shitstorm

Er is iets aan de hand waar u nog niets over hebt gezien of gehoord, in alle waarschijnlijkheid, maar toch is er iets groots bezig. Er is een shitstorm aan het razen door game-land.

Games zijn heel, heel lang het domein geweest van jongetjes. Jongetjes programmeerden vroeger zelf hun games in elkaar op hun Commodore 64 en daarna duurde het nog heel, heel lang voor ze seks hadden. Latere jongetjes kregen een game-console als ze lang genoeg zeurden, en omdat ze niet meer doorhadden dat er een wereld out there was, duurde het nog heel, heel lang voor ze seks hadden.

Dit is allemaal sterk overdreven, natuurlijk. Maar bij gamende jongetjes is er wel een demografische piek in het nerd-zijn.

Niks mis met nerd-zijn

Niks mis met nerd-zijn; ik ben er zelf één, en daarom kan ik uit eigen ervaring vertellen: vrouwen zijn duizend keer enger dan de diepste kerker die je in Diablo kan tegenkomen. Bij mij is dat uiteindelijk goed gekomen, maar bij heel veel nerds heeft die angst voor vrouwen plaatsgemaakt voor vrouwenhaat. Dat is een reactie die je vaker ziet bij de mensch: wat je vreest, ga je haten. Jij hebt geen seks, en dat kan jouw schuld niet zijn want weet ik veel, drogreden, dus het is de schuld van vrouwen.

De game-wereld is heel lang het domein geweest van die jongetjes. Maar zoals u weet is gamen niet meer voorbehouden aan jongetjes, want u gamet zelf ook, waarschijnlijk. U heeft een telefoon die betere games kan draaien dan de Commodore 64 ooit kon. En er is een 50% kans dat u een vrouw bent.

Vrouwen zijn onvermijdelijk

Games zijn een grotere industrie dan de filmbizniz tegenwoordig, dus het is ook nog eens onvermijdelijk dat er vrouwen meedraaien in die industrie.

Maar wat gebeurt er in die gameindustrie als een vrouw iets zegt, gewoon, iets? Ze krijgt tweets met teksten als I’ll drink your blood out of your cunt after I rip it open.

Lees ook het stuk van de Washington Post over Anita Sakeesian die uit haar huis is gevlucht.

Eindelijk volwassen? Neuh.

Ik heb eerder een stuk geschreven waarin ik zeg dat games volwassen zijn geworden; nu de gamers zelf nog. Ik kan me heel, heel moeilijk voorstellen dat de bedreigingen die de nerds doen ook daadwerkelijk uitgevoerd worden. Ik denk dat het een veel te grove en totaal idiote uiting van de onvolwassenheid van de gamers is. Maar aan de andere kant denk ik dat heel veel school-shooters in Amerikaland uit precies dezelfde demografische club als de gefrustreerde gamers komen (waarbij ik niet zeg dat mensen gaan schieten van games).

En wat is ‘#gamergate’ dan?

Ah, ‘gamergate’ is een apart geval, maar ook weer niet zo apart; het heeft ook gewoon met vrouwenhaat te maken. Ik kan dat allemaal in gaan tikken, maar gelukkig heeft vox.com het al voor mij gedaan. Later toegevoegd:  Dat nrc.next de boel nu op een hoop gooit, komt omdat ze zo laat zijn, verdulleme. ‘Niemand weet meer precies hoe het begon’ is slappe journalistiek.

Geen reacties | Link | 16 oktober 2014 | Categorie:

Haaksbergen, o the thrill of it all » Thomas van Aalten

Collega Thomas van Aalten heeft een goed stuk geschreven over de monstertruck in Haaksbergen. Ik heb een dag lopen nadenken over de decadentie van het hele gebeuren, over de domheid die eraan vastzit, maar ik kwam er niet uit. Natuurlijk vinden kinderen het geweldig om te zien, maar de volwassen mannen die zo’n spektakel opzetten — dan ben je toch een volslagen idioot als je je daarmee bezighoudt?

Er kan beter een Onderzoeksraad voor Krankzinnigheid en Absurdisme worden ingesteld. Op een gemiddeld stads- of dorpsplein zie je hooguit wat banale uitingen vol klederdracht, talentenjachten, kaasdragers, springkussens, slechte clowns of verregend beachvolleybal. Maar er zijn kennelijk ook evenementen met monstertrucks. Die over auto’s heen rijden. Ze bestaan (niet perse alleen in Haaksbergen), inwoners van een betrekkelijk welvarend land die evenementen als dit wel normaal vinden, en een opera maar een ingewikkelde verkwisting.

De link: Haaksbergen, o the thrill of it all » Thomas van Aalten.

Geen reacties | Opgeslagen onder:

JOS-dagen

Toen ik in de Chasséstraat woonde, had ik een buurjongen die vertelde dat hij eerste keeper bij JOS was. Ik heb toen een cassettebandje van de Nits thuis gehaald (de blauwe of de rode van Urk, dat weet ik niet meer), en we zijn in zijn auto gaan zitten en ik liet hem J.O.S. Days horen. Hij knikte alleen maar, vond het duidelijk moeilijk gedoe en begreep niet wat het met hem te maken had.

Gisteren werd de stadsderby JOS – Ajax gespeeld, voor de KNVB-beker, uitslag een verrassende 0-9. Iwan Tol is voor de Volkskrant met Henk Hofstede naar de velden van JOS gegaan (Blendle, 25 cent) om herinneringen op te halen aan zijn JOS-tijd, die welgeteld één proefwedstrijd duurde. Hofstede is zanger van de Nits, en J.O.S Days was een hit in 1987.

Uit het stuk van Iwan Tol:
Toen JOS in 2010 90 jaar bestond, werd Hofstede gevraagd nog eens J.O.S. Days te spelen. Hij was geprogrammeerd tussen Gerard Joling en Peter Beense. ‘Prachtig toch?’, zegt hij lachend. ‘J.O.S. Days is geen meezinger, dat weet ik ook wel. Maar het is een misverstand dat wij intellectuele muziek maken. Ik kom uit deze buurt. Kijk om je heen, wat je ziet is wat je krijgt. Dit is geen Aerdenhout.’

Dat is een malle redenering van ome Henk, want de Nits maken wel degelijk intellectuele muziek. Dat je zelf uit een volkswijk komt, doet daar niets aan af. Ik heb die denkfout zelf heul lang gemaakt: ik ben een gewone jongen uit Osdorp, ik hoor niet bij de mensen die boeken schrijven. Maar ik schrijf boeken, dus ik hoor per definitie bij de mensen die boeken schrijven.

Ontkennen dat je intellectueel bent is koketteren met je afkomst, maar die afkomst zegt alleen dat je weet waar je vandaan komt, niet dat je voelt waar je vandaan komt. Henk Hofstede is slim genoeg om — ik gooi er even een makkelijk voorbeeld in — te weten dat zwarte piet racisme is, waar de mensen uit de buurt waar je ziet wat je krijgt vinden dat het een kinderfeest is waar de intellectuelen met hun poten vanaf moeten blijven.

Gewoon blij zijn dat je hebt doorgeleerd, Henk, en trots zijn op de dingen die je maakt.

Geen reacties | Link | 25 september 2014 | Categorie:

Maak piet-zijn een erebaan

Bovendien moet Zwarte Piet zijn vermomming behouden. “Als mensen zeggen: hé, dat is Ome Jan, dan is de lol eraf.”

Vandaag in NRC (naast dingen die echt belangrijk zijn) weer een stuk over zwarte piet. Ja, het is 15 augustus. De quote uit dat stuk is een uitspraak van burgemeester Van der Laan.

NRC, 15 augustus 2014

NRC, 15 augustus 2014

Als mensen zeggen. Ik dacht dat het om de kinderen ging, althans, volgens de hardste roepers. De ‘mensen’ (volwassenen) die Ome Jan niet willen herkennen, moeten zich eindelijk eens echt in kinderen gaan verplaatsen. Kinderen zijn te jong om tradities te kennen, dus er is geen enkel beletsel om nieuwe tradities in te voeren.

Mijn oplossing voor het Ome-Jan-herkennen-probleem: geef Ome Jan een diploma, ondertekend door Sinterklaas. Ome Jan laat dat diploma in mei of juni aan zijn neefjes en nichtjes zien, en hij vertelt dat ie al hard aan het oefenen is met schoorsteenklimmen. In december zien zijn neefjes en nichtjes hem in de optocht, gekleed in een mooi kostuum, zwarte vegen over zijn gezicht van het roet, en trots dat ze zullen zijn.

Maak piet-zijn een erebaan. En geef ome Kenneth en tante Fatima ook meteen zo’n diploma.

Geen reacties | Link | 15 augustus 2014 | Categorie:

Het simpele leven van Roy Donders

Een paar weken geleden keken we naar een aflevering van de RTL-realityserie Roy Donders, stylist van het Zuiden en we werden er een beetje bedroefd van. Daar leken we alleen in te staan, want Roy is een daverend succes.

Nog vetter is nog leuker

Roy wordt gevolgd door een camera terwijl hij een winkel in verschrikkelijk lelijke kleren drijft. Roy is een Tilburger, dus hij praat met een Brabantse G, en hij is ook nog een enorme nicht (terwijl het – volgens mij – niet duidelijk wordt of ie homoseksueel is), dus dat is dubbel grappig. Verder zien we nog zijn zus, zijn ouders en zijn assistente – allemaal Tilbo’s, allemaal niet al te slim, en omdat nog vetter nog leuker is, licht een flauwe voice-over toe wat voor gekke dingen Roy allemaal doet. Dat allemaal doorsneden met de pratende hoofden van Roy en de anderen die nog even contempleren over wat er die dag is gebeurd.

We waren bij een vriendin die fan was, en ze zei dat ze zo genoot van het simpele leven van Roy. Later zag ik dat nog iemand zeggen op Facebook: Roys leven was zo heerlijk overzichtelijk.

Natuurlijk willen de makers van het programma graag dat je dat denkt, want zo kan je zonder schuldgevoel lachen om Roys dommige acties en uitspraken. Maar is Roys leven dan simpel omdat hij simpel is?

Niet alleen de huispakken

Want je kan natuurlijk zelf bedenken dat niet alles op televisie komt, dus Roys leven gaat niet alleen om huispakken met glitters en pailetten en het te dikke hondje van zijn vader. Een leven bestaat onder meer uit een opeenvolging van gecompliceerde beslissingen, en omdat slimme mensen voor mij al bewezen hebben dat ze heel goed zijn in het maken van verkeerde keuzes, vermoed ik dat simpele mensen daar minstens net zo goed in zijn. De keuzes die Roy maakt over het stofje van zijn volgende creatie zijn leuk voor televisie, de keuze voor een al dan niet verkeerde hypotheek doet het een stuk minder.

Overdonderende nichterigheid

En hoe zit het met die overdonderende nichterigheid van Roy? Vaste kijkers kunnen er misschien meer over vertellen, maar ik kreeg van die ene aflevering de indruk dat Roy alleen is, geen vriend of vriendin heeft. Als je een half uurtje naar Roy kijkt, kan je bijna niet anders dan concluderen dat hij homoseksueel is, maar hoe wordt homoseksualiteit geaccepteerd in zijn (simpele) omgeving? Zijn ouders zijn vast bijzonder liefhebbend, maar Roy is niet fluitend door zijn leven tot nu toe gefietst.

Het leven van Roy Donders, stylist van het Zuiden, is niet simpel. Alleen maar omdat het leven niet simpel is vanaf het moment dat je geboren wordt.

De kern van entertainment

Overigens lijkt (lijkt, zeg ik met nadruk, want het is tv) Roy met de aandacht van de realityserie helemaal in zijn element te zijn, dus good for him. Kijk rustig naar het programma als je wilt, Roy wordt er niet ongelukkiger van. Als kijker wordt jouw leven op dat moment even simpeler, dat is tenslotte de kern van entertainment, maar die lieve domme Roy verdient het niet dat jij denkt dat hij het makkelijk heeft.

Geen reacties | Link | 2 december 2013 | Categorie: